Japan blijft wachten op de 'Goddelijke Wind'

Japan is altijd weer anders dan het Westen denkt. Stimuleringspakketen en Westerse pleidooien voor deregulering en bancaire sanering sorteerden dan ook nog te weinig effect. Een Japanse minister legt opmerkelijk openhartig uit waarom.

Minister Taichi Sakaiya, topman van het Japans Economisch Planbureau is een bijzonder man. Hij is namelijk de enige persoon in het kabinet van premier Obuchi die om zijn ideeen is gevraagd, de overige ministers zijn allen partijleden gekozen op senioriteit. Bovendien schroomt Sakaiya niet zijn in de Japanse politieke verhoudingen onconventionele gedachten te uiten. Voor een groep buitenlandse journalisten zei hij onlangs onomwonden dat Japan een “revolutie' nodig heeft om uit de economische problemen te komen.

Maar terwijl zijn ideeen hem een ministerspost in het kabinet-Obuchi hebben opgeleverd, moet Sakaiya ook erkennen dat hij “bij elke stap sterke tegenstand voelt'. Alsof hij door een pot lijm tracht te waden waarin hij “langzaam geheel verstijft'. Terwijl Sakaiya in Tokio over zijn revolutie sprak, verzette zijn collega van Landbouw en Visserij zich tijdens de APEC-bijeenkomst in Maleisie tegen liberalisering van de agrarische sector, die met de bouwsector tot de belangrijkste stemmenleveranciers van de regerende Liberaal Democratische Partij behoort.

De aanwezigheid van deze Sakaiya in een regering die zo sterk onder invloed is van oude, conservatieve belangengroepen, is een teken van gebrek aan eensgezindheid over de koers. Naar eigen zeggen behoort de partijloze Sakaiya sinds de jaren tachtig tot de intimi van LDP-premier Obuchi.

Sakaiya is al jarenlang een succesvol schrijver (“ik was uitermate gelukkig, ik stond elke dag om 12 uur op en verdiende een veelvoud van wat ik nu als minister krijg') van economische commentaren en romans die spelen rond, eveneens, de economische problemen van het land. Sakaiya is eigenlijk een schrijverspseudoniem dat hij aannam omdat hij tijdens het begin van zijn schrijverschap nog werkte als ambtenaar op het machtige ministerie van Internationale Handel en Industrie.

Sakaiya kent het Japans landsbestuur van binnen uit.

De Japanse problemen rechtvaardigen volgens Sakaiya een “revolutie' om het land weer op het rechte spoor te krijgen. Deze revolutie houdt “een vernietiging van de cultuur van massaproductie in onder leiding van bureaucraten'. De fout die Japan heeft gemaakt is dat men zich in de jaren tachtig blind heeft gestaard op het succes van Japanse auto's en electronica op de wereldmarkt. Terwijl Japan de massaproductie perfectioneerde kwam in de VS een nieuwe ontwikkeling op gang: de informatiesamenleving, waarin Japan de boot geheel heeft gemist.

“Japan is het enige geindustrialiseerde land waar het aantal ondernemers gestaag daalt', aldus Sakaiya. Men is volgens hem vergeten dat hedendaagse economische giganten als Sony en Honda na de oorlog ooit zijn begonnen als kleine werkplaatsen in een oude garage. Een tweede fout uit de jaren tachtig is volgens Sakaiya dat er geen nieuwe uitweg is gevonden voor de grote financiele reserves van het land.

Gedurende de jaren van wederopbouw na de oorlog kanaliseerde de overheid het spaargeld van de burger naar het bedrijfsleven dat om fondsen zat te springen. Maar het bedrijfsleven had in de jaren tachtig met de bestaande technieken zo langzamerhand de grenzen van het mogelijke bereikt, zodat de vraag naar geld voor grootschalige investeringen opdroogde. Het financiele systeem echter veranderde niet. Het resultaat was dat het geld in grond en aandelen werd gepompt met de fameuze 'luchtbel' eind jaren tachtig als gevolg.

Een fatale rol speelde de nauwe band tussen overheid en bedrijfsleven, waarbij individuele banken niet hun eigen koers mochten uitstippelen. Sakaiya: “De basisregel van deze gemeenschap is: verander het beleid van je voorganger niet.

Net als aan het einde van de Tweede Wereldoorlog handhaafde men dus de status quo en wachtte op de Goddelijke Wind [kamikaze in het Japans], dat wil zeggen een nieuwe stijging van grond- en aandelenprijzen. De Goddelijke Wind kwam echter niet en dus zitten we nu in een chaos'.

Ook al erkent Sakaiya dat hij binnen de overheid “niet populair' is met zijn boodschap van “revolutie', toch stelt hij dat de regering van Obuchi van plan is hervormingen door te zetten. Maar anders dan het woord “revolutie' normaal gesproken impliceert, is Sakaiya's revolutie een omwenteling van boven af. Dit is des te meer reden voor de overheid om te zorgen dat het veranderingsproces “zo min mogelijk sociale kosten' met zich brengt.

Het is uiteindelijk niet de bedoeling dat de burger uit onvrede een echte revolutie op touw zet. Zodoende blijft de overheid gigantische bedragen in de economie pompen die voor een groot deel aan verouderde sectoren, bijvoorbeeld de bouw, ten goede komen. Sakaiya erkent dat de resultaten van deze stimuleringspakketten - maandag werd het achtste pakket van de afgelopen zes jaar bekend gemaakt - niet genoeg zijn om de economie nieuw leven in te blazen, maar “zonder deze pakketten was de situatie ongetwijfeld nog slechter geweest'. En zonder deze pakketten zou de regerende partij voor haar bestaan moeten vrezen.

Sakaiya's verhaal wringt als hij aan de ene kant stelt dat Japanse politici geen echte macht hebben, dat bureaucraten het land leiden, en anderzijds stelt dat de regering werkelijk van plan is hervormingen door te voeren. In een van zijn boeken heeft hij het landsbestuur als volgt in de beklaagdenbank gezet: corruptie is in dit land geen kwestie van incidentele omkoping maar “een structureel en integraal onderdeel van de samenleving'.

De oorzaak hiervan ligt in de grote controle van de overheid op de economie, hetgeen resulteert in “dure, tijd-consumerende inspanningen [van bedrijven] om connecties met ambtenaren en politici op te bouwen via een overvloed aan smeergeld en compensaties'.

'Basisregel is: verander het beleid van je voorganger niet'