Mediahysterie

Hoflands redenering (NRC Handelsblad, 9 november) bevat een tegenspraak: de hysterie van de media is bij hem het ene moment ingegeven door het blind volgen van hun overlevingsinstinct, terwijl hij diezelfde media het andere moment (het is ontluisterend) verwijt niet `de publieke opinie' te verwoorden maar juist `hun eigen smaak, moraal, gedachten en verwachtingen'. Was dat laatste maar wat meer het geval, zou ik bijna zeggen.

Juist omdat zoveel (massa)media zo gepreoccupeerd zijn door hun eigen overleven, slaan ze de plank regelmatig mis. Terwijl menigeen schrikt van de diagnose werkelijkheidsverlies als het politici en bedrijfsdirecteuren betreft, lijkt het vrijwel niemand te deren als het om journalisten gaat. En, wellicht overbodig om het uit te spreken werkelijkheidszin of realisme is daarbij niet per se hetzelfde als de publieke opinie.

Weinigen mogen er dan een punt van maken, toch is het van het allergrootste belang dat kranten zichzelf beschermen tegen extreme vormen van democratisering, omdat het nu eenmaal dodelijk is voor een gezonde krantencultuur. Het wordt tijd dat krantenredacties onderkennen dat zij eigenlijk geen massamedia meer moeten proberen te zijn. Dat zij niet langer moeten proberen op te boksen tegen de televisie, maar eindelijk eens de eigen koers moeten hervinden. Dat zij niet de grootste gemene deler (de massa) moeten willen dienen, maar dat selecte publiek dat (wegens de ontwikkelingen in de techniek) toch wel gestaag zal groeien en meer behoefte krijgt aan doorwrochte analyses.