Droomhuizen op de Westelijke Jordaanoever; Economische kolonisten laten 'Wye' gelaten over zich heen komen

De joodse nederzetting Toqua zal binnenkort grenzen aan autonoom Palestijns gebied. De meeste kolonisten vestigden zich hier om er prettig te leven, niet uit politiek idealisme. Oorlog hangt in de lucht, maar zij willen met rust gelaten worden. 'En, toegegeven, de Arabieren zijn nog nooit de berg op gekomen.'

Over een paar weken komt zone A, Palestijns autonoom gebied, aan de voet van onze berg te liggen.' Bovenop die berg staat Peter, naast zijn huis in de joodse nederzetting Teqoa. In het dal liggen Palestijnse dorpen en olijfgaarden. Je hoort de muezzins van de moskeeen beneden in canon oproepen tot het gebed. In de verte zie je de Palestijnse stad Betlehem liggen. Peter (51), een tijdschriftredacteur met een getrimde rossig-grijze baard, voelt zich 'belegerd'. Maar tegelijkertijd zegt hij dat de huidige Israelische troepenterugtrekking van 13,1 procent waartoe premier Netanyahu zich in de Wye-interimakkoorden in oktober verplichtte niets uitmaakt. De eerste fase is gisteren begonnen. “Elke dag reis ik voor m'n werk naar Jeruzalem. Wij allemaal, hier. En dan passeren we zone A. De Arabieren kunnen nu ook al op me schieten.'

Peter, die wegens de politieke gevoeligheid van het onderwerp 'nederzettingen' niet met zijn echte naam in de krant wil, laat staan met een foto, behoort tot de zwijgende meerderheid der joodse kolonisten in de Westelijke Jordaanoever: de 52 procent die zichzelf in opiniepeilingen omschrijft als 'economisch' kolonist. De meeste van deze kolonisten haten 'Wye', maar laten de gevolgen ervan gelaten over zich heenkomen.

Peter en zijn vrouw Shulamit kwamen in 1984 in Teqoa wonen omdat het goedkoop was en lieflijk - 'een paradijs', zegt hij, waar meest Amerikaanse families woonden seculieren en religieuzen tezamen, een schoolvoorbeeld van gemeenschapszin. Niemand doet hier zijn deur op slot, iedereen loopt bij elkaar binnen om iets te vertellen of een zaag te lenen.

Het was comfortabel pionieren, niet ver van Jeruzalem, waar de meesten werken en waar de kinderen naar school gaan.

“Het is hier suburbia', zegt Peter, die er in zijn geblokte hemd uitziet als een bedaard geworden hippie, “maar dan mooier en vriendelijker.' Politieke overwegingen speelden voor hen geen rol. Teqoa, dat in 1977 werd gesticht door de linkse Arbeidspartij die toen aan de macht was, 'was' immers Israel. Daar twijfelden in die dagen maar weinigen aan.

Militanten

In de media hoor je dezer dagen kolonisten druk fulmineren tegen het vredesproces. De meeste aandacht krijgt een handjevol militanten die de laatste weken acht nieuwe nederzettingen hebben gesticht om te voorkomen dat lege bergtoppen straks “ook nog aan de Arabieren worden verkwanseld'. Peter sympathiseert met hen, wilde dat hij de moed had om hetzelfde te doen. In plaats daarvan ziet hij met lede ogen 'het onheil' naderen. Hij wil wel voor zijn huis vechten, maar geen nieuwe bouwen omwille van de principes. Met vier kinderen kamperen in een caravan zonder gas, water en licht, onder constante bedreiging? Nee. Als zijn familie in Teqoa kan blijven wonen, gaat hij niet tot actie over.

Jazeker, Peter is tegen het vredesproces. Judea en Samaria, zoals hij de Westelijke Jordaanoever noemt, is volgens hem 'joods land', waarover Palestijnen geen zeggenschap dienen te krijgen. Het idee dat dat nu wel gebeurt, geeft hem 'this terrible sinking feeling'. En zijn buurman Yossi Tempelman, die bij de bushalte zit te wachten op zijn moeder die uit Netanya komt, vergelijkt zichzelf met een “vis in een aquarium waar ze langzaam het water uit laten lopen'. Er komt oorlog, zegt Peter.

