Meeliften op een bloedzuiger; Gratis muziek op het Internet wordt steeds populairder

Via het Internet kunnen liefhebbers de meest diverse soorten muziek gratis op hun computer laden. Rechten worden daar niet voor betaald en dus zoekt de industrie naar een oplossing. “Internet moet een marktplein worden in plaats van een vrijplaats.'

Peter en Gerrit beginnen hun werkdag met een speurtocht naar muziek. Ze gebruiken geen radio, cd's of cassettes, maar laden vanaf Internet nummers op hun harddisc. De rest van de dag luisteren ze naar deze oogst morgen wissen ze de nummers en zoeken ze iets nieuws. Top 40-nummers, een oud hitje van de Sex Pistols en een enkele track van een ambitieuze thuiswerker schallen even later uit de kleine speakers van de Apple Macintosh. `Fast Food-luisteren' noemen Peter (27) en Gerrit (24) deze manier van muziek ondergaan. Ze gooien dingen weg die ze anders na twee drie keer luisteren misschien wel goed waren gaan vinden. “Het is de eigentijdse variant van Arbeidsvitaminen', zegt Peter.

Het Internet biedt nog altijd ruimte voor anarchie en piraterij. Ondanks de pogingen om internationale protocollen en gedragsregels op te stellen wordt op het net aan allerlei behoeftes voldaan die buiten dit computerverbond niet snel bevredigd worden. Zo kon de liefhebber illegaal genieten van het seksleven van Pamela Anderson en Tommy Lee, dat, op video opgenomen, door een handige jongen op het net was gezet, en wordt er van alles rechtenloos te koop aangeboden - van software tot bootleg-kleding. Maar niet altijd draait het om handel, volgens Peter en Gerrit worden de muziekfiles vaak vrijgegeven door mensen die `hun smaak willen delen' of obscure groepen onder de aandacht van een groter publiek willen brengen.

Gerrit en Peter hebben een bedrijf voor Nieuwe Media- en Beeldschermvormgeving dat computeranimaties, layout en bijbehorende muziek verzorgt. Ze hebben het taalgebruik van ingewijden, vol cijfers en letters: ze `FTP-en' (bestanden binnenhalen/oversturen van en naar een ander computer), doen `IRC' (Internet Relay Chat, oftewel babbelen via de computer) en maken daarbij gebruik van `ICQ' ('I seek you', een programmaatje om mee te kletsen).

Geen jargon is zo hybride als dat van de Internethabitue: muziek-file (muziekbestand), zoek-engine (zoekmachine), site-adres.

Het downloaden van muziek van Internet heeft een hoge vlucht genomen toen ongeveer een jaar geleden een nieuwe compressiemethode werd geintroduceerd: mp3. Tot dan toe werd muziek op het net vooral aangeboden in de vorm van een `Real Audio'-bestand, dat de gebruiker in `real time' (waarbij het binnenhalen even lang duurt als het nummer) kon binnenhalen. Maar mp3 is sneller en kwalitatief beter dan Real Audio. De afspeelkwaliteit is vergelijkbaar met die van een mini-disc, dus bijna zo goed als een reguliere cd.

Het voordeel van mp3 is dat de bestanden (er is nu een mp4 in ontwikkeling - nog beter) sterk verkleind ofwel `gecomprimeerd' worden, tot acht keer zo klein als het muziekbestand op een gewone cd. Daardoor kan er zonder veel kwaliteitsverlies toch snel gedownload worden. Er is inmiddels ook een draagbare mp3-speler op de markt, de MPMan, die het mogelijk maakt de bestanden buiten de computer vanaf een floppy te `draaien'.

