Een chip voor trein, bus, tram en metro

Reizigers in het openbaar vervoer moeten vanaf 1 januari 2000 door heel Nederland kunnen betalen met een chipkaart voor trein, bus, tram en metro. Hiertoe dienen bestaande chipkaarten als bankpas, Postbank-chipper en ANWB-klantenkaart te worden uitgerust met een openbaar-vervoersfunctie.

Dat hebben alle zeventien openbaar-vervoerbedrijven gisteren met elkaar afgesproken. De bedoeling is dat de kaart zowel door een afleesgleuf kan worden gehaald als voor een elektronisch oog kan worden gehouden.

De totale kosten bedragen volgens een berekening van twee jaar geleden ongeveer 500 miljoen gulden. Projectleider G. Klomp rekent op een forse bijdrage van minister Netelenbos (Verkeer). Hij baseert zich op een mededeling van Netelenbos aan de Tweede Kamer, waarin ze liet weten te willen experimenteren met een chipkaart voor het openbaar vervoer.

Voordeel van de kaart voor de vervoerbedrijven is dat zij het reisgedrag van ieder individu nauwkeurig in kaart kunnen brengen. Daarnaast kunnen zij veel meer prijsvariatie aanbrengen. Zo krijgen zij de mogelijkheid abonnementhouders die reizen buiten de spitsuren een korting aan te bieden. Voordeel voor reizigers is dat zij met een betaalmiddel terecht kunnen in al het openbaar vervoer.

Het ministerie wil af van de strippenkaart. Volgens een verdeelsleutel krijgen de vervoerbedrijven ieder hun deel van de opbrengst van de verkoop van strippenkaarten.

De chipkaart, waarmee geregistreerd wordt hoeveel reizigers van welk traject gebruik maken, geeft de mogelijkheid de opbrengsten direct te verrekenen. Vervoerbedrijven kunnen zo verantwoordelijk worden voor hun eigen winst, een belangrijke voorwaarde voor de door de overheid gewenste verzelfstandiging van het openbaar vervoer.