Het leger is twee weken geleden begonnen bunkers te bouwen, met loopgraven, aan de rand van Teqoa - overal liggen voorgegoten stukken beton klaar om de grond in te gaan.

Het was niet het idee van de Teqoanen, maar van het leger. De fortificaties geven hun het gevoel dat ze niet alleen zijn, dat ze beschermd worden, en tegelijkertijd voedt het hun angst dat de oorlog daadwerkelijk in de lucht hangt. Maar, zegt Peter, of je de Palestijnse dorpen en steden nu in zone A (autonoom), zone B (deels autonoom) of zone C (onder Israelisch gezag) indeelt, maakt niets uit. Volgens de Wye-akkoorden wordt zone A de komende maanden uitgebreid van 4 naar 18 procent, en zal zone B straks 27 procent bedragen. De rest blijft tot nader orde C, en daartoe behoren onder andere Teqoa en de circa 160 andere nederzettingen in Gaza en de Westelijke Jordaanoever. Peter haalt zijn schouders op: “Dit alfabet-land verdoezelt de werkelijkheid. Een Arabier die mij wil doodschieten, kijkt heus niet eerst of hij in zone A staat. Vanuit zone C schiet hij net zo goed.'

Maar hij peinst er niet over om tegen premier Netanyahu's vredespolitiek te protesteren. Hij is blij met Netanyahu. En de andere Teqoanen niet minder. De afgelopen twee jaar sinds de Likud-partij aan de macht is, hebben zij namelijk veertig huizen gebouwd. De meeste zijn al bewoond. Witte middenklassehuizen met rode daken, alle vrijwel eender. De bewoners zijn bezig tuintjes aan te leggen. Tussen hun stationwagons staan kinderwagens geparkeerd. Drie jaar geleden woonden hier tweehonderd families. Het zijn er nu 230. Aan de westkant met zicht op Betlehem, en aan de oostkant, tussen Teqoa en het Haritun-ravijn dat uitkomt op de Dode Zee, worden nog eens veertig percelen gereedgemaakt voor bebouwing. Ze zijn al bijna allemaal verkocht vooral aan kolonisten uit de grote nederzetting Efrat waar de prijzen aanmerkelijk hoger liggen, acht kilometer verderop.

Efrat ligt dichter bij Jeruzalem, en wordt velen te duur en te druk. De pizzabezorgers uit Jeruzalem scheuren er nu al over straat. De stad rukt op. Suburbia, kortom, ook.

Hier in Teqoa kunnen ze zelf, met gunstige overheidsleningen, een droomhuis bouwen met adembenemend uitzicht - al is dat in strijd met de mondelinge toezegging die Netanyahu in Wye volgens aanhoudende geruchten aan de Amerikaanse president Clinton deed dat er 'alleen rijtjeshuizen' zullen worden gebouwd, die een 'voortzetting zijn van een bestaande rij'. Onder Netanyahu's voorgangers van de Arbeidspartij, Rabin en Peres, bouwden de Teqoanen illegaal: ze zetten een stacaravan neer en bouwden er muren omheen, zodat ze bij een inspectie altijd konden zeggen: “Het is nog steeds een caravan, dus we bouwen niet!' Dat gebeurde alleen aan de oostkant, het eind van de bebouwde wereld, in de ijle lucht boven het ravijn, zodat niemand het zag.

Het enige dat ze van Rabin en Peres kregen, merkt Peter op, is een begraafplaats. Aan de westkant ook nog, duidelijk zichtbaar voor de Palestijnen in de verre omtrek. Volgens hem stond Teqoa toen zelfs nummer 7 op een geheime 'hitlijst' van 25 nederzettingen die op de nominatie stonden om te worden opgeruimd. “Hoe kunnen wij nu op Netanyahu schelden als hij ons onze gang laat gaan? Zelfs mijn vrouw, die lid is van de kolonistenbeweging 'Vrouwen in Groen', en die stemt op een partij die alle Arabieren naar Jordanie wil verhuizen, is rustig de laatste tijd. Ze heeft ineens tijd voor een opleiding tot toeristengids.'

