Blank moet wennen in leger Zuid-Afrika

Het ooit forse, overwegend blanke leger van Zuid-Afrika verandert in een veel kleinere, multiraciale strijdmacht. Voormalige guerrillasoldaten worden opgenomen in het staande leger. Met gemengde resultaten.

Sergeant Caroline Fouche loopt als een ganzenmoeder uit voor haar peloton zandhazen - allen vrouw, allen zwart - op de luchtmachtbasis Waterkloof bij Pretoria. Hier is de nieuwe Zuid-Afrikaanse Nationale Defensiemacht (SANDF) in beeld: minder blanken, minder mannen. Fouche en haar vrouwschappen, uniform gekleed in olijfgroen, lopen te midden van de glunderende gezichten van het militaire establishment, want het is feest.

De regering-Mandela heeft besloten tot de aanschaf van geavanceerde wapens a 30 miljard rand (10 miljard gulden), een voor Zuid-Afrika astronomisch bedrag. Vooral de luchtmacht is erg goed bedeeld met de aankoop van nieuwe jagers en trainingsvliegtuigen. Technologische innovatie en sociale transformatie zijn de twee speerpunten van het Zuid-Afrikaanse defensiebeleid.

Even ten noorden van de hoofdstad ligt Wallmanstal, een kazernecomplex waar de intake plaatsheeft van voormalige guerrillastrijders, voor integratie in het staande leger. Verdeeld tussen mannen- en vrouwenkampen krijgen de kadetten hier hun eerste oefeningen, gegeven door hun vroegere tegenstanders. Divine Mahlaba (25) is afkomstig uit Soweto. Als jonge vrouw werkte ze ondergronds voor de radicale guerrillabeweging APLA en ziet nu voor zichzelf een taak weggelegd in het leger, om, zoals ze zegt, “het land blijvend te verdedigen'. De vrouwencompagnie Alpha is gekleed in blauwgrijze trainingspakken. Ze leren hoe ze eerst hun eigen kampement moeten opzetten en krijgen aansluitend onderricht in gevechtstechnieken. Een blanke korporaal met een lange paardestaart drilt haar vrouwen, ze schreeuwt harde commando's. Sommige recruten hijgen en puffen, niet meer gewend aan het harde militaire leven, maar Divine slaat zich er moedig doorheen.

De integratie van de voormalige verzetsbewegingen Umkontho we Sizwe (afgekort tot MK - Speer van de Natie) en APLA (Azanian People's Liberation Army) met het oude apartheidsleger is bijna voltooid. Dit jaar worden de laatste nieuwe recruten opgenomen. Overeenkomstig de in 1993 gemaakte afspraken tussen het voormalige blanke bewind en het ANC zullen de voormalige vijanden zijn verenigd in een gecombineerde defensiemacht.

Onder de nieuwkomers in het leger heerst grote tevredenheid, zij zijn immers als morele winnaars uit de bus gekomen. Maar de oude blanke garde moet heel erg wennen aan de nieuwe tijden. Volgens de oudgediende kolonel Dirk Muller, die is gelegerd op Wallmanstal, is de integratie veel te snel verlopen, met alle negatieve gevolgen van dien zoals verlies aan efficientie en discipline. “Ik ben niet tegen integratie', zegt Muller, “maar luister, als je tegen de kassier van een bank zegt dat hij morgen directeur mag zijn, gaat het niet goed.'

Generaal Shoke, een van Mullers (zwarte) superieuren is het daar niet mee eens. “We hebben veel vooruitgang geboekt. Veel problemen waren te wijten aan verkeerde communicatie.' Shoke meent dat vooral het aantreden van de nieuwe opperbevelhebber van de strijdkrachten, ex-guerrillaleider Siphiwe Nyanda, zes maanden geleden, de integratie veel goed heeft gedaan. En in september kwam de vuurproef, met de militaire operatie in Lesotho, onder de naam Operatie Boleas.

Hoewel de succesvolle pacificatie in het buurstaatje (op verzoek van de Lesothaanse regering en in samenwerking met het leger van Botswana) in de uitvoering te wensen overliet, werd de onderlinge samenwerking tussen 'oud en nieuw' alom geprezen.

Blank en zwart vochten zij aan zij, en stierven schouder aan schouder, in Lesotho. Alsof het door een macabere hand zo werd geregeld, kwamen de acht gesneuvelde militairen uit zes verschillende bevolkingsgroepen. De afzonderlijke begrafenissen werden gehouden in het Engels, Afrikaans Zulu, Xhosa, Tswana en Sotho. “Het historische belang van de operatie in Lesotho is groot. Er heeft zich een waterscheiding voorgedaan, waarin de eenheid van de strijdkrachten is gesmeed in de hitte van de strijd bezegeld met het bloed van de gevallenen', zei onder-minister van Defensie Ronnie Kasrils onlangs.

