Dat was mijn kauwgum

Moskou, nog in de tijd van Stalin. Op alle hoeken van alle straten in het centrum stonden 'voetgangerslichten' en aan de overkant agenten. Als lichten groen waren mocht je oversteken en als je dat deed terwijl ze nog rood waren moest je een maand naar Siberie. In het vrije Westen keken toen al je medevoetgangers je achterdochtig aan als je je aan het gebod van de kleuren hield. Toch is me in Amsterdam toen nog het volgende overkomen op de hoek van de Dam en het Damrak.

Het licht was rood, ik stak over. Op mijn point of no return gekomen zag ik de agent. Ik veranderde van koers. De agent blies op zijn fluit ik keek, en hij wenkte met gebiedend gekromde wijsvinger. Ontkennen kon niet meer. Dat zou meineed zijn geweest, en bovendien was het een heterdaadje. Meneer, wat deed u daar? Ik stak over, agent. En wat voor kleur had toen het licht? Rood, agent. Juist. Rood. En wat betekent dat? Dat de voetgangers moeten blijven wachten, agent. Juist. En wat hebt u gedaan? Ik ben doorgelopen, agent. Juist. En waarom hebt u dat gedaan?

Het antwoord naar waarheid was geweest dat ik geen agent had gezien dat ik bij afwezigheid van zo iemand altijd door het rode licht liep, dat dit een van mijn principes was, en dat ik natuurlijk helemaal geen rekening had gehouden met een opgeblazen dienstklopper. Ik moest beloven dat ik het nooit meer zou doen.

Er zijn drie soorten vragen. Ten eerste die waarop niemand het antwoord weet. (Het voorbeeld van Stoker: waarom hebben de mieren geen volkslied). Dan de gewone vragen waarop je antwoordt: kwart over tien, derde straat rechts, gaat je niks aan. Ten slotte de vragen waarop het antwoord moet worden gegeven hoewel die de steller al bekend is. Dat weten beide partijen. Zo'n vraag wordt dan ook niet gesteld om het antwoord te krijgen maar om de ondervraagde te laten weten dat er hier maar een de baas is, de steller. Die zit op de troon van zijn gelijk, hij vertegenwoordigt de deugd. Voorbeelden: de agent op de Dam, Kenneth Starr. Met hun gezaghebbende braafheid slaan ze de zondaar dood. Zou dit, volgens de christelijke moraal, geen misbruik van braafheid zijn? (Mijn antwoord hou ik als onbevoegde voor me).

Op de website van CNN kun je op het ogenblik de gesprekken tussen Linda Tripp en Monica Lewinsky horen. Linda maakt opnamen, en zoals we weten heeft ze dat niet tegen Monica gezegd. Dan vraagt Monica: 'Wat hoor ik daar toch telkens voor klik?' Linda: 'Dat is mijn kauwgum.' Daaruit volgt al de laatste vraag: Zou je bij Linda Tripp willen onderduiken?

Bij mensen in Amsterdam van wie de televisie is aangesloten op een cooperatieve schotelantenne zie ik op CNN hoe Starr zweert dat hij de waarheid zal zeggen. Hij vertelt nog meer. Hij zegt dat hij maar een eenvoudig jurist is, geen bureau voor zijn public relations heeft en dat alle politieke bedoelingen hem vreemd zijn. God ziet en weet alles, denk ik. Hij heeft Zijn grote recorder aangezet, we horen allemaal de klik. Dat is niet Zijn kauwgum; maar in Zijn onmetelijke wijsheid zal Hij er zich voor hoeden, de bandjes aan deze of gene sterveling op aarde uit te leveren. Dat komt later, als Hij de speciale aanklager bij Zich heeft geroepen. Voorlopig moeten de stervelingen het onder elkaar uitzoeken.

Een dag of veertien geleden heeft een vergadering van wijze Amerikanen zich gebogen over de vraag: impeachment, ja of nee? Schei toch uit met die onzin, zei de 81-jarige historicus Arthur Schlesinger jr. Iedere man maakt weleens een slippertje en liegt daarover. Meineed is slecht, Clinton heeft straf verdiend, maar voor deze affaire hoef je niet een regering overhoop te halen.

Dat vind ik een rommelige redenering. Om dit oordeel nader te verklaren citeer ik ten eerste de verkeerswet van Piet Grijs: 'Je mag door het rode licht rijden als je voorganger dat ook heeft gedaan.' Het antwoord van de agent is: 'Als we daar allemaal een gewoonte van maakten zou het een mooie boel worden.' De agent heeft gelijk.

Maar moeten we voor het gedoe met Monica de regering overhoop gooien en de wereld een jaar laten wachten voor in Washington alles weer is opgeruimd? Schlesinger heeft gelijk. Het sop is de kool niet waard. Hij heeft aan zijn oude vriend Jack Kennedy gedacht. Als er toen een Kenneth Starr was geweest en een Linda die hem alles over Marylin Monroe en Ellen Rometsch had verteld, hadden we nu anders over deze president gedacht.

Maar de meineed dan? Mijn antwoord is dat je als speciale aanklager al je best doet om het lot van urbi et orbi in handen te nemen, brengt dit met zich mee dat er vragen zijn die je niet moet stellen. De zaak waar het om draait is verhoudingsgewijs te onbelangrijk. Daaruit smeedt je dan willens en wetens een andere zaak die van wereldbelang is. Daarbij steun je op de medewerking van iemand die haar verraad achter haar kauwgum verbergt. Starr mag een man van hoge beginselen zijn; kieskeurig is hij niet.

Ten slotte: wie in Amsterdam woont, niet aan Internet doet en geen lid is van een CNN-schotelcooperatie, mist in deze spannende tijden een stukje wereldgeschiedenis.