Reacties op theaterplannen

In de theaterwereld is met gemengde gevoelens gereageerd op het pamflet De toekomst van het toneelbestel van de Vereniging van Nederlandse Theatergezelschappen (VNT). Ivo van Hove, artistiek leider van Het Zuidelijk Toneel, onderschrijft de analyse van de problemen in het bestel. “Maar de aangedragen oplossingen zouden een slechter bestel opleveren. Het zou de klok dertig jaar terugzetten.'

Van Hove ergert zich aan het idee om de reisverplichting van de toneelgroepen af te schaffen en het reizen over te laten aan 'een nationaal reisgezelschap'. “Daar hangt een ruk-naar-rechts-geurtje aan; een laatdunkende houding jegens de provincie. Alsof daar achterlijk publiek woont dat alleen maar afgestofte Ibsens kan verdragen. Bovendien is het reizen allang niet meer verplicht. Je heb als gezelschap grote vrijheid om je reizen zelf in te vullen.'

Gerrit Korthals Altes zakelijk leider van Toneelgroep Amsterdam, ziet wel wat in het plan om “een groot nationaal gezelschap op te richten, dat gebonden is aan de Amsterdamse schouwburg. In feite is Toneelgroep Amsterdam dat al. Tegen een schaalvergroting zien wij niet op. We zijn nu al met 28 vaste acteurs.Daar kunnen er best nog wat bij.' Korthals Altes vindt de analyse van de problemen in de toneelwereld wel juist maar te somber. “Het lijkt alsof het slecht gaat, maar artistiek gaat het heel goed. Het is waar dat de toneelwereld onoverzichtelijk is, maar dat komt doordat er teveel geproduceerd wordt.' Hij is ook voorstander van het idee van een aantal stadsgezelschappen die deels door de gemeenten worden gefinancierd. “Een stad ontwikkelt pas een band met een gezelschap als hij er ook aan meebetaalt. Zoals het nu gaat, wordt de liefde gefrustreerd omdat Den Haag er altijd tussen zit.'

Petra Blok van de Raad van Cultuur onderschrijft dat het bestel 'op een bepaalde manier' te star is: “Er zijn inderdaad veel instituten, en de grote gezelschappen zitten redelijk vast. Het is belangrijk dat er naar een manier gezocht wordt om dat open te breken.' De Raad van Cultuur speelt een doorslaggevende rol bij het toekennen van subsidies aan toneelgroepen.

In het pamflet wordt deze rol deels overgenomen door een nieuw op te richten orgaan, het curatorium.

Henriette Broekema, woordvoerder van het ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschappen, heeft het pamflet nog maar net in de bus gekregen, maar ze verklaarde dat staatssecretaris Van der Ploeg (Cultuur) volgend jaar het discussiestuk zal meenemen bij het opstellen van zijn Uitgangspuntennota.