Borsato

Gerrit en Peter zitten achter het scherm en klikken van de ene site naar de andere. “Plekken met mp3-files zijn moeilijk te vinden want ze zijn illegaal. Ze verhuizen steeds', zegt Gerrit. Hij maakt gebruik van een `mp3-leach', een software-`bloedzuiger' die bij allerlei zoek-engines (zoals Yahoo en Altavista) lokaties verzamelt van audiofiles. Gerrit hoort liever een obscure drum `n' bass-plaat dan Marco Borsato maar net als in de platenwinkel staan ook op Internet de Top 40-hits vooraan. “Als de leach zijn werk heeft gedaan en me na zijn speurtocht een lijstje lokaties opgeeft, kan ik aan die adressen al zien hoe mainstream of obscuur het gebodene is.' Hoe ingewikkelder en onduidelijker het adres er uitziet, hoe beter.

“Ik zal eerder kijken bij iets als `www.pocitalo.cz/~filez/73.html', dan bij `www.mp3.com'. Bij die eerste komt het woord `mp3' helemaal niet voor, wat aangeeft dat hier iemand zijn best doet om de Internet-politie te omzeilen. Dan kan je verwachten dat er ook ongewonere nummers op staan.'

“Als ik muziek zoek op het net moet ik wel concessies doen aan mijn smaak', zegt Peter. “Maar je stuit soms op aangename verassingen: zo vond ik laatst een opname van William Shatner, Captain Kirk uit Startrek, die een slechte maar erg komische versie zingt van Mr. Tambourine Man.' Een deel van het muzikale aanbod komt van groepen zelf, die nog geen contract hebben bij een platenmaatschappij. “Dat zijn leuke dingen: nummers van bands waar de officiele platenmaatschappijen zich niet aan wagen. Of de onuitgebrachte tracks van een bepaalde groep die door een fan ergens zijn opgedoken.'

Terwijl Gerrit en Peter zich druk maken over het wel of niet obscure karakter van de sites, maken Paul Solleveld en Olav Vlaar van de NVPI (de Nederlandse Vereniging van Producenten en Importeurs, die de belangen van de geluidsdragers-industrie behartigt) zich zorgen over de naar schatting 150 miljoen gulden aan inkomsten die in Nederland jaarlijks wordt gedorven door piraterij. Dat geld gaat verloren door de nooit betaalde rechten op illegale compilaties die bijvoorbeeld te koop worden aangeboden bij de sigarenwinkel en de snackbar, en andere soorten rechtenontduiking. Wat piraterij betreft is Internet, vergeleken bij die snackbar-cd's, een oneindig veel groter, ondoorzichtig en vijandig terrein. Want de Buma/Stemra kan misschien voorkomen dat iemand in Nederland een paar nummers van De Heideroosjes op het net aanbiedt, de activiteiten van een Italiaanse of Australische Internetgebruiker vallen buiten haar jurisdictie.

Ook op andere manieren zit het Internet de industrie soms dwars. Zo zag bijvoorbeeld U2 haar zorgvuldig uitgedachte reclamecampagne voor de cd Pop (1997) in het water vallen toen opnames van de cd al tevoren illegaal op het net werden gelanceerd.

De opkomst van de kwalitatief goede mp3-techniek heeft de Nederlandse rechtenorganisaties wakker geschud. Zo kon radio-dj Herbert Visser van Radio Noordzee nog tot afgelopen maart iedere dag een ander nummer aanbieden op de site van Planet Internet (de Internet-verzorger van de KPN); zo'n 10.000 bezoekers haalden die populaire tracks dagelijks gratis binnen. Buma/Stemra heeft daar inmiddels een eind aan gemaakt. “Drie jaar geleden was Internet nog een vrijhaven', zegt Vlaar. “Omdat de geluidskwaliteit van de muziekfiles zo slecht was hoefden we ons geen zorgen te maken. Maar door de snelle technologische vooruitgang en met name de ontwikkeling van mp3 is dat nu anders. Wij, de rechthebbenden moeten de gebruikers van het net er van bewust gaan maken dat gratis downloaden `roof' is, te vergelijken met het stelen van een singeltje bij de platenwinkel.' Van de kant van de aanbiedende instanties (de `providers') hoeft de NVPI weinig steun te verwachten in haar strijd, zegt Vlaar. De telecom-industrie wil zo min mogelijk beperkingen en aansprakelijkheid op zich nemen.

