Met de muis door de nieuwe media-kunst

Een nieuwe kunstencyclopedie op Internet was aanleiding tot een discussie in Brussel over de rol van de nieuwe media in de musea. Kan, zo is een van de vragen, een museum websites van kunstenaars kopen of bewaren?

Sinds twee dagen kunnen we op het Internet door een 'Encyclopedie Nieuwe Media' muizen, de eerste 'on line' catalogus over kunst in nieuwe media als video, Internet en CD-rom. De website is een initiatief van het Centre Georges Pompidou (Parijs), Museum Ludwig (Keulen) en het Centre pour l'Image Contemporaine (St Gervais - Geneve), drie instellingen met ruime collecties 'nieuwe media'-kunst. Het is een gebruiksvriendelijke encyclopedie, die informatie bevat over kunstwerken op elektronische en digitale drager, over hun makers, en over de historiek van deze jonge kunstvormen. Een glossarium ontraadselt het jargon van de 'nieuwe media'.

De 'Encyclopedie' werd donderdagavond in het Brusselse Paleis voor Schone Kunsten aan het publiek voorgesteld. Constant, Vereniging voor Kunst en Media, organiseerde de avond met steun van de Europese Commissie.

“Eigenlijk moesten wij gewoon zorgen voor een vernissage met de nodige computers', vertelt Nicolas Maleve van Constant, “maar we vonden dit een prima gelegenheid om de discussie te openen over de relatie tussen musea en nieuwe media.'

Dus organiseerden ze gisteren en vandaag een symposium met mediakunstenaars, curatoren, conservatoren 'nieuwe media', webontwikkelaars en producenten.

“Musea gebruiken het Internet voor hun publiciteit. Of je kan er door hun collectie grasduinen', zegt Maleve's collega Laurence Rassel. “Maar hoe gaan ze bijvoorbeeld om met kunstenaars die zelf websites creeren?'

Een van de sprekers, Karel Dudesek, geeft het museum opstapjes om met de nieuwe media mee te denken. Hij produceert software voor musea, die er op verschillende niveaus gebruik van kunnen maken, van eenvoudig naar complex.

Het programma kan dienst doen om de collectie te tonen, om websites te ontwikkelen, waar kunstenaars kunnen instappen, of om ruimte te scheppen voor interactie met het publiek.

Kathy Rae Huffman doet onderzoek naar mensen die projecten uitwerken voor het Internet, en verzorgt ook presentaties van dit soort werk. Simon Lamuniere leidde de afdeling Internet en CD-rom op de laatste Documenta, en werkt in het Zwitserse centrum dat ook in de 'Encyclopedie' participeert. Het 'Centre...' uit Geneve is de meest dynamische partner van de drie het heeft al intens samengewerkt met kunstenaars om sites te maken. Lamuniere heeft het onder meer over de 'sporen' die zulke media kunnen nalaten in musea. Een museum produceert samen met een kunstenaar een website, maar wat blijft daarvan over na de 'tentoonstelling'? Kan het museum zulke werken bewaren of kopen?

De kunstenaars die in de nieuwe media werken, staan vaak een beetje dubbel tegenover de musea. Een van de genodigden, de Canadese Vera Frenkel, creeert websites die ze situeert binnen een concrete ontmoetingsplaats, een soort 'cafe' bijvoorbeeld waar mensen de site kunnen bezoeken en met elkaar debatteren over de daarop aangereikte thema's. Haar werk getuigt van een kritische houding tegenover musea, maar terzelfdertijd komen haar 'plaatsen' als echte installaties in musea terecht.

“Sommige kunstenaars opteren voor het collectieve en anonieme van het Internet, omdat ze het publieke aspect niet willen prijsgeven', aldus Laurence Rassel. “Maar hoe publiek is het net eigenlijk?'

Internet staat voor de belofte van communicatie en interactiviteit. Als het van Nicolas Maleve afhangt, wordt dat fantasma eveneens aan de orde gesteld.

En aan het slot van dit symposium staat nog een andere kwestie. “Dit initiatief blijft een encyclopedie, het is een informatieve website zonder actieve dimensie. Aan Beaubourg en Museum Ludwig kun je dan de vraag stellen hoe zij voortaan hun engagement zien op het Internet.'