Meegevoel

In het raam van uw artikel over de beweeglijkheid van motieven en argumenten als er van buitenaf een beroep op je wordt gedaan om in principe te helpen (Z 7 nov), past vanzelfsprekend de vraag waarom ik daarop reageer. Mogelijk maakt deze reactie - de inhoud ervan - u dat duidelijk. Het artikel leest als een trein. Laat aan duidelijkheid weinig te wensen over. De zorg is formeel, materieel en feitelijk ingekaderd. De staat en de instituties zorgen voor de hulpverlening in brede zin. De burger, de mens, de persoon kan daarover gerust zijn. Hoeft zelf niets meer te doen, hoeft zich daar zelf weinig meer van aan te trekken, behalve zijn instemming betuigen door (wat) geld te storten.

Mijn vraag: Is dit de hele waarheid of een halve waarheid? Mijn antwoord op de door mijzelf gestelde vraag is: het artikel bevat een halve waarheid. En stiekem voeg ik er aan toe: En die is erger dan een hele onwaarheid.

Op zijn minst had er aandacht geschonken moeten worden aan de motieven en argumenten van duizenden Nederlanders die getrouw elke dag positief gemotiveerd naar hun werk gaan in de ziekenhuizen bejaardenhuizen, verpleeginrichtingen, zorginstellingen, palliatieve instellingen. Hier 'werken' ook tienduizenden op vrijwillige basis!

Bejaarden en hulpbehoevenden krijgen enige keren per week hun maaltijden op tijd thuis. De diaconieen van de vele kerkgenootschappen houden zich ook al eeuwenlang aan het doen van zowel fysieke als geestelijke/psychische werken van barmhartigheid. Daar is weinig afschuiven van verantwoordelijkheid te zien, daar zit weinig verschuiving in de motieven en argumentatie in de loop van vele eeuwen.