'Ik ben mijn eigen man'; Nieuwe SER-voorzitter Rabotopman Herman Wijffels:

Van 'superbekwame jonge ambtenaar' tot de top van de Rabobank. En nu wordt hij de voorzitter van de Sociaal-Economische Raad. Herman Wijffels is - zegt hij zelf - een van de weinigen in de top van het bedrijfsleven die zich om maatschappelijke kwesties bekommeren. 'Ik zie mezelf niet als man met een boodschap.' Al die goed ontwikkelde ego's die je tegenkomt en elkaar lopen te bevestigen De plek heeft mij gekozen. Dat is me een aantal keren overkomen

Ik ben geen man voor recepties en diners. Als het niet echt moet laat ik me er niet zien.'

Waarom niet?

“Omdat ik er geen zin in heb. Ik ga liever naar de schouwburg. Of ik lees een boek.'

Kunt u zich dat permitteren? Zaken worden toch gedaan in het informele circuit?

“O ja?'

Hij lacht en dan komt er zo'n typisch Wijffels-zinnetje waar hij zijn antwoorden vaak mee begint: “Laat ik het zo zeggen.' Hij vervolgt: “Ik heb geen zin om een hele avond te gaan zitten eten en vervolgens slecht te slapen. Wat dat betreft ben ik anders dan de meeste anderen. Tegen betrokkenheid met de maatschappij wordt in die wereld nogal vreemd aangekeken. Dat je ook nog iets doet dat niet binnen het strikt zakelijke past, wordt daar maar moeilijk begrepen.'

Die wereld - dat zijn de collega's in de top van het Nederlandse zakenleven waar hij zelf in zit.

Hij weet dat ze hem saai vinden. “Als ze bedoelen dat ik geen maitresse heb, dan kan ik daar goed mee leven. Ik ben mijn eigen man, he.' Hij herhaalt: “Ik ben mijn eigen man. En om nou in al die circuitjes mee te draaien. Al die goed ontwikkelde ego's die je daar tegenkomt en die elkaar lopen te bevestigen. Ik hoef daar niet bij te horen.'

Hij wil geen macht uitoefenen door met de vuist op tafel te slaan. Hij gelooft in de macht van het idee. “Werven, inspireren. Zodat ze de dingen doen omdat ze erachter staan niet omdat die mijnheer het vindt. Sommige van mijn collega's kijken me meewarig aan als ik dit zeg. In andere grote bedrijven gaat het niet zo. Collega's zeggen: het zou niets voor mij zijn. Die beschouwen al dat gepraat als verloren tijd.'

Als voorzitter van de hoofddirectie van de Rabobank is hij - Wijffels zegt het zelf - wel degene die voor vergaderingen de agenda bepaalt.

Dat middel heeft hij vanaf 15 maart als hij voorzitter wordt van de Sociaal-Economische Raad, ook niet meer. Dan komt het alleen nog maar op overtuigingskracht aan. Wijffels zit dan aan de “overlegtafel met de polderhoofdmannen van Nederland', de leiders van werkgevers en werknemers. In deze fase van zijn leven kan hij zich niets voorstellen dat hem beter past. “Het wordt mijn rol om die overlegtafel goed te laten functioneren.'

Maar u heeft toch ook zelf een boodschap? Groen belastingstelsel, harmonie tussen mens en aarde. Dat zegt u al jaren.

“Ik zie mezelf niet als een man met een boodschap. Ik zie mezelf in een faciliterende rol.'

Mensen zien u wel zo.

“Ik heb natuurlijk wel mijn opvattingen, ja. Ik heb daar net ook iets over opgeschreven.' Hij bereidt een rede voor, hij wordt deze week eredoctor van de Katholieke Universiteit Tilburg, waar hij vroeger zelf heeft gestudeerd. “Ik zie mezelf', zegt hij, “in het perspectief van mijn opleiding. Wij kregen de opdracht mee ons in te zetten voor de economische en maatschappelijke ontwikkeling van Nederland. Dat werd er bij ons ingestampt bij de colleges filosofie en ethiek. Jullie katholieke jongens, jullie krijgen een goeie opleiding, doe er wat mee. Die opdracht heb ik ook van huis uit meegekregen. Het is geen geldingsdrang. Het is het gevoel van plicht om aan de slag te gaan met al je vermogens. Ik vertel wat ik zie, wat ik denk en wat ik vind. Meer niet. Ik bied mijn gedachten vrijelijk aan. Ik heb niet de drive van: het moet zo.'

Maar u gelooft toch in uw eigen ideeen? U wilt er toch iets mee bereiken?

