Tilson Thomas uit op effectbejag

Wie na lange afwezigheid terugkeert, wekt de verwachting te zijn gerijpt. Op het eerste gezicht verdient de Amerikaanse dirigent Michael Tilson Thomas dat predikaat. Naam en faam wandelen al vele jaren in zijn schaduw mee, maar Tilson Thomas zwicht niet voor de verlokkingen van het routine-musiceren. Hij dirigeert doordacht en duidelijk, en onder de oppervlakte van zijn drieste slagtechniek broeit het gezagrijk charisma van een muzikale arrive.

In de Drei Orchesterstucke van Alban Berg leek Tilson Thomas' rentree voor het Concertgebouworkest - hij dirigeerde het orkest twaalf jaar geleden voor het laatst - het wachten waard te zijn geweest. De complexe motiefverwikkelingen waarop het Praludium berust, werden helder ontrafeld zonder dat Bergs laat-romantisch idioom in wiskundigheid werd gesmoord. Ook de ritmische moeilijkheden in de grimmige reidans Reigen verrezen soepel en culmineerden in een Marsch die met suizende mokers blaakte van Amerikaanse gezondheid en niets meer gemeen had met wat Berg zelf onzeker omschreef als `de mars van een astmaticus'.

Voor Mahlers intieme Ruckert-liederen werd het orkest gehalveerd en versterkt met mezzosopraan Michelle DeYoung als primus inter pares. Met haar lenige stem en herfstig timbre oogstte zij in september ovaties als Fricka in de concertante uitvoering van Wagners Die Walkure onder Bernard Haitink. DeYoungs stem klonk onverminderd prachtig, maar de lyrische rust in deze `kamerliederen' bleek niet altijd tegen haar theatrale aanpak opgewassen. Mahlers liederen onderscheiden zich door de treffende sfeerschilderingen die Ruckerts teksten als geheel muzikaal uitdrukken. Des te hinderlijker was daarom de manier waarop DeYoung melodische frases opbrak in kortademige eenheden, en zo de innerlijke spanning van de muziek gefragmenteerd deed knappen.

Al in de Drei Orchesterstucke en de Ruckertliederen rees het vermoeden dat in Arnold Schonbergs orkestratie (1937) van het Eerste pianokwartet van Brahms (1861) niet langer door helderheid werd verbloemd of door klankschoonheid gesust: Michael Tilson Thomas heeft zijn muzikaliteit door laten schieten in een gemaniereerde vorm van effectbejag ten koste van de muziek.

Schonberg wilde met zijn orkestratie verhelderen welke muzikale wonderen er schuilgaan in Brahms' pianokwartet, maar pleegde zijn muzikale schaalvergroting geheel in de geest van Brahms, `de Progressief'.

Bij Tilson Thomas anno heden (er bestaat een mooie opname van hem in dit werk) ontbrak die geest. Het zo opzwepende Rondo alla zingarese bleek `verrijkt' met extreme tempowisselingen en merkwaardig logge accenten op lichtvoetige thema'tjes. Tilson Thomas verstikte Brahms' onverwoestbare zigeunerrondo in goedbedoelde ijdelheden.