Een staatsbedrijf ontmanteld

Op vrijdag 30 oktober zaten duizenden Congolezen gespannen aan hun radiotoestel. Die dag onthulde de Belgische journaliste Marie-France Creau voor de microfoon van La Voix de l'Amerique, de Franstalige zuster van de Voice of America, de inhoud van een akkoord dat op 3 september was ondertekend in de Congolese hoofdstad Kinshasa. Contractpartijen: het Congolese staatsmijnbouwbedrijf Gecamines en Ridgepoint Overseas Development Ltd., een firma gevestigd op de Britse Maagdeneilanden.

In het contract verwerft Ridgepoint 80 procent van de aandelen in Groupe Centre, een vijftal koper- en kobaltmijnen en een raffinaderij alle in de provincie Katanga en tot dat moment eigendom van Gecamines. Het Congolese staatsbedrijf neemt in het contract genoegen met 20 procent. Gecamines levert voor de duur van het contract - tien jaar - de mijnen en het personeel, Ridgepoint neemt de investeringen en productiekosten voor zijn rekening.

Ridgepoint is eigendom van Billy Rautenbach een staatsburger van Zimbabwe, die in Zuid-Afrika woont. De Rautenbachs zijn een gegoede blanke familie, eigenaren van een groep ondernemingen in het wegtransport en de autohandel, die opereren in Zimbabwe, Botswana en Zuid-Afrika. Billy Rautenbach was in januari van dit jaar de eerste Zimbabweaan die in Congo een mijnbouwcontract afsloot. Hij verwierf toen van Gecamines de concessierechten voor de Katangese kobaltmijn Kabamba Nkola, in de buurt van Likasi, die volgens ingewijden maandelijks 150 ton kobalt produceert, bij de huidige wereldmarktprijzen goed voor 6 miljoen dollar. Ridgepoint is de eerste, nog jonge mijnbouwpoot van het Rautenbach-imperium.

De handtekeningen onder de overeenkomst van 3 september zijn, zacht gezegd, eigenaardig. Namens het Congolese staatsbedrijf Gecamines tekenden zijn president-directeur, Mbaka Kawaya Swana en diens tweede man, Yumba Monga. Voor Ridgepoint tekende niet alleen Billy Rautenbach, maar ook “Pierre-Victor Mpoyo, minister van Staat toegevoegd aan het kabinet van de president'. Mpoyo is een persoonlijke vertrouweling van president Laurent-Desire Kabila en een zeer machtig man in het huidige Congo. “Bij wijze van goedkeuring door de regering' tekende de gouverneur van Katanga, Augustin Katumba Mwanke.

Dit alles is hoogst ongebruikelijk en volgens kenners van het Congolese recht zelfs onwettig. Als Gecamines een joint venture aangaat met een particuliere onderneming sluiten beide partijen eerst een voorlopig akkoord. Dat wordt voorgelegd aan de minister van Mijnbouw (die het onderzoekt op zijn technische merites), die van Financien (voor de fiscale aspecten), de minister van Planning (die nagaat of het strookt met de wet op de investeringen) en die van Staatsbedrijven. Vervolgens wordt het ontwerp besproken in de ministerraad. Pas dan wordt het kabinet van de president ingeschakeld. Dat Mpoyo, die rechtens optreedt namens Kabila, zijn handtekening zette als particuliere contractpartij is onbegrijpelijk. Al even vreemd is dat de gouverneur van Katanga optrad namens de staat, want Gecamines is een staats-, geen Katangees bedrijf.

In de bewuste radio-uitzending werd Mpoyo telefonisch aan de tand gevoeld. Hij wist niet dat de interviewer beschikte over een kopie van de overeenkomst en was hoorbaar uit het veld geslagen. “Hoe komt U daaraan?' stamelde hij, “dit is een strategisch akkoord. Alle ondernemingen hebben geheimen, al hoeven ze zich daar helemaal niet voor te schamen.' Mpoyo suggereerde dat het document was gelekt door medewerkers van Gecamines: “Als die mensen te lui zijn om te werken, is dat hun probleem, maar dan hoeven ze nog geen problemen te maken. Er moeten mijnen worden gerehabiliteerd en anderen zijn daar nooit toe in staat geweest.'

Gevraagd waarom hij namens Ridgepoint, de particuliere contractpartij, had getekend, zei Mpoyo: “Het is een particuliere onderneming, maar hij behoort toe aan een officiele instantie. Rautenbach heeft hier niets over te zeggen, dit is een Congolese zaak.' Mpoyo wilde niet zeggen welke Congolezen meededen, hij repte van “individuen die een louter technische onderneming hebben en een Zuid-Afrikaan die slechts 20 procent van de aandelen heeft'.

“De rest is van Congo', zei de bewindsman. De Congolese staat? Mpoyo: “Overheid en particulieren, maar daar ga ik verder niet op in; ik wens hier niet terecht te staan.'

Op 8 november benoemde president Kabila bij decreet een nieuwe raad van bestuur voor het staatsbedrijf Gecamines. President-directeur en daarmee eerste man met een voorlopig mandaat van zes maanden: de Zimbabweaan Billy Rautenbach. De zakenman blijft intussen leiding geven aan de op 3 september opgerichte joint venture van Gecamines en Ridgepoint.

Enkele Congolese kranten repten van “uitverkoop van het nationale erfgoed', temeer daar Ridgepoint krachtens het akkoord volledig recht kan doen gelden op het eindproduct, verantwoordelijk is voor de verkoop en dus ook de inkomsten opstrijkt. De vijf mijnen en de raffinaderij vormen de hoeksteen van wat er na tientallen jaren van wanbeheer en onderinvestering nog rest van Gecamines, in zijn hoogtijdagen de belangrijkste deviezen- en inkomstenbron van de Congolese staat.