ECOLOGISCHE TEELT EN BEMESTING LEGGEN MEER CO2 VAST IN GROND

Ecologische landbouwmethoden kunnen een belangrijke rol spelen in de bestrijding van het broeikaseffect, zeker als daarbij groenbemesting wordt toegepast. Dat concluderen Amerikaanse onderzoekers na een vergelijk van een conventionele en twee 'alternatieve' methoden voor de teelt van mais en soja in vruchtwisseling. De alternatieve teeltmethoden legden veel koolstof en stikstof in de bodem vast, vooral als ook veel stalmest werd ingezet (Nature, 19 november).

Onderzoeker L.E. Drinkwater c.s. vergeleek conventionele teeltmethoden waarbij twee hectaren grond (in de VS) 15 jaar lang volgens moderne landbouwmethoden (met kunstmest en pesticiden) afwisselend met soja en mais werden beteeld met alternatieve landbouw op even grote oppervlakten waarop eveneens regelmatig mais en soja werden geteeld. Maar volgens een teeltplan waarin ook ruimte was voor andere gewassen en een mineralenbeleid waarbij de aan de bodem onttrokken stikstof ofwel met behulp van groenbemesting (met stikstofbindende vlinderbloemigen als klaver) ofwel door groenbemesting plus stalmest (van stierkalfjes die leefden van gras en klaver die van de onderzochte grond kwam) werd gecompenseerd. Bij de laatste twee methoden ontbrak elk gebruik van kunstmest of bestrijdingsmiddelen. De conventionele methode leverde gemiddeld over de tijd en het oppervlak tien procent meer opbrengst aan bovengrondse plantendelen dan de twee andere, die elkaar niet veel ontliepen.

Van belang is dat het koolstofgehalte van de grond onder vijftien jaar ecologische teelt significant steeg, terwijl deze onder de meer gangbare teeltmethode praktisch gelijk bleef ondanks het feit dat bij de laatste wel steeds de onbruikbare delen van het gewas (stro en loof) terug in de bodem werden gewerkt.

Vooral bij gebruik van stalmest steeg het koolstofgehalte van de grond; kennelijk bevindt de koolstof zich in de mest in een vorm die niet snel wordt afgebroken. Als de alternatieve teeltmethode overal in de VS zou worden ingevoerd waar mais en soja in gebruik zijn, zou 1 a 2 pocent van het Amerikaanse verbruik aan fossiele brandstof worden gecompenseerd.

Ook voor de verhoging van het stikstofgehalte van de bodem bleek de stalmest een goed middel, beter dan uitsluitend groenbemesting.

De conventionele methode onttrok netto stikstof aan de teeltlaag, waarschijnlijk doordat daaruit veel stikstof weglekte naar de onderlaag (buiten het bereik van de wortels).

De conclusie is, zeggen de onderzoekers, dat het koolstof- en stikstofgehalte van de bodem niet uitsluitend wordt bepaald door de netto-toevoer van koolstof of stikstof, zoals een oude leerstelling wil. Doorslaggevend is in welke chemisch gebonden vorm de elementen naar de bodem terugkeren. Hoe algemeen geldend de Amerikaanse bevindingen zijn is onduidelijk. Omdat uitgerekend twee elementen (koolstof en stikstof) zijn onderzocht die kringlopen met een atmosferische component doorlopen, is het gevonden resultaat waarschijnlijk min of meer onafhankelijk van de bodemgesteldheid. Maar als de onttrekking van fosfor en kalium aan de bodem niet met kunstmest wordt gecompenseerd, moet toch, afhankelijk van de grondsoort, vroeg of laat een tekort ontstaan. Daar komt bij dat een land als Nederland geen grootschalige teelt van soja kent - soja is zelf ook een symbiotische stikstofbinder. In een begeleidend commentaar in Nature wordt niettemin gesuggereerd dat voor Britse tarweteelt dezelfde gunstige resultaten zijn gevonden.