Grote belangstelling fotobeurs in Parijs

Duizenden mensen bezochten in Parijs de opening van de fotobeurs Paris Photo, een Nederlands initiatief. Een opmerkelijk jong publiek zorgde al snel voor een fors aantal rode stippen bij de aangeboden werken. Ruim vertegenwoordigd waren onder meer opnamen uit de jaren twintig en dertig.

Paris Photo is een Europese fotobeurs waar liefhebbers noch connoisseurs voortaan omheen kunnen. Duizenden mensen hebben onder de piramide van architect Pei, in het hart van het Louvre, de opening bezocht. Ze wilden misschien wel een 19de-eeuwse anonieme foto kopen van een gulden of duizend, maar mocht men daar een klein collage-achtig werk van Moholy-Nagy uit de jaren twintig hebben willen aanschaffen, dan kon dat ook. Kosten: 250.000 gulden.

De Nederlandse, culturele ondernemer Rik Gadella (1963) nam vorig jaar het initiatief tot een Europese fotobeurs, Paris Photo. Hij wilde jonge collectioneurs opvoeden en tegelijkertijd geroutineerde verzamelaars tevreden stellen. Dat lijkt vooralsnog gelukt.

Er doen dit tweede jaar bijna tweemaal zoveel galeries mee in het Carrousel du Louvre, een groot winkelcomplex onder het museum, en afgaande op de rode stippen, een uur na de opening gisteravpond, is Gadella in zijn opzet geslaagd. Er wordt, inderdaad ruimhartig gekocht, en vooral door een opmerkelijk jong publiek.

Vergeleken met vorig jaar brengen aanzienlijk meer galerieen hedendaagse fotografie: grote formaten, overwegend kleur, veel portretopnamen en foto's die geheel overeenkomstig de recente trends in de beeldende kunst, vooral gefixeerd zijn op het menselijk lichaam.

Een van de vier Nederlandse galeries, Ton Peek uit Utrecht, die vorig jaar ook al deelnam, brengt bijvoorbeeld zowel ijselijk gedetailleerde kinderportretten van Elsbeth Struijk van Bergen als homo-erotische getinte opnamen van de Brits-Nederlandse fotograaf Paul Couchman.

In bijna de helft van de galeries, die voor een derde uit Frankrijk komen - Amerika volgt als tweede en daarna Engeland, Duitsland, Nederland en Italie - komen we dit genre tegen.

Niet in de snapshot-achtige stijl die tot voor kort en vogue was, maar zeer gestileerd werk, dat met de junkie chic van Nan Goldin niets meer van doen heeft. Van Goldin was op de hele beurs maar een enkel werk te vinden.

De snapshot-fotografie was niet het enige afwezige genre. Ook de fotojournalistiek en de documentaire-fotografie laten het afweten. Ruim vertegenwoordigd daarentegen zijn opnamen uit de jaren twintig en dertig, de fotografie die in technisch, compositorisch en thematisch opzicht experimenteel was die getuigde van grote inventiviteit en onderzoeksdrift, zoals blijkt uit het werk van de Duitse fotografe Germaine Krull en haar landgenoot Paul Wolff.

Beide exposanten komen op een bijna museale presentatie flink aan bod bij de Franse galerie 1900-2000. En ook hun mede-exposanten mogen er zijn: de Fransman Hans Bellmer bijvoorbeeld, wiens griezelige ensceneringen met poppenlijven binnen een uur waren uitverkocht, de even onvermijdelijke als prijzige Man Ray, en de vooral zichzelf portretterende Francaise Claude Cahun, die dit keer met mysterieuze landschappen is vertegenwoordigd. Maar net zo gemakkelijk vind je op deze beurs hooggekwalificeerd werk van andere, vroeg-20ste eeuwse coryfeeen, zoals Tina Modotti, Charles Sheeler, Umbo, Blossfeldt en Stieglitz (bij Edwyn Houk uit New York), Ilse Bing, Edward Steichen en Jaromir Funke (de Zwitserse galerie Zur Stockeregg), Dorothea Lange en Lewis Hine (bij Howard Greenberg).

Zowel onder gevestigde als beginnende verzamelaars is met name dit vroeg 20ste-eeuwse werk zeer gewild en dus prijzig. Misschien is dit de verklaring voor het feit dat opmerkelijk veel jonge fotografen deze beroemde voorgangers stilistisch en thematisch imiteren, zoals klassieke naakten van Josephine Sacabo bij de Italiaanse galerie B & D, of de pseudo-romantische straattaferelen en Kertesz-achtige stillevens van de Japanner Tomio Seiko.

Wie de begeleidende teksten over het hoofd ziet, vergist zich gegarandeerd driekwart eeuw in de datering.

Hoe populair de authentieke vroeg-20ste eeuwse fotografie vooralsnog blijft, blijkt onder meer uit de prijsstijging die het werk van de Belgische fotograaf Pierre Dubreuill (1872-1944) ten deel zijn gevallen. Binnen een tijdsbestek van een jaar verdrievoudigde de waarde van zijn foto's, zodat nu de opname van een zittende ballerina geobserveerd door een heer met hoge hoed - een foto die de schilder Degas jaloers had gemaakt - voor twee ton kan worden aangeboden.

Maar voor veel minder geld is het mooiste werk van deze beurs te koop. Kenners raakten er niet over uitgesproken. Het ging over het werk van onbekende Catalaanse fotografen als Josep Sala, Jose Alemany en Emili Goder. In de jaren dertig en veertig maakten ze foto's van grote eenvoud, een schaduw van een zelfportret in het zand, een matroos die een scheepstrap afdaalt close-ups van simpel reclame-werk.

Effectbejag is hen vreemd geweest, stom toevallig lijkt hun werk tot het domein van de kunst toegetreden, en nu ook tot menige collectie. De Frans-Hongaarse galeriehouder Csaba Morocz die vorig jaar zijn fabuleuze verzameling onbekende Midden- en Oosteuropese fotografie in een mum van tijd verkocht deed nu opnieuw zeer goede zaken.

Bij de vijf Nederlandse deelnemers waren dan weliswaar minder rode stippen te zien, maar ook zij hadden over de publieke belangstelling niet te klagen, zoals een bloemstilleven van de vroeg-20ste eeuwse Leendert Blok bij uitgeverij Basalt en een bevroren landschap van Korrie Besems bij Flatland galerie. De belangstelling daar was zelfs zo groot dat er een exemplaar van de spectaculaire catalogus van Micha Klein, uitgegeven bij zijn tentoonstelling in het Groninger Museum, in een oogwenk was gestolen.

Kennelijk had de organisatie met dergelijke diefstallen al rekening gehouden. De liefde voor de fotografie is groter dan de inhoud van menige portemonnee. Niet voor niets werd bij de uitgang iedere bezoeker, ten afscheid, gefouilleerd.