“Natuurlijk geloof ik in mijn eigen ideeen. Maar ik voer geen lobby's. Ik houd inleidingen.

Ik doe mee aan het tot stand komen van rapporten. Ik zit in commissies.' Hij somt er een paar op: commissie-Dekker (over de toekomst van het technologiebeleid) commissie-Wijffels (over de toekomst van de NS), de commissie die voor het CDA 'Nieuwe wegen, vaste waarden' schreef. “Veel van die ideeen zijn gemeengoed geworden in Paars.'

Hij relativeert zichzelf onmiddellijk. “Die ideeen heb ik echt niet in mijn eentje bedacht. Het is een proces, een ontwikkeling.'

Om uit te leggen wat zijn invloed is, gebruikt hij graag het beeld van een natuurkundeproef die hij zich van de middelbare school herinnert. IJzervijlsel op een glasplaat, magneet eronder en er ontstaan krachtlijnen. Verschuif de magneet en er ontstaan nieuwe krachtlijnen. “Wat ik probeer is: die krachtlijnen te veranderen. Ik geef die magneet tikken.'

Hij heeft de neiging om B te vinden als A gangbaar is. “Dat is de reden van het eredoctoraat. Ze zeggen daar hoe zeggen ze het ook alweer, ze zeggen dat ik een bijdrage lever aan het evenwichtig functioneren van de Nederlandse economie. Zo had ik er zelf nog nooit naar gekeken.'

U kunt zich er wel in vinden?

“Ik herinner me dat ik in de tijd van Den Uyl helemaal aan de andere kant hing. Ik werkte nog op het ministerie van Landbouw. Den Uyl dacht dat alles vanuit Den Haag kon worden geregeld. Er waren ideeen om tot een nationale CAO te komen. Ik heb me daar toen zeer over zitten verbazen. Op tal van posities heb ik een andere lijn getrokken, de lijn van privatisering. Dat is de hoofdlijn van dit land geworden. Nu hebben we een hele beweging naar liberalisering en individualisering gehad. Ik heb al een tijd het idee dat het gezamenlijke belang weer aan bod moet komen.

Ik ben niet veranderd, de maatschappij laveert.Ik ga daar zitten waar het evenwicht verstoord dreigt te raken. Als ik zie hoe mensen alleen denken aan hun eigenbelang, dan moeten er mensen zijn die zeggen: denk ook aan straks. We hebben dat nodig om ecologisch te overleven. Zo scherp wil ik het wel stellen.'

Zit dat niet erg in de natuur van mensen, om voor zichzelf te kiezen en voor de korte termijn?

“Ik vind dat helemaal niet de menselijke natuur. Het is mijn natuur al helemaal niet! Alles wat ik voor de bank doe en heb gedaan gaat over de lange termijn. Ik heb altijd mee helpen zorgen dat de bank over tien vijftien jaar kan doen wat dan nodig is.'

En dan volgt er weer een typische Wijffels-zin: “Ook in een ruimere context is het voor mij zonneklaar dat we zowel in termen van sociaal evenwicht als in termen van duurzaamheid in een fase zijn dat alle aandacht moet uitgaan naar de lange termijn.'

Wie bent u dat u in Nederland deze rol vervult?

“Dat vraag ik me ook weleens af. Er wordt vaak een beroep op me gedaan om ergens te komen spreken. En dat komt, denk ik, doordat er niet zo heel veel mensen zijn met een hoge positie in het bedrijfsleven die zich druk maken over maatschappelijke onderwerpen. Ik krijg zo ontzettend veel uitnodigingen, er zouden er van mij wel twee kunnen zijn.'

Hoeveel mensen zijn er zoals u in Nederland?

“Nou, weinig. Ik zie wel mensen...' Hij aarzelt. “Laat ik dit zeggen. Ik zit bij deze bank op een aparte positie.' De Rabobank is een cooperatie waarbij de aangesloten leden het uiteindelijk voor het zeggen hebben. “Ik wil de indruk vermijden dat het mijn persoonlijke goedheid is die maakt dat ik deze rol vervul.

Iemand die op een soortgelijke positie zit bij een beursgenoteerde onderneming kan dat niet zo gemakkelijk. Die zit er uiteindelijk voor de belangen van de aandeelhouder.'

Dat hoor je ze in Nederland niet zeggen.

“Nee, ze zeggen van niet. Ze onderschrijven het model van de Rijnlandse onderneming.' Veel overleg ook denken aan de belangen van werknemers en van de samenleving.

“Zo zien ze zichzelf. Maar ze vervullen hun rol binnen het kader van hun eigen organisatie. Er zijn er niet zo heel veel die actief nevenfuncties vervullen. Het hoort bij deze bank dat ik dat wel doe. Daarom zit iemand als ik op deze plek. Maar daarmee ben ik geen beter mens.'

