DE GRIJZE MENS ONTSNAPT; School moet verbeelding telkens een stapje verder helpen

Het is gevaarlijk om een leerling het stempel van een bepaalde leerstijl te geven. Een lezing over literatuur en onderwijs. En fantasie

LITERATUUR EN leren hebben veel met elkaar te maken. Sterker nog het is zelfs mogelijk om het tegenwoordig zo populaire 'zelfstandig leren' in verband te brengen met schrijverschap. Ik haal mijn voorbeelden uit de Franse literatuur, omdat ik die het beste ken. Albert Camus, kind van armelui, won in 1957 de Nobelprijs voor de literatuur. Kort nadat hij dat nieuws vernam, schreef hij een brief aan zijn onderwijzer. 'Beste Meneer Germain', zo schreef Camus. 'Men heeft mij zojuist een te grote eer gegeven, waarop ik in het geheel niet uit was. Maar toen ik dat vernam gingen mijn eerste gedachten uit naar mijn moeder, en naar u. Zonder u zonder die vriendelijke hand die u reikte aan dat arme jongetje dat ik was, zonder uw onderwijs, en uw voorbeeld, was er niets van dat alles terecht gekomen. (...) Ik omhels u met al mijn kracht.' (De brief is afgedrukt achterin Camus' laatste, onvoltooide roman Le premier homme.)

Van zo'n brief droomt natuurlijk elke leraar. Camus vindt dat hij zijn schrijverschap dankt aan zijn onderwijzer. Die heeft voor hem een wereld van kennis, literatuur en verbeelding geopend. Maar in zijn antwoord aan 'mon petit Camus' beschrijft meester Germain op zijn beurt enkele kwaliteiten van zijn leerling die diens succesvol auteurschap mede kunnen verklaren: 'Je hebt altijd een instinctieve voorzichtigheid getoond bij het ontwarren van je aard en je gevoelens. Daarin was je heel goed omdat je tegelijk direct was en eenvoudige oplossingen koos.'

Het kan ook anders. We gaan naar de fictie en maken kennis met AZIZ, te vondeling gelegd in een Citroen AMI-6. AZIZ wordt geadopteerd en opgevoed door zigeuners in Marseille. De roman van Didier van Cauwelaert Un aller simple ('Een enkele reis') vertelt hoe AZIZ, van wie men vermoedt dat hij Arabier is, van school gestuurd werd en 'probleemjongere' is geworden.

Een prestigieus project van de Franse Staat voorziet in een 'begeleide' terugkeer naar het moederland. Probleem is: dat moederland bestaat niet voor AZIZ, zijn afkomst is onbekend. Geen nood, AZIZ schept een verbeelde geboorteplek rond de stad Irgizh en doet dat zo levensecht dat zijn Begeleider van Staatswege er zowaar in trapt. AZIZ dankt deze verbeelding aan zijn aardrijkskundeleraar. Die heeft hem een atlas cadeau gegeven toen hij van school werd gestuurd. In die atlas staat de Noord-Afrikaanse legende van de 'Grijze Mensen', een gemeenschap die in een verborgen vallei leeft.

AZIZ verzint dat hij de eerste Grijze Mens is die naar Marseille is gekomen. Uiteraard wordt hij door de ambtenaar bestookt met vragen over zijn geboorteplek. Die kan hij allemaal beantwoorden. Maar een Nobelprijs wint AZIZ niet. En na veel omzwervingen keert hij als illegaal weer terug naar Frankrijk. Toch zou AZIZ, als de school hem meer had kunnen bieden dan een aardige aardrijkskundeleraar het misschien wel tot schrijver hebben geschopt, in elk geval tot schrijver van zijn eigen leven. De verbeeldingskracht was er, en ook de ontdekking dat een cultureel artefact, in dit geval de legende, een instrument kan worden voor eigen zingeving. Dankzij de legende ervoer AZIZ hoe zinvol het kan zijn de werkelijkheid zoals-die-is te zien als veranderbaar. Zo kon hij even de koers van zijn leven zelf bepalen. Camus deed die ervaring op in de school, door de toegangssleutels tot de literaire wereld die meester Germain hem verschafte.

Wat wil ik nu zeggen met deze twee voorbeelden? In ieder geval dat auteurschap een aardige metafoor is voor de richting die we met zelfstandig leren, in het Studiehuis en de Tweede Fase in het voortgezet onderwijs, zouden kunnen inslaan.

Want verbeelding is een belangrijke voorwaarde voor zelfstandigheid. In het Studiehuis moet de leerling 'auteur' worden van zijn eigen leerweg door culturele artefacten als kennis, literatuur techniek en geschiedenis, te verbinden met het eigen leven. Maar het probleem is dat we niet weten wat er zal gebeuren met kansarme en allochtone leerlingen, zoals Camus en AZIZ.

