De Afrikanisering van de hebzucht; Congo's rijkdommen verdeeld

Waar eerst de Europeanen over elkaar heen vielen in hun zucht naar waardevolle grondstoffen, zijn nu Afrikaanse landen zelf op jacht gegaan. In Congo gaat het om de verdeling van het goud, het koper en de olie. De Congolese staatsmijnen zijn alvast in vreemde handen geraakt.

Voor het eerst is er sprake van een door Afrikaanse landen geleid gevecht om invloed in Afrika. Net als eind vorige eeuw, toen imperialistische Europese mogendheden zich verdrongen om hun economische en politieke belangen in Afrika te vestigen, zijn nu Afrikaanse staten zelf aan een dergelijke worstelpartij begonnen. Het strijdtoneel bevindt zich in het grondstofrijke Congo. Economische belangen op korte en vooral langere termijn vormen een voorname oorzaak van de buitenlandse interventie in de Congolese oorlog.

Op de korte termijn profiteert de elite rond de machthebbers in Zimbabwe van de militaire betrokkenheid aan de zijde van president Kabila. Behalve de lucratieve overeenkomst tussen het Zimbabweaanse bedrijf Ridgepoint en het Congolese staatsmijnbouwbedrijf Gecamines (zie kader) spint de regerende elite van Zimbabwe ook op andere wijze garen bij zijn interventie. Het bedrijf First Banking, waarin de Zimbabweaanse regeringspartij Zanu-PF een meerderheidsaandeel bezit, mocht onlangs een kantoor openen in de Congolese hoofdstad Kinshasa. Luitenant-kolonel Dube van het staatsbedrijf Zimbabwe Defense Industries keerde terug van een bezoek aan Congo met overeenkomsten voor de levering van voedsel aan alle Congolese ministeries en het leger. Een transportbedrijf van generaal Vitalis Zvinavashe, Zimbabwe's legerleider en aanvoerder van de troepen in Congo kreeg een contract om al het materieel en manschappen naar het strijdtoneel in Congo te vervoeren. De jongere broer van de generaal Augustine Zvinavashe, heeft een import-exportbedrijf dat voor ten minste 10 miljoen dollar contracten binnensleepte in Congo. Een hoge militair in de Zimbabweaanse luchtmacht onderhandelt over een verdrag waarbij aan Congo wapens worden geleverd in ruil voor diamanten.

Zimbabwe is een de facto eenpartijstaat en in de regerende Zanu-PF heeft de autoritaire president Mugabe het laatste woord. Voor de Zimbabweaanse vakbonden, die sinds twee weken stakingen organiseren tegen de regering ging de interventie in Congo symbool staan voor corruptie en arrogantie van de heersende kliek. De bonden beschuldigen de regering ervan middelen om de economie te doen herleven aan te wenden in Congo om de elite rond Mugabe te spekken.

Voor de Zimbabweaanse president was economisch gewin vermoedelijk het hoofdmotief om zesduizend soldaten naar Congo te sturen. Voor Angola golden politieke motieven - de bescherming van zijn grenzen voor aanvallen van de Angolese verzetsbeweging UNITA; maar economische redenen op de langere termijn spelen eveneens een rol. De Angolese troepen bevinden zich in Congo goeddeels in het olierijke Atlantische kustgebied en vorig jaar bezetten ze in het naburige Congo-Brazzaville de oliehaven Pointe Noire. Deze kuststreken, samen met die van Angola zelf, behoren tot de rijkste oliegebieden ter wereld. De Angolese staatsoliemaatschappij Sonangol hoopt door deze militaire invloed op de langere termijn een voet tussen de deur te krijgen bij de ontginning van deze gigantische olievelden en is naar verluidt daartoe al onderhandelingen begonnen met de regering van Kabila.

Namibie, 'de kleine jongen' van de alliantie rond Kabila, heeft minder grote ambities maar trekt ook profijt van zijn betrokkenheid. Bedrijven van een zwager van president Nujoma zouden diamanten uit Congo mogen smokkelen. De betrokken ondernemingen hebben nauwe banden met de regeringspartij SWAPO.

Het nieuwe, door Afrikaanse staten bedreven neokolonialisme in Congo manifesteert zich eveneens aan de andere zijde van de gevechtslinies.

De Oegandese strijdkrachten in Congo worden aangevoerd door legerleider James Kazini, een neef van president Museveni's echtgenote Janet. Kazini's broer, luitenant-kolonel Jet Johnson Mwebaze, kwam vorige maand met vier anderen om bij een mysterieus vliegtuigongeluk aan de Oegandees-Congolese grens. Het kleine toestel, vol met zakenlui, was opgestegen bij de hoofdstad Kampala, met als officiele bestemming Kasese, een stadje in het westen van Oeganda. In werkelijkheid was de eindbestemming echter Bunia en Beni in het Oost-Congolese gebied dat wordt gecontroleerd door Oegandese troepen. Doel van de missie was het aankopen van goud ter waarde van vermoedelijk een miljoen dollar.

