Lancering succes, de verstandhouding nog niet

Vanaf de basis Bajkonoer in Kazachstan is vandaag de eerste module van het nieuwe internationale ruimtestation ISS gelanceerd. De lancering werd een succes. Maar de verstandhouding tussen vooral Russen en Amerikanen is verre van optimaal.

“Rusland was, is en zal een grootse ruimtemogendheid zijn', staat er in verbleekte verf op een muurtje op de Centraal-Aziatische steppe. Het bewijs: de daverende Poesk! (lancering) vijf kilometer verderop van de eerste bouwsteen - Made in Russia - van het futuristische ruimtestation ISS.

Vanaf platform A-92 op een vlakte vol prikkeldraadversperringen en door betonrot aangevreten bunkers is vanmorgen in Kazachstan de module Zarja (Dageraad) met een Proton-draagraket in een baan om de aarde geschoten, tot ongeloof van de meegereisde officials van de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA: “Dat Russische spul doet het toch maar vlekkeloos.'

De Amerikaanse kranten komen superlatieven te kort om het gezamenlijke project te beschrijven: “Vergelijkbaar met de piramides van Egypte of de kathedralen van Europa; groter dan een voetbalveld en zwaarder dan een tanker'. De kosten van het toekomstige Internationale Ruimtestation ISS: 63 miljard dollar voor de bouw alleen. De vroegere rivalen uit de Koude Oorlog zijn om politieke redenen bijeengebracht in dit science fiction-achtige ruimtehuis, maar de fase van het samenwonen is nog niet begonnen of het knettert al tussen de Russen en de Amerikanen.

Op papier doen er zestien landen mee, van Japan tot Canada en Brazilie, maar in de praktijk treden alleen de NASA, als protagonist, en het Russische Ruimtevaartagentschap, als antagonist, op de voorgrond. Constant trappen ze op elkaars tenen. Aan de vooravond van de lancering op een cocktailparty in het peperdure Hotel National in Moskou, krijgt NASA-hoofd Daniel Golden een rood lintje opgespeld met de beeltenis van Sergej Koroljov, de legendarische Hoofdontwerper van raketten (codenaam Zarja) die de Sovjets begin jaren zestig op een enorme voorsprong in de ruimte zette.

Wijzend op de oorkonde zegt Golden even later tegen een bekende: “Een of andere communist heeft me dit gegeven.'

De Russen op hun beurt zijn zo koppig dat ze, terwijl ze geen kopeke hebben de uitgeleefde Mir nog twee jaar langer in de lucht willen houden. Uit trots. Het Amerikaanse Congres heeft daar geprikkeld op gereageerd: het armlastige Moskou blijft al in gebreke en moet de Mir opdoeken om genoeg mensen en middelen vrij te maken. “De Russen zeggen dat wij hen dwingen om de Mir in de oceaan te dumpen', zegt NASA-woordvoerder Kyle Herring in de bus-met-gordijntjes op weg naar de lanceerbasis. “Maar de werkelijkheid is dat de Russen gewoon geen geld hebben.'

Wat steekt is dat de Amerikanen, als verreweg de grootste geldschieters de regie strak in houden. “Ze noemen ons hun junior partner', zegt een medewerkster van het Europese Ruimtevaartagentschap ESA verbaasd. In de persmap van NASA wordt de Russen fijntjes ingewreven dat het internationale station “tien keer groter wordt dan de Mir'. Zulk soort wederzijds onbegrip heeft al geleid tot een onoplosbare ruzie over de naam van het station. Freedom - de suggestie van president Ronald Reagan (die destijds de Sovjet-Unie “het rijk van het kwaad noemde') - was onaanvaardbaar. Dat gaf indirect aan wie de Koude Oorlog had gewonnen. Ook tegen het door president Clinton voorgestelde Alpha maakte Moskou bezwaar: dat impliceerde immers het begin van iets, terwijl er al sinds 1971 Russen in de ruimte wonen. Vandaar de afkorting ISS, van International Space Station.

Wat de Russische gevoelens misschien nog het beste weergeeft is een gedicht uit `Onvergetelijk Bajkonoer' - een ode aan de lanceerbasis:

Wij waren eerst! Het was sjouwen/

om de kosmodrome in de woestijn te

bouwen/

om door de zwaartekracht te breken/

en ons mensenhuis in de ruimte uit te

steken/

Het tweede couplet gaat over de schande van de Russen dat ze tegenwoordig hun hand moeten ophouden “smekend om dollars en hulp', terwijl het vroeger kennelijk ook op eigen kracht en met roebels lukte. Een verslaggever van de Komsomolskaja Pravda vraagt zich af: “Waarom is de PR van deze lancering in handen van een Amerikaans bureau uit Virginia?' Tegelijkertijd klagen CNN en ABC op hun Russische gastheren: de tv-camera's staan te ver weg en er is niet eens een countdown. Bovendien: “Wat doet die haag van militairen hier?'

De sfeer op Bajkonoer is nog altijd geheimzinnig. Hoeveel platforms staan er op de steppe? “Veel', antwoordt een argwanende officier. Hoe groot is deze basis? “Groot genoeg om niet door een atoombom uitgeschakeld te kunnen worden.' Elke stap en elke beweging wordt in de gaten gehouden door een legertje mannen met bontmutsen in zwarte jassen. Hier op deze winderige vlakte botsen twee culturen, twee manieren van denken.

De vraag is: hoe zal dat gaan, tussen de vertegenwoordigers van beide landen, als straks in het jaar 2001 het jarenlange samenwonen aan boord van de ISS van start gaat? Los van de spraakverwarring tussen “no' en “njet' of Celsius en Fahrenheit is het gevaar voor culturele kortsluiting in de ruimte niet uitgesloten.

Toch blijft Sergej Krikaljov, de Rus die onder het commando van astronaut Bill Shepherd het nieuwe ruimtehuis zal betrekken, daar nuchter onder. Krikaljov is de man die als Sovjet-burger naar de Mir vertrok om een jaar later bij terugkeer op aarde te ontdekken dat de USSR in de tussentijd was opgedoekt en hij een Rus was. “Ach, ik ben zo lang in de ruimte geweest', zegt hij. “Ik sta boven die geschillen.'