Er is wel recent onderzoek waaraan we in dit verband enkele interessante inzichten kunnen ontlenen. Ik heb het dan over 'cross cultural' onderzoek onder 16-19-jarigen in verschillende landen waaruit blijkt dat hun leerstijlen in nauw verband staan met de culturele setting van hun land of etnische groep. Zulk onderzoek heeft plaatsgevonden in verschillende landen, zoals Schotland, Zweden, Hong Kong en Australie. In elk land werden overwegend twee typen leerders gevonden: leerders met een 'diepte-aanpak' en leerders met een 'oppervlakte-aanpak'. Alleen, in Aziatische landen bleek de oppervlakte-aanpak dominanter dan in de westerse landen.

UIT HET HOOFD

Een oppervlakte-leerder is iemand die niet echt geinteresseerd lijkt, die alleen leert als het moet, en dan vooral uit het hoofd. Een diepte-leerder is iemand die uit zichzelf op zoek gaat naar betekenis en begrip van de stof die hem wordt voorgeschoteld, onder meer door verband te leggen met zijn voorkennis en levenservaring. Soms wordt ook een derde type gevonden: de prestatiegerichte of strategische leerder. Deze leerder gaat het in de eerste plaats om het bereiken van een einddoel, een hoog cijfer, de nodige voldoende, of een diploma.

Een fraaie indeling die toch niet helemaal bleek te kloppen. Want wat de onderzoekers echter niet goed begrepen, was dat de Aziatische oppervlakte-leerders het toch zo goed doen in Westerse schoolsystemen.

Ze leren inderdaad meer uit hun hoofd en lijken daardoor oppervlakteleerders, maar ze zijn het niet. Want bij doorvragen blijkt dat de leerlingen uit het hoofd leren zien als een voorwaarde tot begrijpend leren. Het zo vaak weggehoonde 'stampen' is voor hen een handig middel om inzicht te krijgen in de stof. Bovendien: ander onderzoek naar het feitelijk leergedrag van Aziatische leerlingen in Amerikaanse High Schools toonde aan dat deze leerlingen zich veel actiever gedragen dan de blank-Amerikaanse leerlingen. Het stereotype van passieve ijverige leerdertjes klopt dus niet altijd, en ook het 'cross cultural' onderzoek heeft daar lering uit getrokken. Met de typologie wordt nu wat voorzichtiger omgesprongen.

Camus is ongetwijfeld een diepte-leerder geweest. Hij zou, mede dankzij meester Germain, prima functioneren in het Studiehuis. AZIZ daarentegen, zou in de school waarschijnlijk als oppervlakte-leerder zijn gedetermineerd. Maar dat klopt dus niet. Wij als lezers weten immers dat AZIZ eigenlijk heel geinteresseerd is, mits de leraar maar aardig en ondersteunend is, en mits er culturele 'instrumenten' zijn die een fantasievol gebruik toelaten. Het oordeel: oppervlakte-leerder, wordt snel uitgesproken over leerlingen als AZIZ, zeker in een klimaat dat in het teken staat van het selecteren van leerlingen. AZIZ zou niet tot het Studiehuis worden toegelaten. Het onderwijs moet dus erg oppassen voor het stereotype: 'stom uit het hoofd leren'. Want dat hoeft helemaal niet te leiden tot 'oppervlakkig' leren. We weten nog nauwelijks iets over de leerstijlen van Turkse en Marokkaanse leerlingen. Stel nu dat zij geneigd zijn meer uit hun hoofd te leren, dan komen zij waarschijnlijk niet door de voorselectie op 'zelfstandigheid' bij de entree van het Studiehuis.

Benadeling door stereotypering behoort dan zeker tot de mogelijkheden.

PROMETHEUS

Maar uiteindelijk moet iedereen - met alle culturele variaties - zoveel mogelijk diepte-leerder worden. En de vraag is hoe. Er zijn vele mogelijkheden. Zelf zie ik veel in de ideeen van de Russische psycholoog Lev Semyonovich Vygotsky (1896-1934) over de 'zone van de naaste ontwikkeling'. Volgens Vygotsky moet onderwijs leerlingen steeds uitdagen een stap verder te zetten. Zo'n stap heeft telkens twee aspecten: de uitnodiging van de leraar tot een verdere verkenning van het cultureel erfgoed, en de toenemende zelfstandigheid van de leerling, mede dankzij een nieuwe en persoonlijke zingeving aan cultuur. Waar meester Germain die Prometheusrol voor Camus vervulde, kreeg AZIZ zo'n kans helaas niet. Die moest het vuur zelf ontdekken en dat was te laat. Willen we kansarme leerlingen hun recht op 'auteurschap' geven, dan moeten we beseffen dat het juist voor hen zo vreselijk belangrijk is dat de leraar tegelijk inspirator, uitdager en begeleider is, en niet slechts een van die drie. Wat mij betreft neemt literatuuronderwijs bij dit alles het voortouw.