Zijn werk, zegt hij, staat voor hem “nadrukkelijk in het perspectief van de Schepping'. Hij gaat soms nog naar de kerk. “Deel uitmaken van die gemeenschap, in de context waarin ik ben opgegroeid, dat geeft mij een meditatieve ervaring. Er worden daar buitengewoon diepe teksten uitgesproken.'

Welke?

“Laatst, die tekst van Prediker, over ijdelheid, als je daar nog eens goed naar kijkt, denk je: het gaat hier om de kern van het leven.'

Door de nieuwe vertaling is die tekst wel in een ander licht komen te staan. (Niet meer: 'ijdelheid der ijdelheden, zegt de Prediker; ijdelheid der ijdelheden, het is al ijdelheid'. Maar: 'lucht en leegte, zegt Prediker, lucht en leegte, alles is maar leegte'.)

“In mijn visie staat daar: blijf weg bij de bellenblazerij.'

De bellenblazerij van de dineetjes.

“Ja. En daarom vinden ze me saai. Maar ik heb een heel boeiend leven hoor.'

Vervult u een opdracht van God?

“Niet in een persoonlijke vorm. Maar als je hier toch bent, doe dan iets nuttigs.

En zorg dat je er plezier aan beleeft.'

Hij ziet, na alle tumult op de financiele markten dit jaar en een dreigende economische crisis, een “antikapitalistische tendens'. Hij verwijst naar de verkiezingsoverwinningen van de sociaal-democratische partijen in bijna heel West-Europa. “En kijk naar Lafontaine.' De nieuwe Duitse minister van Financien zei vorige maand dat de politiek invloed moet kunnen uitoefenen op het beleid van de Centrale Bank.

Den Uyl zou het gezegd kunnen hebben. “Ja. Lafontaine moet nog door een leertraject. Sommige van zijn ideeen komen zo uit de jaren zeventig. Als je hem de vakbonden hoort aanmoedigen om hoge looneisen te stellen. Ik dacht dat het uitgestorven was. Het lijkt mij niet wat Duitsland nu nodig heeft. En dan druk ik me zachtjes uit.'

Na de val van de Muur, zegt hij was er tien jaar lang euforie over de overwinning van het liberale stelsel. “Nu komt de vraag: wat levert het op voor de gewone man?'

Vrije tijd, een magnetron voor iedereen, koerswinsten.

“Maar daar profiteren alleen de middenklasse en de hogere klasse van. Ik heb het over de gewone man. Veel mensen doen niet mee, hebben geen werk. Dat leidt tot onvrede. Die nonparticipatie zorgt voor een verschuiving. We gaan naar een model waarbij participatie een hoofdrol speelt.'

Denkt u?

“Hoop en verwachting lopen door elkaar. Sociaal was tot nu toe: een vervangend inkomen bieden. Dat moet worden: meedoen. In Europa is wat dat betreft nog een grote slag te maken. In Nederland zijn we op de goede weg.'

Vernieuwingen komen uit het bedrijfsleven en de maatschappij zegt Wijffels. “Er is een tijd geweest dat het primaat bij de politiek lag.

Dat is allang niet meer zo.'

U heeft met opzet een plek buiten de politiek gekozen?

“De plek heeft mij gekozen. Dat is me een aantal keren overkomen. Toen ik toe kon treden tot de hoofddirectie van de Rabobank, heb ik mijzelf de vraag gesteld: is er een mooiere plek dan deze? Het antwoord was: nee. Voor deze man is er geen mooiere plek.'

En dat gevoel had u nu weer, toen u gevraagd werd voor de SER?

“Zeker.'

Voelt u dat als genade, dat die plek u kiest?

“Ja zo voel ik dat.'

De ideale man op de ideale plaats. Iedereen zegt het. Wordt u daar niet doodmoe van?

“Ach, mensen zeggen van alles. Ze zeggen: ben je niet bang dat je het niet kunt waarmaken. Ik zeg: ik doe wat ik kan, zo goed als ik kan.' Hij lacht. “Zo simpel is het toch?'

En verantwoording legt u af aan de Hogere?

“Ja. Of beter: tegenover de Schepping. Het woord genade is al gevallen. Ik probeer ook met de genade mee te werken. Zo zit ik er wel in.'

Waarom aarzelt u bij het woord genade?

Hij zwijgt even. “Het is niet zo gebruikelijk om je ontvangend op te stellen. Het is gebruikelijker om te zeggen dat jij degene bent die het allemaal wel even doet.'