Eerzucht basis van succes Niemann; Schaatskoningin leerde doelen stellen in voormalig DDR-systeem

In Hamar zette de Duitse allroundster Gunda Niemann (32) vorige week met twee World-Cup- overwinningen de toon voor het schaatsseizoen. Vandaag en morgen is Thialf het podium van de meest succesvolle schaatsster ooit.

Tussen de training in Thialf en de massage tijdens het televisieverslag van de voetbalwedstrijd Duitsland-Nederland lijkt Gunda Niemann een metamorfose te hebben ondergaan. Het blonde haar dat ze op het ijs in een staart draagt, danst in de lounge van het hotel los over haar schouders, het saaie schaatspak heeft ze verruild voor een strak zilverkleurig truitje en een zwarte broek. Niemann - wereldrecordhoudster op de vijf en de tien kilometer - mag dan zo sterk zijn als een man buiten de ijsbaan gaat elke vergelijking met het andere geslacht mank.

De Duitse staat aan de vooravond van de tweede wereldbekerwedstrijd in Heerenveen. Wie kan haar daar verslaan? Pechstein of Friesinger, De Jong of de verrassende nieuwkomer Groenewold? Niemann ligt er niet wakker van. “Nederlagen maken me sterk, met verliezen heb ik niks. Ik kan alleen maar dankbaar zijn dat ik zo vaak win.'

De laatste nederlaag kan Niemann zich niet meer herinneren. Wel de laatste “moeilijke periode' twee seizoenen geleden, tijdens de Revolutie van de Klapschaats. “Op mijn ouwe schaatsen kon ik het tempo niet meer bijhouden. Ik had goed getraind voelde me lekker en toch wilde het maar niet lukken. Ik heb eerst goed naar het nieuwe materiaal gekeken en bestudeerd hoe de anderen er op reden. De conclusie was dat ik zonder klapschaatsen geen enkele kans zou maken. Geen moment heb ik overwogen te stoppen. Wel heb ik me afgevraagd of ik het zou redden op de klapschaats, of ik de scherpte en het elan zou terugkrijgen, met het plezier dat daarbij hoort.'

Tonny de Jong profiteerde van Niemanns aarzelingen en werd Europees kampioene. Maar een paar weken later, in februari '97, herstelde Niemann bij de WK allround in Nagano haar hegemonie.

Op klapschaatsen prolongeerde ze haar wereldtitel en bij de Winterspelen won ze een gouden medaille op de 3.000 meter.

“Als ik een sport beoefen, ben ik eerzuchtig', zegt Niemann. “Ik rijd altijd van voren mee, bij de eerste vijf. Als ik twaalfde word, moet er een oorzaak zijn. In dat geval zijn anderen misschien sterker geworden. Maar het kan ook zijn dat ik het niet meer red en over m'n hoogtepunt heen ben. Mijn doel is steeds datgene te bereiken wat ik het seizoen ervoor hebt bereikt. Daar train je voor, daar haal je je motivatie vandaan. Elke overwinning geeft me nog plezier. Nee ik zou echt niet weten hoeveel wedstrijden ik heb gewonnen. Ik onthoud alleen de belangrijke titels.' Met zeven wereldtitels allround en zeven Europese titels is Niemann de Konigin im Eisschnellauf.

“Toen ik in het begin van mijn carriere won, kwam dat als een verrassing. Ik was total happy. Ik ben met schaatsen begonnen omdat ik het leuk vond, ik had er plezier in, meer dan in atletiek. Wereldkampioen en olympisch kampioen worden, dat was ondenkbaar. Later werd de vreugde anders, omdat het steeds moeilijker werd op dat niveau te blijven. De vreugde en de trots zitten dan van binnen', zegt Niemann, terwijl ze die uitspraak met de hand op haar hart illustreert. “Het heeft hier een plek gekregen.'

Die ene gouden olympische medaille in Nagano, naast twee zilveren medailles (op de 1.500 en 5.000 meter), was voor Niemann de verwezenlijking van een lang gekoesterde droom. Na haar eerste Winterspelen, in Calgary 1988, ging ze als Oost-Duitse nog zonder medailles naar huis. Vier jaar later won ze in Albertville goud op de 3.000 en de 5.000 meter en zilver op de 1.500. In 1994 was ze zo sterk, dat ze voor de Spelen in Lillehammer werd getipt voor driemaal goud.

In Noorwegen beleefde Niemann een van de grootste teleurstellingen door niet meer te oogsten dan zilver op de 5.000 en brons op de 1.500 meter. Als geen ander weet ze hoe Rintje Ritsma (goudloos) zich op de Spelen in Nagano moet hebben gevoeld. “Vier jaar heb ik ernaar toe gewerkt om die droom in Nagano uit te voeren. Journalisten hebben me er vaak vragen over gesteld. Maar over sommige dingen moet je niet praten. Driemaal goud in Nagano is nooit mijn doel geweest. Zo eenvoudig is dat niet. Al schaats je in het olympische seizoen nog zo goed, de Spelen blijven een bijzonder fenomeen. Ik had tegen mezelf gezegd: als je daar ten minste een gouden medaille kunt behalen, dan heb je iets groots gepresteerd.'