Peter loopt over keurig geveegde paden naar zijn vriend Dov Levy Neumand, een voormalig soldaat uit het Franse vreemdelingenlegioen die sinds 1985 in Teqoa woont.

Dov, die zelfgemaakte rode wijn verkoopt in een kolonistenwinkel in Jeruzalem, heeft eigenhandig van rotsblokken en hout een soort Pippi-Langkous-huis gebouwd. Hij wil niet in een 'standaarddoos met rood dak' wonen, zoals de anderen. “Niet alleen in de steden, maar ook in de nederzettingen leven mensen nu in dozen', zegt hij mismoedig alsof Teqoa al bijna 'Paradise Lost' is geworden. En misschien is dat wel zo: ook hij denkt dat de oorlog gauw uitbreekt.

Dov gaat vanuit zijn panoramische torenkamer tekeer tegen 'die terroristen' uit de Palestijnse dorpen beneden, die “ons water stelen en Kalasjnikovs verzamelen om ons allemaal uit te moorden. Het staat allemaal in Mein Kampf'. Nee, net als Peter heeft Dov geen contact met de Palestijnen uit de omliggende dorpen. Hij kijkt wel uit, veel te eng. De PLO-kantoren daar zitten vol wapens zo leest hij in de krant. Het Wye-akkoord is voor hem net zo verraderlijk als Versailles, met dat verschil dat Israel ook nog “50.000 terroristen aan de andere kant bewapent'. Israeliers zijn schapen, zegt Dov, die moeten vechten tegen wolven - en hij heeft niet de roeping om schaap te zijn. Maar ook hij laat het bij boze woorden. “Wat kunnen we doen? Als we Netanyahu ten val brengen, krijgen we zeker die Arbeidsregering weer?!'

Machinegeweer

De fut is uit de kolonistenbeweging, zegt Peter terwijl hij terugloopt naar zijn eenvoudige bungalow waar hij, als een van de weinigen in de buurt, nog geen extra verdieping op heeft gebouwd. Kolonisten weten niet meer tegen wie ze moeten aanschoppen. Zelfs de Raad voor Joodse Nederzettingen in Judea en Samaria heeft deze week gezegd dat de regering-Netanyahu in geen geval ten val moet worden gebracht.

O ja, ze bereiden zich voor op het ergste. In Teqoa is een nieuw sneeuwbal-telefoonsysteem bedacht voor als er onraad dreigt. Er is nu een ambulancedienst. In plaats van persoonlijk de wacht te lopen 's nachts hebben de bewoners onlangs uit eigen zak een bewakingsdienst ingehuurd. Net als elders.

Niemand praat over verhuizen, of mogelijke financiele vergoedingen van de overheid waarmee ze hun huis hier kunnen verruilen voor een vergelijkbaar onderkomen in Israel zelf. In sommige nederzettingen worden daar debatten over gevoerd. Maar in Teqoa is het leven veel te goed. En, toegegeven, de Arabieren zijn nog nooit de berg op gekomen. Het aantal aanvallen op kolonisten neemt zelfs af - Peter heeft tenminste al in geen tijden een steen op zijn autoruit gekregen. Hij rijdt niet meer met een machinegeweer naar zijn werk, maar slechts met een pistool. De dagen dat Palestijnse jongeren hem en zijn vrouw bij terugkeer van de tandarts van de weg drukten en hij in de lucht schoot om ze weg te jagen, lijken lang voorbij. “Maar als er onheil komt, en dat komt er, zijn we er geweest. Ik bewonder de joden in Hebron en de kolonisten die afgelopen weken nieuwe nederzettingen hebben gesticht. Die vechten tenminste voor hun principes. Maar zij zijn in de minderheid. De meerderheid eet geen stenen bij het ontbijt, zoals zij. Wij zijn suburbia, wij zitten hier omdat het goedkoop is en fijn, niet wegens de idealen. Wij openen nog eens een website over Judea en laten ons met nieuwe huizen de mond snoeren. Geloof me, we plegen zelfmoord.'