Crisisprojecten stuiten op felle weerstand van bevolking van Japan

Er gaapt een groot gat tussen de wensen van de Japanse bevolking en de plannen van politici en bedrijfsleven, zo bleek weer eens in de stad Kobe. Juist deze week besloot de regering ter bestrijding van de economische crisis 125 miljard gulden uit te trekken voor nieuwe openbare werken. Maar in het hele land wordt strijd geleverd over de projecten waaraan de overheid, onder notoir sterke invloed van het bedrijfsleven, het geld van de burger besteedt.

De gemeenteraad van Kobe besloot deze week met ruime meerderheid een verzoek te negeren van ruim 300.000 inwoners die willen dat de stad een referendum organiseert over vergevorderde plannen voor de bouw van een nieuw vliegveld. Ruim 300.000 ondertekenaars wil zeggen dat bijna een derde van de kiesgerechtigde bevolking dit referendum eist.

Het vliegveld moet komen op een kunstmatig eiland, terwijl de stad al een snelle scheepsverbinding heeft met het naburige, nieuwe vliegveld Kansai dat eveneens op een kunstmatig eiland in zee is gebouwd. Veel inwoners menen dan ook dat de stad beter geld kan besteden aan hulp voor de slachtoffers van de aardbeving die de stad in 1995 voor een groot deel heeft verwoest. De organisatoren willen nu een actie opzetten om de burgemeester af te zetten waarvoor ongeveer eenzelfde aantal handtekeningen nodig is.

Eerder dit jaar legde ook de provincie Aichi al een verzoek van 100.000 inwoners naast zich neer om een referendum te houden over de Wereldtentoonstelling 2005 die men gaat organiseren ten koste van een oud bos. Ook die plannen zijn ontwikkeld in nauw overleg met, en met actieve steun van het bedrijfsleven, zoals autogigant Toyota dat zijn fabrieken in die provincie heeft staan.

Toyota organiseerde bijvoorbeeld een actie waarbij werknemers werden gedwongen ansichtkaarten met teksten als “Please vote for Japan. We want Expo 2005.' op te sturen naar de internationale commissie die vorig jaar in Monaco moest beslissen over de uitverkiezing van Aichi.

Een werknemer van Toyota schreef toen aan de actievoerders: “Vertel de wereld dat deze ansichtkaarten niet uit vrije wil door burgers worden opgestuurd maar dat dit onder dwang is van het bedrijfsleven, van het grootkapitaal.'

Gevraagd naar de democratische rechtvaardiging voor het gebruik van belastinggeld voor de Wereldtentoonstelling moest de provincie Aichi erkennen dat het besluit “is genomen bij een ontbijt-overleg tussen de provinciale gouverneur en het bedrijfsleven'.

    • Hans van der Lugt