Premier Sharif wil Pakistan `talibaniseren'

Met de invoering van openbare ophangingen en publieke lijfstraffen wil de Pakistaanse premier Nawaz Sharif het geweld in zijn land terugdringen. De Talibaan winnen, althans ideologisch, steeds meer terrein in Pakistan.

Zonder een schot te hoeven lossen, lijken de Afghaanse Talibaan langzaam bezig Pakistan te veroveren. Deze keer komen er geen tanks aan te pas, geen artilleriebeschietingen of omkoping van plaatselijke krijgsheren. Maar hun terreinwinst is volgens sommige analisten veel waardevoller: de ultra-orthodoxe koranstudenten spreken tot de verbeelding van de machtigste premier uit de Pakistaanse geschiedenis.

De opmerkelijke verklaring van Nawaz Sharif dat hij het rechtssysteem van de Talibaan ziet als de beste oplossing voor de criminaliteit, is een nieuwe stap naar de `talibanisering' van Pakistan waarvoor veel liberalen en gematigde moslims de laatste maanden hebben gewaarschuwd. Sharif, in het nauw gedreven door de brokstukken van een ineengestorte economie, kijkt machteloos toe hoe zijn land de laatste jaren is veranderd in een uiterst gewelddadige en volstrekt wetteloze maatschappij, waar politieke, etnische en religieuze moorden aan de orde van de dag zijn en waar kleine en grote criminelen vrij spel hebben.

“Vandaag de dag is de criminaliteit in Afghanistan zo goed als verdwenen', zei Sharif deze week in de Noordwestelijke Grensprovincie. Die wordt grotendeels bevolkt door Pathanen, een grote Pakistaans-Afghaanse stam waartoe ook de meeste Talibaan behoren. “Je kunt er tegenwoordig midden in de nacht met een auto vol goud rondrijden zonder angst. Ik wil dit (Talibaan-) systeem in Pakistan; het recht zal een einde maken aan de onderdrukking en het zal welvaart brengen.'

De Talibaan hebben de afgelopen vier jaar in grote delen van Afghanistan een - in Westerse ogen - uiterst brute vorm van islamitische rechtspraak geintroduceerd. Op vrijdagmiddagen worden in de voetbalstadions van Kabul, Herat en Kandahar verdachten van moord verkrachting, landverraad of desertie opgehangen of op andere manieren terechtgesteld, voor de ogen van duizenden toeschouwers die `Allahu Akbar!' (God is groot) roepen.

Vermeende homoseksuelen worden onder een omvallende muur van stenen bedolven. Van dieven, oplichters of corrupte ambtenaren wordt een hand of een ander lichaamsdeel geamputeerd. Volgens Westerse waarnemers in Afghanistan is van een eerlijke procesvoering bij de islamitische snelrechtbanken nauwelijks sprake.

Veel hulpverleners erkennen dat de criminaliteit in de Afghaanse maatschappij onder de Talibaan is gedaald, zeker in vergelijking met de periode waarin de mujahedeen, het voormalige verzet tegen de Sovjet-Unie dood en verderf zaaiden onder de Afghaanse bevolking. Maar tegelijkertijd worden de Afghanen zwaar onderdrukt door de strenge regels, die vooral vrouwen hard treffen. De Talibaan verbieden hun te werken en feitelijk ook om buiten hun huizen te komen. De religieuze politie reageert met grof geweld op ieder die niet gekleed gaat in allesbedekkende sluiers. Meisjes mogen niet naar school. Verder hebben de milities een einde gemaakt aan elke vorm van vermaak: van muziek tot televisie, van dansen tot vliegeren.

De Pakistaanse bevolking hoefde niet bang te zijn voor een dergelijk Talibaan-achtig regime, zei premier Sharif twee maanden geleden toen hij te kennen gaf dat de koran tot hoogste wet zou moeten worden verheven. Zijn minister van Informatie, Hussain, stelde zelfs dat handafzettingen geen onderdeel van de islamiseringsvoorstellen zouden worden. De invoering van de shari'a, de islamitische wet, is louter bedoeld om de bloedige geweldsuitbarstingen en de corruptie in te dammen, zei Sharif ter geruststelling van de 140 miljoen Pakistanen, zodat het veelgeplaagde land zou veranderen in een islamitische bakermat van vrede, welvaart en gerechtigheid.

Waar Sharif minder de nadruk op legde, was dat de regering, als uitvoerende macht en hoeder van het islamitische recht daarmee boven de grondwet en boven de rechtbanken zou worden geplaatst. Omdat Sharif in de senaat geen tweederde meerderheid heeft is de shari'a nog steeds niet ingevoerd, maar achter de schermen is hij nog dagelijks bezig de benodigde parlementaire steun te verwerven.

Gedurende zijn huidige ambtstermijn - waarvan nu bijna twee jaar zijn verstreken - heeft premier Sharif de oppositie en activisten voor de rechten van de mens al vaker versteld doen staan met grillige plannen, die volgens velen niet thuishoren in een democratie. Een jaar geleden introduceerde Sharif de zogenaamde anti-terreurrechtbanken, die binnen enkele dagen misdadigers moesten veroordelen, zonder mogelijkheid van hoger beroep. De Pakistaanse rechterlijke macht oordeelde echter dat Sharif daarmee een “parallel rechtsstelsel' had gecreeerd en verbood deze snelrechtbanken.

Maar zodra de shari'a de hoogste wet wordt, heeft ook de rechterlijke macht weinig invloed meer. “Sharif heeft zichzelf ontsluierd', zegt een politiek analist in Islamabad. “Het zijn geen mooie praatjes meer over een islamitische welvaartsstaat, iedereen weet nu precies waar hij op aankoerst: een autoritair, middeleeuws, repressief bewind dat de bevolking wil temmen met angst. In zo'n land kan het recht niet heersen.'