Mannen van Het Parool; Herinnering vervalst

Bij Max Nord (1916) denk ik altijd aan Het Parool, Ter Braak en Du Perron Vestdijk en ingezonden brieven. In Achterwaarts, zijn bundel herinneringen, komen de laatste niet aan de orde; de rest klopt aardig. De journalist-dichter Nord raakte tijdens de oorlog vrij snel betrokken bij de illegale uitgave van Het Parool. Na de oorlog weigerde hij het hoofdredacteurschap, omdat hij inzag daarvoor minder geschikt te zijn. Bovendien prefereerde hij een correspondentschap in Parijs. Toen hem dat in het vooruitzicht werd gesteld, wilde hij wel een tijdje waarnemen.

Uit meer blijkt dat Nord geen gebrek aan zelfkennis heeft. Ja, propagandist van de ideeen van Ter Braak en Du Perron, zo wil hij zichzelf wel noemen. Voortzetter van de traditie van het tijdschrift Forum dus, maar tegelijk is hij er zich na de bevrijding van bewust `niet de geestelijke allure te hebben' voor een hoofdrol in die zich dan manifesterende stroming. En als dichter-criticus D.A.M. Binnendijk over een kritiek van hem opmerkt de citaten het mooiste te vinden, is dat voor Nord een bevestiging van zijn vermoeden: zijn kracht ligt in een rol op de achtergrond, als redacteur. Er zijn meer staaltjes van dit soort kritische zelfontleding, bijvoorbeeld als Nord beschrijft hoe een door hem voorgezeten (weliswaar rumoerige) vergadering van de Vereniging voor Letterkundigen volledig uit de hand loopt. Evenmin schrikt hij ervoor terug zijn critici aan het woord te laten. Memoires willen nog weleens mank gaan aan een hoofdpersoon die te zeer met zichzelf ingenomen is om nog geloofwaardig te zijn. Bij Nord is daarvan geen sprake.

Hij vermoedt achteraf in Parijs het gelukkigst te zijn geweest. Bevlogen schrijft hij over de stad waar hij herinneringen, ruimte, vrijheid en inspiratie vindt. Een fataal auto-ongeluk maakt in 1952 aan dat geluk bruut een einde. Vrouw dood, geheugen ontregeld.

Pas dan wordt het duidelijk waarom Nord zijn eigen herinnering, ja de herinnering in het algemeen, wantrouwt. Waarom hij zich zoveel mogelijk baseert op zijn dagboek, op andere documenten, en op andere getuigen. Waarom hij zo gefascineerd is door het werk van Luigi Pirandello, waarin geheugenverlies een centraal thema is. En misschien zelfs waarom Nord in zijn memoires soms zo heen en weer schiet in de tijd en bijvoorbeeld schrijft: `Even stop.

Waarom weet ik niet, maar we gaan terug naar het Parijs van 1936.' De herinnering vervalst altijd. En de weergave van een herinnering nog sterker. Dat is een vergeefse poging de complexiteit van een belevenis ongeretoucheerd in woorden te vangen, aldus Nord. `Ik zie mezelf rondlopen en dingen doen, maar ik kan de ik die ik toen was niet terugvinden.'

Het tweede deel van zijn boek bestaat uit portretten van bevriende kunstenaars. Op Leo Vroman na zijn ze allen overleden. Vooral schrijfster Josepha Mendels en ontwerper Helmut Salden worden liefdevol herdacht. In zijn stuk over Ter Braak ontzenuwt Nord het hardnekkige gerucht dat deze na de Duitse inval geprobeerd zou hebben per vissersboot naar Engeland te vluchten, alvorens hij zelfmoord pleegde. Over de vooral door Hermans betwijfelde zwarte lijst waarop Ter Braak zou staan, merkt hij op dat deze wel degelijk bestond en dat Ter Braak er als tweede op stond om gearresteerd te worden.

In deze herinneringen komt veelvuldig de naam van Gerrit Jan van Heuven Goedhart voor, die direct na de oorlog hoofdredacteur werd van Het Parool. Nord vindt hem de beste van de vier die hij meemaakte. Een intelligente man, met visie, daadkracht, charisma en een principiele standvastigheid. Geen foutje ontging hem, en dat gevoegd bij zijn indrukwekkende gestalte, maakte dat velen - Nord niet - bang voor hem waren.

Van Heuven Goedhart was al heel jong hoofdredacteur van De Telegraaf geworden en ook daarna verliep zijn carriere voorspoedig. Tijdens de oorlog werd hij minister van Justitie in het tweede kabinet-Gerbrandy. Zijn inspanningen voor de ontwortelden na de Tweede Wereldoorlog, vinden waarschijnlijk hun oorsprong in zijn verzetswerk.

Voor deze groep kon hij als Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor Vluchtelingen veel doen, en hij heeft zich dan ook met niet aflatende ijver ingezet voor verbetering van hun lot. Hij was medeverantwoordelijk voor de totstandkoming van het Vluchtelingenverdrag van Geneve in 1951. Het was voor een belangrijk deel zijn verdienste dat de organisatie waarvoor hij werkte, de UNHCR, in 1955 de Nobelprijs voor de Vrede kreeg.

De korte biografische schets van Carla van Os toont ons Van Heuven Goedhart als een gedreven man, die door zijn uitstraling, zijn contacten en zijn vasthoudendheid veel gedaan kreeg. Vaak ging het dan natuurlijk om het lospeuteren van geld. Mede-uitgever Stichting Vluchteling (opgericht 1982) zegt zich verbonden te voelen met Van Heuven Goedhart en in zijn geest voort te werken. Het blijft noodgedwongen bij een eenzijdige liefdesverklaring, en dat maakt - hoeveel aanleiding er ook voor is - deze postume annexatie wat ongemakkelijk. Maar misschien wordt zij wel veroorzaakt door het feit dat een man als Van Heuven Goedhart bij de aanpak van het vluchtelingenprobleem nu zo node gemist wordt.