ABP: effect lage rente valt nog mee

Het pensioenfonds ABP, met 270 miljard gulden vermogen het grootste van Nederland, is niet zo bevreesd voor een grote stijging van de pensioenpremie als het Actuarieel Genootschap. De forse stijging die het genootschap gisteren voorspelde zou een rechtstreeks gevolg zijn van de aanhoudend lage rente.

“Het is niet zo dat het directe gevolgen heeft, want we hebben een premiestelsel met een ingebouwde bufferfunctie die de ergste wisselingen dempt. Maar op den duur zullen we niet aan een stijging ontkomen als bepaalde factoren zich niet gunstig ontwikkelen, dat is evident', aldus zegsman M. Vleugels tegenover het ANP.

Hoe sterk de stijging wordt is nu nog moeilijk te berekenen en afhankelijk van veel factoren, stelt het ABP. Het fonds ziet de lage rente slechts als een onderdeel: het pensioenfonds houdt ook rekening met inflatie, de leeftijdsopbouw van de deelnemers en de ontwikkeling van de beurskoersen.

Door meer te beleggen in aandelen heeft ABP de afgelopen jaren een hoger rendement gehaald dan de gemiddelde opbrengst van obligaties. Toen het pensioenfonds voor de overheid en onderwijssector begon, was 5 procent van het vermogen op de beurs belegd. Dat is inmiddels gestegen naar 20 procent en moet op termijn zelfs naar 40 procent gaan, waardoor de opbrengsten van zogeheten vastrentende waarden (afhankelijk van de lage rente) minder dominant worden. ABP zal verhoging van de premies zoveel mogelijk voorkomen omdat het fonds in 2001 moet concurreren met andere pensioenfondsen.

Het Actuarieel Genootschap becijferde gisteren dat de netto-pensioenpremie voor een 25-jarige met 39 procent stijgt als het gegarandeerde rendement van 4 tot 3 procent wordt verlaagd. Voor een 45-jarige is sprake van een stijging met 24 procent.