Creditcard

Mp3 was ontwikkeld door de hobbyistische consument zelf, maar de belangenvertegenwoordigers van de platenindustrie hebben nu een tegenoffensief ingezet. `Liquid Audio' heet een van hun nieuwe systemen. “Slechte kwaliteit', oordelen Peter en Gerrit. “Daar is het ze het ook om te doen: dat je na beluistering naar de winkel rent om de real thing aan te schaffen.' Voor de betere kwaliteit van Liquid Audio-bestanden, die nu ontwikkeld wordt, zal moeten worden betaald.

De internationale moederorganisatie van de NVPI, de IFPI (International Federation of the Phonographic Industry), streeft naar een een-op-een contact tussen de Internet-gebruiker en de leverancier van Liquid Audio - en dat contact wordt onderhouden per creditcard.

Om de bestanden te kunnen afspelen moet er om te beginnen een stukje software worden gedownload. Deze betaalde speler is `personalized' (vastgelegd op de persoon) en onoverdraagbaar. Vervolgens betaalt men ook voor de aangeboden files die eveneens `exclusief' zijn, dus niet te kopieren. In tegenstelling tot de illegale mp3-bestanden zijn in deze files rechtenadministratie en beveiliging opgenomen. Olav Vlaar, hoofd marketing en nieuwe media van de NVPI: “Je kunt er bovendien informatie over de artiest en het nummer aan toevoegen. En er zijn met deze manier van distributie allerlei reclametrucs te bedenken: je kunt voordat de plaat uitkomt vast een nummer gratis vrijgeven op het net. Dat nummer verdwijnt dan na een paar dagen vanzelf van de harde schijf, met achterlating van een boodschap als `Nu in de winkel verkrijgbaar'.'

Behalve dat ze nieuwe methodes bedenken (de mogelijkheid van encoderen en watermerken bijvoorbeeld), overleggen de verschillende belangenorganisaties ook met de politie en de politiek. Over het aanpassen van de wet, en het strafbaar stellen van het aanbieden van rechtenontduikende files. Directeur Paul Solleveld: “Internet moet uiteindelijk een marktplaats worden in plaats van een vrijplaats.'

Maar het Internet is niet uitsluitend bedreigend, verzekeren Solleveld en Vlaar. Integendeel, ze verwachten dankzij het net in de komende jaren een marktvergroting. En ze zien ook niet gebeuren dat de digitale markt in de nabije toekomst de functie van platenmaatschappijen zal overnemen.

“Misschien dat binnen nu en tien jaar zo'n 10 tot 15 procent van de verkoop via het net zal verlopen.' Solleveld en Vlaar denken aan tussenvormen. Zo zouden platenzaken geen volledig archieven meer op voorraad hoeven hebben. Als een klant bijvoorbeeld de cd Hotel California van The Eagles uit 1976 wil kopen, kan de muziek in de winkel per computer worden binnengehaald van Internet en met een toaster (een apparaat waarmee cd's worden gebrand) op een schijfje gezet. “Marketingtechnisch zijn er veel mogelijkheden', zegt Vlaar. “Je weet precies wie je produkt koopt, dus dat scheelt een boel dure advertenties. En je kunt je publiek op andere manieren bereiken: je undercover mengen in `newsgroups' en ergens de nodige opwinding over creeren bijvoorbeeld.' De bestaande grote platenmaatschappijen zijn tot nog toe afwachtend geweest ten aanzien van Internet. Amateurs hebben daardoor een voorsprong. “Je zou de ontduikers steeds een stap voor moeten zijn, nu is dat nog andersom', geeft Solleveld toe.

Cd-toaster

In Harderwijk is dit jaar een Internet-platenmaatschappij opgezet, Tree-Top Records. De site die in september op het net kwam was nog provisorisch, per 1 december wordt de definitieve versie gelanceerd. Tree-Top is de eerste platenmaatschappij ter wereld die exclusief online opereert. De klant bezoekt de website, klikt op de grafische boomblaadjes die verschillende muzikale genres vertegenwoordigen (ambient, drum `n' bass, jazz) en beluistert fragmenten van nummers. Vervolgens kan er een cd worden samengesteld met daarop zestig minuten muziek. Op het hoofdkwartier in Harderwijk komen de bestellingen binnen en slaat de cd-toaster automatisch aan het branden, zonder dat Robin van Vliet, Enoch Justus of Maurits de Weert er enig omkijken naar hebben.