Ook de rank and file ervoer 'Boleas' als een 'bevrijding'. Kapitein Meyer Jooste van de 44ste Parachute Brigade uit Bloemfontein, die een sleutelrol speelde bij de invasie van Lesotho zei tegen The Sunday Independent: “APLA, MK of oudgediende, voorheen hadden we allemaal een andere mening. Nu zitten we samen om het kampvuur en vertellen dezelfde verhalen. 'Lesotho' heeft ons verenigd, we zijn een macht nu.' Jooste raakte zelf gewond bij de operatie, maar hij vocht door. Twee van zijn mannen sneuvelden.

Maar terwijl het integratieproces bij de landmacht grotendeels lijkt te zijn geslaagd, bestaat er bij de marine grote ontevredenheid.

Zuid-Afrika's belangrijkste marinebasis is gelegen in Simonstad, nabij Kaapstad, op 1.500 kilometer afstand van Pretoria. Op een regenachtige middag verzorgt een van de officieren er een - niet-officiele - rondleiding. Hij moet anoniem blijven, “want anders kost het mijn baan', zegt hij. De officier, afkomstig uit de oude garde, klaagt steen en been, niet zozeer over de nieuwe jantjes met een zwarte huidskleur, maar over de leiding bij de marine, die in handen is van een groep Afrikaners, die er met zijn allen op uit zouden zijn Engelstalige Zuid-Afrikanen buiten de boot te houden.

Even later op een borrel van marinemensen, beamen andere Engelstaligen de mening van de officier. “De marine gaat down the drain', zegt een van hen, “de nieuwlichters ontbreekt het aan discipline, terwijl de Boeren alleen maar aan hun eigen hachje denken.' De meeste aanwezigen, blanken en Indiers zeggen de marine te zullen verlaten, zodra ze iets beters hebben gevonden.

Admiraal Evert Groenewald heeft andere zorgen. Van de drie legeronderdelen lijkt de marine het meeste te lijden te hebben onder bezuinigingen en inkrimping van personeel. Groenewald beklaagt zich over het gebrek aan mankracht en het werken met sterk verouderde wapens. Als er nu een aanval zou komen, uitgevoerd door drie buitenlandse moderne oorlogsschepen, zou Zuid-Afrika machteloos staan. “We zouden ons verzetten, maar een aanval niet kunnen afslaan', aldus Groenewald. Maar de regering heeft naar de admiraal geluisterd. Bij Duitse werven zullen drie onderzeeboten en vier korvetten worden besteld. Maar het verkleinen van het leger gaat gewoon door. Van een sterkte van 150.000 man op het hoogtepunt van de apartheid in de jaren tachtig, toen voor blanken de dienstplicht nog bestond, zijn nu nog 90.000 over. Uiteindelijk moet het leger uitkomen op een omvang van 70.000 man en vrouw en moet de samenstelling een afspiegeling van de bevolking zijn. Zeventig procent van de militairen is inmiddels zwart, waarmee men dichtbij het doelcijfer is gekomen van 75 procent. Alleen in de hogere rangen is dit nog maar een kwart. Past men het afspiegelingscriterium echter consequent toe, dan moet 15 procent van de militairen blank zijn. Maar onder blanke militairen heeft een grote leegloop plaatsgehad. Van de 23.000 jan-soldaten zonder rang, waren volgens de telling op 30 september slechts 405 blank in plaats van de vereiste 3000+.

Defensie kon geen antwoord geven op de vraag hoe men deze scheefgroei wenst te corrigeren; onder jonge blanke Zuid-Afrikanen bestaat nog maar bitter weinig animo voor een militaire carriere.

De vraag is ook of de geexalteerde stemming onder de legeronderdelen die in Lesotho vochten zal beklijven. Zijn alle klachten die het in de maanden daarvoor regende ineens verdwenen? Uit frustratie over het werk in het leger en de lage salariering is menige voormalige guerrillastrijder de misdaad ingegaan. Een van Zuid-Afrika's meest gezochte misdadigers is Colin Chauke, een voormalige commandant van Umkontho. Chauke wordt ervan verdacht betrokken te zijn geweest bij verscheidene overvallen op geldtransporten, waarbij de afgelopen twee jaar vele miljoenen werden buitgemaakt.

Maar het ministerie van Defensie wijst verantwoordelijkheid voor ontspoorde 'kameraden' van de hand. Ex-guerrillastrijders die op het scheve pad gaan hadden dat anders ook wel gedaan, redeneert Pretoria. Generaal Gilbert Romano, de nieuwe chef van de landmacht, zegt tijdens een ontmoeting op het militaire hoofdkwartier: “We moeten geduld hebben. Sommige zaken kun je in een dag veranderen andere duren jaren. Het leger is geen gezelligheidsvereniging maar een instituut waarin eer, integriteit en onbaatzuchtigheid centraal staan.'

Romano spreekt in de Apiesdoring Kamer; de voertaal om hem heen, van blanke en zwarte militairen, is het oude vertrouwde Afrikaans. Maar een onverstoorbare Romano zegt, in het Engels: “Op de fundamenten van het oude leger, bouwen we het nieuwe.'