De kans is fifty-fifty, zegt Niemann, dat ze deelneemt aan de Olympische Spelen van 2002 in Salt Lake City. Ze is dan 35. “Het is mogelijk dat ik er dan nog bij ben.'

Dertigplusser Niemann is nog steeds de te kloppen schaatsster. “We wisselen elkaar af met overwinningen, het zit bij de vrouwen allemaal erg dicht bij elkaar en dat maakt het interessant. Daar ligt de uitdaging.' Niemann schiet in de lach na de vraag hoeveel collega's een fles champagne zullen opentrekken als zij stopt. “Ik denk dat we op een gezellige manier afscheid van elkaar zullen nemen.'

In de herfst van haar loopbaan denkt Niemann steeds vaker aan het leven dat haar na het schaatsen wacht. “Ik heb een paar dingen gedaan waar ik straks iets mee zou kunnen doen. Zo heb ik veel plezier beleefd aan het maken van drie afleveringen van een tv-programma voor een regionale zender. Fit in dem Fruhling heette dat, over hoe je fit de lente in kan gaan. Eetadviezen, gymnastiek, tips voor de aanschaf van een mountainbike.

Ik zou me kunnen voorstellen dat ik zulke dingen ga doen.'

Niemann zal vrijwel zeker haar carriere op het ijs een vervolg te geven als trainster. “Ik ben op mijn zeventiende begonnen met schaatsen en heb geen ideale start kunnen maken. Ik weet als geen ander hoe belangrijk techniek en een zuivere schaatsbeweging zijn. Dat wil ik straks graag op kinderen overbrengen. Het heeft mij vroeger aan tijd ontbroken om dat allemaal goed onder de knie te krijgen. Ik heb het op eigen kracht moeten leren, op erg oude en te grote schaatsen, aan alle kanten scheef en krom. Als je je het schaatsen op zulke dingen eigen moet maken, slijten er bewegingen in die er moeilijk uit te halen zijn. Ze gaven mij een paar schaatsen en zeiden, ga je gang maar. Zo'n start kan ik anderen besparen. Mijn eerzucht heeft me toen gered. Ik wilde goed zijn, ik wilde leren en ik heb gekeken hoe de anderen schaatsten. Toen zijn de fouten er ingesleten. Mijn eerste trainer zag echter dat ik waanzinnig eerzuchtig was en dacht dat er ondanks die slechte techniek toch nog wel wat van me te maken zou zijn.'

Hoe snel Niemann ook is, haar stijl is weinig oogstrelend. “Ik weet dat ik soms nog steeds niet schaats zoals het hoort. Ik doe te veel met mijn bovenlichaam, ik moet hoger gaan zitten.'

Denkend aan vroeger komt Niemann op haar jeugd in de DDR, als jongste uit een gezin van vier kinderen, woonachtig in Sondershausen bij Erfurt. “Met mijn twee broers en twee zusters was ik altijd bezig. Voetballen, over hekken klauteren, dwaze dingen. We brachten veel tijd door in de buitenlucht: die dingen hebben me sterk gemaakt, de natuur.' Ook haar ouders waren sportief: moeder deed aan verspringen, vader speelde voetbal.

Niemann was nog maar een kind toen hij het gezin verliet. “Dat heeft ons zelfstandig gemaakt. Mijn moeder werkte, die verdiende het geld, en kwam pas 's avonds thuis. M'n broers, zussen en ik hadden allemaal onze taken. Mijn oudste zus kookte de ander stofzuigde en maakte de bedden op, mijn broer moest ervoor zorgen dat alle apparaten in huis bleven functioneren. Ik poetste de schoenen moest ervoor zorgen dat die er allemaal netjes uitzagen.'

Op de vraag in hoeverre ze zich bijna tien jaar na de Wende nog Oost-Duitse voelt, zegt Niemann: “Gelukkig ben ik Duitse, maar ik kom uit de DDR. Dat zal altijd zo blijven. Maar ik vind het interessant dat ik beide levens ken. Ik ben groot geworden in de DDR, daar heb ik geleerd hoe ik moest trainen. Ik heb daar geleerd doelen te stellen en er zonder compromissen aan te werken. Dat is mijn sterke punt en daar heb ik mijn successen aan te danken. Dat gooi ik dus niet zomaar weg. Het systeem had als nadeel dat ik niet mezelf kon zijn en veel dingen heb moeten missen maar het had ook goeie kanten. Eigenlijk heb ik van beide werelden het beste in me.'

Nederland is voor Niemann een tweede thuis. “Ik geniet ervan als ik hier ben en vind het jammer dat zulk enthousiasme niet in Duitsland mogelijk is.' De antipathie bij Nederlanders wanneer Oranje tegen Duitsland voetbalt, is het schaatspubliek vreemd. Duitse schaatssters worden nergens harder toegejuicht dan in Thialf, door Nederlands publiek. “Ze zongen zelfs een keer het Duitse volkslied mee. Daar kreeg ik kippenvel van.'