De kosten voor zo'n unieke cd zijn 36 gulden.

Het idee voor een online-platenmaatschappij komt van Maurits de Weert en Robin van Vliet, beiden zelf muzikant. Tree-Top is geboren uit frustratie. “Je maakt altijd meer muziek dan een platenmaatschappij uit kan brengen. Toen bedacht Justus dat je die produktie ook via Internet aan de wereld kunt laten horen', vertelt Van Vliet, bassist/toetsenist bij de percussiegroep Slagerij van Kampen. “Helemaal leuk is het pas als de mensen er ook nog iets mee kunnen, een cd samenstellen ofzo. Maar de investeringen daarvoor zijn zo groot dat je niet met eigen werk kunt volstaan. We zijn toen via ons netwerk van muzikanten-kennissen op zoek gegaan naar mensen die iets aan te bieden hebben. Zo benaderen we ook platenmaatschappijen met de vraag of we nummers in licentie kunnen nemen, wat wil zeggen dat je de mastertape huurt. Maar we hebben gemerkt dat alleen de kleine maatschappijen openstaan voor dat soort dingen, zoals BV Haast uit Nederland of Sunburn uit de Verenigde Staten. Via hen hebben we nu nummers op de sites van artiesten als Willem Breuker en sFEQ (jazz), The Orchid (drum `n' bass) en Pure & Alias (techno).'

Robin van Vliet is A&R-manager (`Artist & Repertoire') bij Tree-Top; hij is verantwoordelijk voor het aanbod op de site. Want Tree-Top wil niet zomaar alles op de site zetten - zoals de enige Amerikaanse pendant Sonic Boom - maar selecteert een op elkaar afgestemde scala aan nummers. “We doen in losse songs. Als een platenmaatschappij ons een tape stuurt waarvan we nummers in licentie kunnen nemen, dan kies ik daar de tracks uit die passen bij wat we al hebben.' Dance, jazz en verwante stromingen zijn populair bij Tree-Top.

Daar valt ook in het buitenland eer mee te behalen: “In Amerika zijn ze dol op Europese dance-tracks. We moeten nu alleen de klanten nog weten te vinden.'

Al voorspellen Paul Solleveld en Olav Vlaar van de NVPI dat de single als fysieke eenheid zal verdwijnen de neiging om te denken in losse nummers in plaats van in volledige cd's is bij de Internet-gebruikers juist alomtegenwoordig. Toch heeft de muzikant die een cd van zeventig minuten opnam de nummers waarschijnlijk binnen een bepaalde context bedoeld. Worden zijn belangen niet over het hoofd gezien? Robin van Vliet: “Als muzikant denk ik: je maakt een totaalprodukt met een verhaallijn, tussen de liedjes onderling zit een verband. Maar als consument weet ik: als ik op vakantie ga maak ik altijd verzameltapes met uitsluitend de beste nummers van een bepaalde plaat. Daarom laten we bij Tree-Top de volgorde over aan de consument.' Paul Solleveld: “De artiest zal vinden dat zijn produkt versnippert. Maar in de toekomst zal het meer en meer om losse tracks gaan draaien; de consument wil nog slechts de krenten uit de pap.'

Gerrit en Peter: “Een hele cd downloaden kost gewoon teveel tijd, dus noodgedwongen beperk je je tot losse nummers. Ik luister naar de liedjes van het net zoals ik naar de radio luister. En voor allebei geldt: als ik een nummer echt goed vind ga ik naar de winkel om de hele cd te kopen. Internet heeft een stimulerend effect op mijn consumentengedrag. De platenindustrie heeft uiteindelijk dus niets te vrezen. Of beter: bijna niets.'