De natuur veranderd in nutteloze kunst; Christo en Jeanne Claude pakken in Zwitsers park 160 bomen in

Al in 1966 pakte de van oorsprong Bulgaarse kunstenaar Christo zijn eerste boom in, maar van een groot bomenproject is het nu pas gwkomen in een park bij museum Beyeler in het Zwitserse Reihen. Anders dan gebouwen stellen bomen hem voor verrassingen, zegt Christo.

Wie het Beyeler Museum in Riehen nadert, ziet de eerste grijze boomkruinen pakketten al opdoemen. Het gebouw van Renzo Piano, dat sinds vorig jaar zo organisch door het Baselse landschap is opgenomen, is nu duidelijk gemarkeerd. De eerste Christo-bomen langs de weg doen veel kunstmatiger aan dan het lage museum in de heuvelplooi. Het is de meester-inpakker weer eens gelukt. De kunstenaar, die eerder de Pont Neuf in Parijs en de Rijksdag in Berlijn inpakte, heeft geen halt gehouden voor levende objecten. De eeuwige rivaliteit tussen kunst en natuur is door Christo meesterlijk omzeild. Geen contrast tussen beeldhouwwerken en bomen, zoals in brave beeldenroutes. Geen spanning tussen sculpturen en struiken, maar gewoon inpakken, die handel. Christo's nieuwste project is even brutaal als briljant.

Een gestage stroom autochtonen trekt langs de terreinen waar Christo's team bezig is 160 bomen met doek te omhullen. Door de half transparante grijze jute om de boomkruinen blijven de contouren van de takken zichtbaar. Restjes blad tekenen zich door de grijze voile af tegen de dreigende lucht. Nog niet ingepakte bomen dragen een nummer. Ook zij zullen ten prooi vallen aan de gelaarsde mannen met touw en doek. Onder de inpakkers die het terrein doorkruisen, loopt de meester zelve. Zichtbaar in zijn element beent hij over zijn project.

In 1966 pakte hij zijn eerste boom in, in het Van Abbe Museum in Eindhoven. Maar pogingen grootschalige bomenprojecten te realiseren bleven vruchteloos. Maurice Pappon, toenmalig prefect van Parijs, durfde het niet aan de Champs-Elysees een ander aanzien te laten geven. Ook in Amerika was men huiverig voor de consequenties voor de natuur.

Maar zie, ook in overdrachtelijke zin werkt het inpakrecept nu. In plaats van protesten van de milieubeweging, kreeg het project de hartelijkste ondersteuning van World Life Fund en Greenpeace, die op de tentoonstelling gezamenlijk fondsen werven voor hun acties voor het behoud van het regenwoud. Ook Riehen vindt het prachtig. Het project van de Christo's - sinds 1994 tekent zijn vrouw Jeanne Claude als medekunstenaar - wordt breed gedragen. Van gemeenteraadslid tot huisvrouw, van vrijwilliger tot de plantsoenendienst, vol verwachting ziet men de honderden duizenden komen. Nergens een wanklank. Museumeigenaar Ernst Beyeler spreekt tegenover de pers zelfs van 'Riehens periode voor en na Christo.' Op de persconferentie voert mevrouw Christo het woord. Hun werk is wat het is het heeft geen doel, geen functie, geen nut, geen boodschap. Het zijn gewoon kunstwerken. Vragen? Kort graag, want deze tijd gaat af van de zuivere inpaktijd van het team.

Inderdaad waren donderdag, toen tweehonderd vertegenwoordigers van de pers met rode neuzen door de waterkou stapten, nog zeker de helft van de bomen in het museumpark zonder omhulling. Duidelijk tekenen zich de meer kubistische vormen af, die Christo heeft gekozen voor de grootste bomen, het verst van het museum verwijderd. Langs de beek, op maar enkele meters van de Duitse grens staan een paar reuzen met vierkante kruinen. De rij ernaast is nog gewoon boom. Het verpletterende effect van rijen grijze sculpturen is alleen midden op het weiland bereikt, waar aandoenlijke, niet omhulde stammen een nieuwe grijze vracht torsen. Ook de noordkant van het museum is klaar. Niet toevallig, want hier loopt de 'magie der bomen', zoals de titel van het project luidt, over van binnen naar buiten.

Hier wordt zichtbaar hoezeer Christo's werk aansluit bij de inhoud en architectuur van het museum. Renzo Piano heeft namelijk de kopse kanten van het museum van glazen wanden voorzien. Beyelers modern klassieke werken in deze zalen - Giacometti's sculpturen, Monets waterlelies - moeten zich normaal ook al meten met de natuur buiten. Voor de doeken van deze tentoonstelling geldt dat nog veel sterker. De bomen van Magritte, Mondriaan en Soutine krijgen uitroeptekens door Christo's sculpturen buiten. Samensteller Beyeler blijft trouw aan zichzelf en plaatst tussen binnen en buiten etnografische, houten beelden die met hun oervormen wonderwel aansluiten bij het bomenthema. De dialoog tussen binnen en buiten is even mooi in de benedenzaal. Hier plaatsen hedendaagse kunstenaars als Richard Long en Giuseppe Penone hun subtiele bomeninstallaties tegenover het luidruchtige spektakel buiten. Hoewel de ruimte grenst aan het weiland waar straks het mooiste bomenpanorama te zien zal zijn, laat het hoge raam geen direct contact toe. En zo kan de tengere Richard Laub zijn installatie 'Dennenstuifmeel', een geel vlak van 8 bij 10, rustig verder bestuiven, terwijl drommen mensen buiten rondlopen.

In de zalen met de permanente collectie is het contact met Christo's sculpturen meer terloops. Een paar zalen hebben smalle doorkijkjes naar het weiland waardoor een grijze ellips buiten een nieuw licht werpt op de Magritte waar je juist voor staat. Voor het volle panorama neem je plaats op een van de witte sofa's in de lange hal naast de expositieruimte. Het raam beslaat de hele lange kant van het museum.

Op de valreep van de persconferentie vaart er ineens vuur in Christo. Wat zo spannend is aan deze bomen, is dat ze allemaal anders uitpakken.

Bij gebouwen kun je alles precies calculeren en weet je hoe ze eruit gaan zien. Hier kun je nog boetseren. Elke boom heeft zijn eigen karakter en dicteert zijn eigen vorm. Sommige zijn speels als kinderen, andere zijn streng en star. Het blijft tot op het laatst spannend.