Niet-roken verzekert goedkoper; Steeds meer maatschappijen gaan over op tweedeling

In de Verenigde Staten gebruiken verzekeraars vaak aparte premietarieven voor rokers en niet-rokers. In Nederland zijn de maatschappijen die dat doen op twee handen te tellen. Het zijn vaak de kleinere bedrijven die zich, onder druk van concurrentie, willen onderscheiden. Andere, grote verzekeraars nemen die stap niet omdat ze het onfatsoenlijk vinden en als een ongewenste vorm van anti-selectie zien. Bovendien is het volgens hen niet te toetsen of iemand rookt en of de verzekerde daadwerkelijk is overleden aan de gevolgen van roken.

Jarenlang pionierde de Zwolsche Algemeene met aparte premietarieven voor rokers en niet-rokers. Sinds 1971 voert dat verzekeringsbedrijf die differentiatie bij de levensverzekering. Volgens woordvoerder H. Schriever kwam dat destijds door het samengaan met een Amerikaanse verzekeraar. “Zij kenden die tarieven al. Na onderzoek bleek dat we ze ook in Nederland best konden introduceren.'

In Groot-Brittannie, Duitsland maar vooral de Verenigde Staten is het veel normaler dat verzekeringsmaatschappijen inspelen op de persoonlijke situatie van kandidaat-verzekerden. In Nederland bleef die tendens uiterst beperkt maar de laatste jaren groeit het aantal maatschappijen dat overgaat op verschillende tarieven voor rokers en niet-rokers. “Vooral de kleine maatschappijen gaan over op die tweedeling', zegt B.J. Jansen van (levens)verzekeraar Proteq. “Omdat de concurrentie toeneemt en ze zich willen onderscheiden van de grote bedrijven. Bovendien zie je ook in Nederland dat er een sterker niet-rokersklimaat ontstaat.'

Ongeveer zeven tot tien maatschappijen werken inmiddels met de dubbele tarievenlijst voor levensverzekeringen, bij de ziektekostenverzekeringen is absoluut geen sprake van premiedifferentiatie. Daaronder vallen de Zwolsche Algemeene, Proteq, Royal, Legal & General en Hooge Huys Verzekeringen. Met succes, volgens H. Schriever van de Zwolsche. “Wij bereiken heel duidelijk de doelgroep van mensen die niet in het rokerstarief willen.' Ruim tachtig procent van de personen die een overlijdensrisicoverzekering afsluiten bij de Zwolsche kiezen voor dat niet-rokerstarief.

Voor de niet-roker is dat makkelijk verdienen. En misschien ook voor de roker. De verzekeringsmaatschappijen controleren hun klanten namelijk niet.

Twee keer de vraag 'Rookt u?' met 'nee' beantwoorden, op het aanvraagformulier en in de medische verklaring, is genoeg. “Er valt inderdaad te sjoemelen met het niet-rokerstarief' erkent een woordvoerder van (levens)verzekeraar Royal. “Het bewijs dat iemand wel of niet rookt is moeilijk te leveren en controleprocedures zijn kostbaar. Bovendien willen wij ook de roker als klant niet wegjagen door hun medische situatie uit te spitten.'

De betreffende maatschappijen hebben niet de indruk dat rokers ten onrechte gebruik maken van het lagere tarief, hoewel zij dat dus niet controleren. Wanneer een verzekerde overlijdt aan een ziekte die waarschijnlijk door roken is veroorzaakt terwijl hij was ingedeeld in het niet-rokerstarief is het volgens hen wel mogelijk alsnog een onderzoek naar het rookgedrag in te voeren en de hoogte van de uitkering ter discussie te stellen.

De toetsbaarheid is volgens E. de Bruijne van Aegon de reden dat die maatschappij niet meedoet aan de premiedifferentiatie. “Of iemand wel of niet rookt is in feite niet toetsbaar, maar ook of iemand is overleden door roken is niet voor honderd procent te zeggen. Dat maakt het voor ons onmogelijk de statistische gegevens over rokers en -risico's te verbinden aan de tariefstelling.'

Grote maatschappijen met een 'brede portefeuille' hebben de premiesplitsing bovendien niet nodig, volgens een woordvoerder van Nationale Nederlanden. “De plussen en minnen van mensen met meer en minder gezondheidsrisico's zijn beter op te vangen omdat wij een grotere spreiding hebben. Kleinere maatschappijen hebben eerder last van uitschieters.'

De hoogte van de premie voor een overlijdensrisicoverzekering, die meestal in combinatie met een hypotheek wordt afgesloten, hangt af van verschillende factoren, waaronder de looptijd en de hoogte van het verzekerde kapitaal.

Nog belangrijker zijn leeftijd en geslacht van de verzekerde. De verzekeraar baseert de premie namelijk op de kans dat de verzekerde overleeft tijdens de looptijd. Aan de hand van zogenoemde overlevings- of sterftetafels, waarin van jaar tot jaar de gemiddelde kans staat dat iemand niet overlijdt, komt de hoogte van de premie tot stand. Omdat vrouwen doorgaans een grotere kans op overleven hebben, worden zij 'jonger ingeschaald' dan mannen.

Ook het rookgedrag kan dus van invloed zijn op de hoogte van de premie. Niet-rokers vormen een aantrekkelijke doelgroep voor verzekeraars, aangezien 49 procent van de Nederlanders nooit-rokers zijn. Nog eens achttien procent valt in de categorie ex-rokers. En ook die tellen mee. De verzekeraars die aparte premietarieven bieden, nemen namelijk als criterium dat een niet-roker ten minste twee jaar niet gerookt heeft. Op basis van die verklaring kan een maatschappij de kandidaat indelen in het goedkopere tarief.

Een voorbeeld. Stel dat een veertigjarige man (of 35-jarige vrouw) een verzekering met overlijdensdekking afsluit bij de Zwolsche Algemeene voor de duur van twintig jaar. Bij een gelijkblijvend verzekerd kapitaal van 100.000 gulden betaalt de roker 340 gulden premie per jaar, de niet-roker bespaart slechts vier tientjes. Maar een veertigjarige man die zich voor de duur van twintig jaar verzekert voor een kapitaal van twee ton, betaalt als roker jaarlijks 1460 gulden. De niet-roker betaalt in dat geval 220 gulden minder. Het premieverschil groeit dus naarmate de leeftijd van de verzekerde en het kapitaal hoger zijn.

De Stichting Rokersbelangen vraagt zich, net als een aantal verzekeraars, af waar de premiedifferentiatie ophoudt.

“Je zou voor heel veel groepen mensen aparte premietarieven in kunnen stellen. Mensen die te dik zijn, maar ook mensen met veel wisselend seksueel verkeer maken een hogere kans op overlijden. Waarom is het alleen de roker die in een aparte positie terechtkomt?'

Volgens Schriever van de Zwolsche Algemeene is er een groot verschil tussen rokers en mensen die bijvoorbeeld te vet eten. “Bij rokers gaat het om een grote groep. Bovendien is wetenschappelijk aangetoond dat hun overlijdenskans veel groter is dan die van niet-rokers. Wanneer gezonde eters een duidelijke groep vormen met een behoorlijk volume, en het is aantoonbaar dat zij een lagere overlijdenskans hebben dan zou het goed mogelijk zijn dat zij ook voor een lager tarief in aanmerking komen.'