OOGPLEISTER

Onder de kop 'Wat scheelt eraan?' in de bijlage W&O van 31 oktober wordt een duidelijk beeld geschapen van de problemen van een lui oog en scheel kijken. Ouders wordt verweten dat ze niet streng genoeg zijn bij het afplakken van een lui oog. In het stuk wordt geen rekening gehouden met de sociale gevolgen van de pleister op het oog bij een kind op de basisschool.

Mijn zoon van vijf, met lui oog en scheelziend, moet de andere kinderen telkens uitleggen dat hij twee ogen heeft en gewoon kan zien. Veel medescholieren plagen hem en lachen hem uit. Elke morgen bij het afplakken is er dus een enorme weerzin tegen de pleister. Ik kan mij zijn weerzin voorstellen, daar ik zelf ook jaren met een pleister heb rondgelopen. Ondanks mijn consequent plakkende vader is het resultaat matig. Dit stimuleert dus zeker het oog afplakken bij mijn zoon niet.

Mijn vrouw en ik houden al tweeeneenhalf jaar dapper vol (tegen beter weten in?) en hebben geen chip in zijn pleister nodig. Het artikel gaat niet in op erfelijkheid van deze handicap. Voor alle kinderen met een lui oog en voor hun ouders zou het een enorme bevrijding zijn als er een betere methode zou komen dan het huidige primitieve pleistergeplak.