Kabinet-Den Uyl gebruikte diensten CIA

De CIA heeft de Nederlandse regering hand- en spandiensten verleend ten tijde van het kabinet-Den Uyl. De Amerikaanse inlichtingendienst hielp verschillende terroristische acties in Nederland in die periode te beeindigen. Dat schrijven de historicus B. de Graaff en de politicoloog C. Wiebes vandaag in deze krant.

Tijdens de gijzeling van Frans ambassadepersoneel in Den Haag, in het najaar van 1974 door leden van het Japanse Rode Leger, richtte de CIA de bovenste verdieping van de belendende Amerikaanse ambassade in als crisiscentrum. Hier stonden een camera en afluisterapparatuur opgesteld, waarmee de gijzelaars werden bespioneerd. De Nederlandse Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD), de politie en het korps mariniers mochten hun intrek nemen in een benedenverdieping van de ambassade.

Ook voorzag de Haagse 'chief of station' van de CIA, Howard Bane, de BVD van informatie uit het hoofdkantoor van de CIA in Langley, Virginia. Verschillende bevrijdingsscenario's die de Nederlandse autoriteiten hadden opgesteld, werden door de CIA medebeoordeeld. Zo was overwogen om gas in het gebouw te verspreiden via het airconditioningsysteem. Een andere mogelijkheid was om slaapmiddelen in het eten van de bezetters te doen. In een zogeheten 'critic', een telegram waarop binnen een etmaal een reactie wordt verwacht, consulteerde Bane zijn hoofdkantoor in Langley over de plannen.

In een pagina's lang antwoord ontraadde de CIA dit soort acties. Het risico dat de bezetters er voortijdig iets van zouden merken en gijzelaars zouden doden was te groot. Het toenmalige BVD-hoofd A. Kuipers, en het hoofd Operaties van die dienst, G. Neervoort, hebben dit advies voorgelegd aan Den Uyl, waarna de premier besloot deze plannen af te gelasten.

Howard Bane zou in totaal bij vijf terroristische acties in Nederland betrokken raken. Er volgden nog vier acties van Molukse jongeren: de treinkaping in Wijster in december 1975 de gelijktijdige Molukse bezetting van het Indonesische consulaat in Amsterdam, de treinkaping in De Punt en de bezetting van een lagere school in Bovensmilde in mei en juni 1977.

Bij deze gijzelingen stond de CIA speciale afluisterapparatuur af, die de Amerikaanse dienst samen met Britten en Duitsers had ontwikkeld.

Bij de treinkapingen in Wijster en De Punt leverde de CIA, die toen technici uit Langley liet overkomen, apparatuur die werd geinstalleerd door mariniers en Britse specialisten, nadat eerst Den Uyl het materiaal had mogen bekijken. Volgens De Graaff en Wiebes waren de betrekkingen tussen de CIA en de BVD zeer innig. Inniger dan tussen de CIA en de Inlichtingendienst Buitenland (IDB). De CIA had een zeer lage dunk van haar Nederlandse zusterdienst. Toen Bane in juli 1974 chef in Den Haag werd, kreeg hij van de CIA te horen dat de International Herald Tribune een betere bron van informatie was dan de rapporten van de IDB.