De omgekomen Jet Mwebaze en enkele andere slachtoffers van het ongeluk blijken naaste medewerkers van generaal-majoor Salim Saleh, broer van president Museveni. Salim Saleh is na Museveni vermoedelijk de machtigste man van Oeganda. Hij behoorde tot het kleine groepje guerrillastrijders dat aan het begin van de jaren tachtig onder leiding van Museveni de opstand begon die in 1986 tot de machtsovername in Kampala leidde. De populaire Salim Saleh hield aan zijn rol in de bevrijdingsstrijd de troetelnaam Robin Hood over. Hij ging een belangrijke rol in het nationale leger spelen en werd speciale militaire adviseur van de president. Salim Saleh ging op even succesvolle wijze in zaken, bouwde een eigen imperium op en was nauw betrokken bij de verkoop van staatsbedrijven. Zijn rivalen in de zakenwereld noemen hem 'de octopus', wegens de betrokkenheid van zijn bedrijven bij vrijwel alle belangrijke commerciele overeenkomsten in het land.

De militaire steun die Oeganda gaf aan Kabila bij diens in 1996 begonnen opstand legde leden van de politiek-militaire elite van Oeganda geen windeieren.

Salim Saleh sloot naar verluidt een overeenkomst met Kabila om samen met hem een goudmijn in het noordoosten van Congo te exploiteren. Oegandese zakenlui gingen van alles verkopen in Oost-Congo, van bevroren kippen tot plastic bekers. Museveni's zoon Kainerugaba Muhoozi verdiende een fortuin aan de verkoop van rundvlees. Koffie en andere gewassen werden Congo uitgesmokkeld en vervolgens op de markt gebracht als Oegandees product. De hervatting van de oorlog, begin augustus, waarbij Oeganda het nu opneemt tegen zijn voormalige strijdmakker Kabila, maakte vooralsnog een einde aan deze lucratieve handel. Volgens schattingen liep de officiele buitenlandse handel van Oeganda terug met ten minste vijftien procent door het stilvallen van de zaken in Congo.

Salim Saleh gaat, getuige het vliegtuigongeluk, echter door met zijn zaken in Congo. Vermoedelijk was de omgekomen Jet Mwebaze voor hem op zakenreis in Congo. Salim Saleh zou met bescherming van Oegandese soldaten zijn belangen in de goudwinning willen voortzetten, nu niet met medewerking van Kabila, maar met die van de rebellen.

Rwanda liet zich bij zijn ingrijpen aan rebellenzijde bovenal leiden door veiligheidsoverwegingen. Vanuit Oost-Congo opereren moorddadige Hutu-bewegingen tegen het Rwandese regime. Net als in Kampala bestond er in Kigali ook grote onvrede over Kabila's weigering voortvarend te werken aan economische integratie van de landen rond de Grote Meren. Zo'n economisch verbond zou vooral gunstig zijn voor het overbevolkte Rwanda, dat bij een vrije markt en open grenzen in het gebied een deel van zijn bevolking kan 'exporteren' naar het dunbevolkte Oost-Congo.

Op korte termijn trekt Rwanda weinig profijt, kruimels vergeleken bij Zimbabwe.

Rwandese handelaren zitten, evenals na Kabila's machtsovername vorig jaar, in bloeiende import-exportzaken met Oost-Congo en kopen er makkelijk te exploiteren grondstoffen, zoals diamanten. Om deze handel te stimuleren begon Rwanda Airlines vorige week een luchtdienst op de rebellensteden Goma, Bukavu en Kindu.

Zuid-Afrika de economische supermacht van het continent, staat door zijn neutrale positie in het conflict vooralsnog buitenspel bij deze worstelpartij rond Congo. Zimbabweaanse regeringsbronnen zeggen trots dat hun land in Congo Zuid-Afrika de loef heeft afgestoken. De regionale Zuid-Afrikaanse dominantie zal echter vermoedelijk de doorslag geven bij het gedrang om invloed. Het Zimbabweaanse Ridgepoint bijvoorbeeld beschikt niet over voldoende mijnbouwexpertise om Gecamines te beheren en zal daarvoor andere buitenlandse bedrijven moeten inhuren. Zuid-Afrikaanse ondernemingen zijn daarvoor de meest aangewezen partijen.

Zimbabweaanse zakenlui gingen namens Zimbabwe Defense Industries de afgelopen weken driftig inkopen doen bij hun zuiderbuur om te kunnen voldoen aan de met Congo gesloten handelsverdragen. De Zimbabweaanse economie blijkt te kleinschalig om aan dergelijke grote orders in Congo prompt te kunnen voldoen. Zo is het heel wel mogelijk dat Zuid-Afrika alsnog de lachende derde wordt bij de nieuwe 'scramble for Africa'.