`Obuchi, nu ben jij aan de beurt!'

Bill Clinton deed in Tokio zijn bijnaan `Slick Willy' alle eer aan. In een rechtstreeks door de tv uitgezonden vraag- en antwoordsessie met Japanse burgers versloeg hij premier Obuchi en zijn collega-politici op punten.

Met ontspannen en soepele antwoorden op vragen van Japanse burgers heeft president Clinton gisteravond op de televisie zijn Japanse collega-politici indirect een vernietigende nederlaag in eigen huis toegebracht. “Waarom is het niet mogelijk op deze manier met onze eigen leiders te praten?', vroeg presentator Tetsuya Chikushi, een van de meest gerespecteerde Japanse journalisten, zich aan het slot van de uitzending af.

Clinton maakte van de gelegenheid gebruik om alle Amerikaanse stokpaardjes, zoals de zegeningen van deregulering en de vrije markt, aan de man te brengen. Maar hij toonde ook belangstelling voor de mening van Japanners zelf.

Zo wees een jonge vrouw op de toenemende criminaliteit onder jongeren in beide landen en wilde ze weten welke hoop jongeren nog kan worden gegeven in deze wereld. “Wat denk je zelf dat de oorzaak is van die groeiende criminaliteit?',vroeg Clinton voordat hij de vraag beantwoordde met de stichtende woorden dat “elk kind moet voelen dat zijn bestaan het belangrijkst is'.

Aan het einde van zijn optreden stak Clinton de Japanners nog een hart onder de riem in deze tijden van economische crisis: “Japan heeft in het verleden aangetoond zich te kunnen aanpassen. Verval daarom niet in pessimisme, maar blijf naar de toekomst kijken.'

Na het vertrek van Clinton uit de televisiestudio maakte presentator Chikushi de balans op: “Een ding is heel duidelijk. Ook al is er een taalbarriere, toch is het mogelijk met een buitenlandse leider op dit niveau te communiceren. En dan rijst onmiddellijk de vraag: waarom is dit met onze eigen leiders niet mogelijk? Neem de slotboodschap van Clinton. Ik denk dat velen dit niet van een buitenlandse president, maar van onze eigen premier hadden willen horen.'

Vervolgens richtte Chikushi zich via de camera rechtstreeks tot de Japanse premier: “Obuchi, nu is het jouw beurt.'

De kans dat Obuchi deze uitdaging zal aannemen, is echter minimaal. Ten eerste is Obuchi een slecht spreker in het openbaar, die zich vooral uitput in zinnen als `ik vraag begrip voor het feit dat ik mijn uiterste best doe' en vaak simpelweg woorden op elkaar stapelt, waarbij de logische samenhang langzaam maar zeker geheel verdwijnt.

Toen Tetsuya Chikushi ooit een buitenlandse journalist op een persconferentie van Obuchi zag, merkte hij voor de camera op: “En dat terwijl Japanners zelf vaak niet begrijpen wat Obuchi zegt'.

Maar ook de kartelvorming in de Japanse nieuwsgaring is een grote belemmering voor een eigenzinnig televisie-optreden van 's lands premier. De Japanse media hebben onderling afgesproken dat niemand een exclusief interview met de premier zal afnemen. Clintons uitverkiezing voor een exclusief optreden in het programma van Chikushi lijkt dan ook vooral irritatie te hebben gewekt bij andere Japanse media. De meeste, zoals de elitaire publieke omroep NHK, zwegen de bewuste uitzending geheel dood.

Een optreden van premier Obuchi a la Clinton zou dan ook in meerdere opzichten revolutionair zijn.