Amsterdams OM vroeg om infiltrant; Hulp crimineel drugszaak

De criminele infiltrant die onder het bewind van minister Korthals (Justitie) is ingezet, blijkt te zijn gebruikt op verzoek van het Amsterdamse openbaar ministerie.

Tot het inzetten van deze bijzondere opsporingsmethode, die door de Tweede Kamer wordt afgekeurd, werd half augustus besloten op uitdrukkelijk verlangen van de Amsterdamse hoofdofficier van justitie H. Vrakking. Zijn verzoek is opmerkelijk omdat uitgerekend Amsterdam zich altijd heeft geprofileerd als de hoofdstad van het 'schone' rechercheren.

Vrakking was ook degene die bij het OM eind 1993 besloot het speciale IRT-politieteam te ontbinden - hetgeen het begin betekende van de IRT-affaire - wegens het gebruik van te vergaande opsporingsmethoden zoals het gebruik van criminele infiltranten bij het doorlaten van drugs.

Het inzetten van de criminele infiltrant - waarvoor drie maanden geleden door Amsterdam toestemming werd gevraagd bij de top van het OM en het departement - gebeurde in een groot drugsonderzoek dat werd geleid door de Amsterdamse officier van justitie M. Witteveen. Justitiele bronnen beklemtonen dat het vergaande opsporingsmiddel nodig was omdat anders het onderzoek niet tot een goed einde zou kunnen worden gebracht.

Binnen het OM wordt dit Amsterdamse voorbeeld genoemd om te illustreren dat de Tweede Kamer te ver gaat bij het categorisch afwijzen van het gebruikmaken van criminele infiltranten. Ook verantwoordelijk minister Korthals deelt deze mening van de Kamer. Hij verklaarde eergisteren te betreuren dat deze opsporingsmethode, tijdens zijn vakantie en zonder zijn medeweten is toegepast.

Verscheidene justitiele bronnen zeggen dat de top van het OM van de hoogste ambtenaar van het ministerie van Justitie secretaris-generaal H. Borghouts, persoonlijk toestemming heeft gekregen om in Amsterdam een criminele infiltrant in te zetten.

Borghouts zou dan ook de ambtenaar zijn tegenover wie Korthals “in een stevig gesprek' - zoals de ministere donderdag in de Kamer verklaarde - zijn ongenoegen zou hebben uitgesproken. Op het departement wordt deze lezing bevestigd noch ontkend. Borghouts en Vrakking waren gisteravond niet voor commentaar bereikbaar.