INDIASE TIJGER WORDT BETER BESCHERMD MAAR HIJ IS BRODELOOS

Net nu de bestrijding van de stroopjacht op de Indiase tijger succes lijkt te krijgen, ziet de tijger zich gesteld voor een nieuw probleem: het ontbreekt hem aan voedsel. Indiase specialisten van het internationale Wereld Natuur Fonds (WWF) signaleren dit op de internationale website van die organisatie. Dieren als sambar en barasinga herten, wilde varkens en jonge gaur runderen maken deel uit van het basisdieet van de tijger, maar die soorten gaan flink achteruit, ook in beschermd natuurgebied.

Stroperij van tijgers is mede dankzij internationale pressie enigszins aan banden gelegd, maar die van deze 'gewonere' dieren allerminst. Wanneer ze beperkt voorradig zijn, of verdwenen, grijpen tijgers naar het wel ruimschoots voorhanden voedsel: vee. Boeren en veehouders wreken zich dan door de roofdieren te vergiftigen. Eenzelfde lot is in India, om dezelfde reden, veel luipaarden beschoren. Die vallen niet alleen vee, maar ook honden en mensen aan.

Als het aantal prooidieren blijft verminderen, kan dat net zo fataal uitpakken als directe stroperij van de katten zelf. Eerder was er onenigheid over de door de Indiase overheid verschafte tijgeraantallen, die om politieke redenen te rooskleurig waren. Ook de achteruitgang van prooidieren ziet zij met tegenzin onder ogen - het beheer van Nationale Parken en andere beschermde gebieden zou daarmee in een slecht daglicht komen te staan. Dat er reden is voor ernstige zorg werd bevestigd door Sanjay Deb Roy van de Indian Board for Wild Life en het Tiger Steering Committee. Hij rapporteerde dat hij tijdens een wekenlange, intensieve tocht van duizenden kilometers in Madhya Pradesh, welgeteld een wild varken had waargenomen en geen enkele herbivoor. Vergelijkbare verkenningstochten in andere gebieden gaven eenzelfde beeld. Dankzij verbeterde wegen bereikt het gestroopte tijgervoedsel, zoals hertenvlees, de keukens van welgestelde stadsbewoners binnen twee tot drie dagen. In het Indiaas-Nepalese grensgebied, vroeger rijk aan tijgers en hun prooien zijn enkele hertensoorten plaatselijk vrijwel uitgeroeid.

Volgens specialisten moet de Indiase tijger voor zijn levensonderhoud jaarlijks minimaal veertig tot vijftig grotere prooidieren doden; voor een vrouwelijk dier dat drie welpen grootbrengt, staat een aantal van zeventig.

In menig gebied is zo'n aantal waarschijnlijk niet meer haalbaar. Ministeriele vertegenwoordigers geven wel toe dat er plaatselijk problemen zijn met de herbivoren. Bij een reservaat zal als eerste stap een vijf kilometer lange muur worden gebouwd, die de prooidieren in een beschermd kerngebied moet houden. Belangrijker is de onlangs gedane toezegging dat in tien nationale parken en tijgerreservaten voortaan niet alleen de tijgers, maar ook hun potentiele prooien geteld zullen worden.