Het wonder werkt; De late landschapsschilderijen van Regy Gunn

In de schilderijen van kunstenaar Regy Gunn zit het linnen verborgen onder marmerpoeder en parkietenzand. Hij schildert daar bladeren mee, boomtakken of een fossiel, losgeraakt van hun omgeving. “Geisoleerd, fragmentarisch zoals de natuur in ons land zelf ook geworden is.'

Laten we het niet over schilderkunst hebben. Ze wordt een traag oud wijf genoemd, aan sterven toe. Dat klaagt en zeurt, steunkousen draagt achter haar rug om voor zeug uitgemaakt wordt. Laten we het vooral niet over schilderkunst hebben als haar restjes begraven worden begeleid door Bach-galm, cake, koffie en een slechtziende slechtruikende vriendin met een hoedje op. Rust zacht! De wurmen, necrofiele aanrandertjes, verheugen zich al enorm op de steunkousen. Maar iemand, dwaas achterneefje, ligt dwars en laat het lijk opgraven. Koud en blauwgroenstinkend ligt het op de snijtafel. De patholoog-anatoom fileert vakkundig. De tong, een miraculeus spits ding, wordt geprepareerd voor het universiteitsmuseum. De beheerdster, verheugd over de nieuwe aanwinst, houdt haar eigen brede roze zachte zoete tong tegen het potje waarin de stilettotong ronddobbert 't is een kleine erotische afwijking die haar geen zorgen baart. (Sorry ik word een beetje door het verhaal meegesleept). Maar laten we het toch vooral niet over schilderkunst hebben. Jarenlang is ze - samen met God - postmodern doodverklaard. Vermolmd en aangevreten genoemd, een ontzield lichaam.

Ooit was dat misschien een schokkend nieuw inzicht maar bij de zoveelste keer is de glans er wel af, ontmaagdingen kun je ook niet blijven overdoen. Het is gedrens, geklets, gewauwel, gezeik oudewijvenpraat van kunsthistorici wier intellect allang op sterk water gezet is. Moge hun tong ook nog uitgerukt worden.... Trouwens opvallend hoe vaak de schilderkunst in een adem door met God doodverklaard wordt. Misschien is schilderkunst zelf ook wel een soort God. Een God als een schele kanarie, mag ik hopen. Kwetsbaar, dubbelziend en helsgekleurd.

En dan nog iets: waarom wordt de beeldhouwkunst nooit doodverklaard? Of kan dat gewoon niemand een zak schelen?

Doemdenken is niets nieuws. Tweeduizend jaar geleden al maakte Plinius, admiraal en geleerde schrijver van de Historia Naturalis (een encyclopedie die eeuwenlang een standaardwerk zou vormen vooral op het gebied van plant- en dierkunde) zich er ernstig zorgen over dat de schilderkunst verdrongen zou worden door een nieuw procede dat bestond uit inlegwerk met stukjes marmer. Je portret in mozaiek was het helemaal, vond men. Michelangelo zag het vijftienhonderd jaar later positiever. In gesprek met de Portugese kunstenaar Francisco de Holanda, die door de koning van Portugal naar Italie gestuurd was om daar de kunst te bestuderen en een dagboek bijhield van alles dat hij meemaakte, zei hij: `als ik er soms over nadenk kom ik tot de bevinding dat er onder de mensen maar een kunst of wetenschap bestaat, namelijk die van het tekenen of schilderen, waar alle andere onderdelen van zijn of uit voortspruiten. Want als men alles wat men in dit leven doet eens nader beschouwt, blijkt dat eenieder zonder het te beseffen voortdurend aan het tekenen is en nieuwe vormen en figuren schept, zoals bij het kleden wanneer men zich in verschillende creaties hult, of bij het bouwen waar ruimte opgevuld wordt met beschilderde gebouwen en huizen, of bij het bebouwen en bewerken van de grond die men verdeelt in kleurvlakken en waarop men lijnen aanbrengt, of bij het bevaren van de zeeen met zeilen, of bij het oorlog voeren, wanneer de regimenten over het slagveld verdeeld worden, en tenslotte bij sterfgevallen en begrafenissen en eigenlijk bij al onze daden, bewegingen en ondernemingen.' Zo bezien zijn video en computer geen vervanging van de teken- en schilder kunst maar gewoon nieuwe stukken gereedschap.

Eieren

In 1993 organiseerde beeldend kunstenaar Reggy Gunn (1959) de tentoonstelling Wunderkammer in Arti et Amicitiae. Een Wunderkammer bestond oorspronkelijk uit een verzameling zeer uiteenlopende, zeldzame dingen, bedoeld om de verbazing te wekken van wie haar zag. Van een Siamese tweeling op sterk water tot grillig gevormde koraalsoorten, van eieren van een uitgestorven vogelsoort tot een boek met geaquarelleerde paddenstoelen, die samen de schoonheid van de natuur dienden te weerspiegelen. In de Renaissance legden Duitse en Italiaanse vorsten vaak zo'n verzameling aan. Een eeuw later werd het een rage onder rijke nederlandse burgers. Wie met zijn status, originaliteit en goede smaak wilde pronken, kon niet zonder rariteitenkabinet.

De expositie in Arti was geen getrouwe reconstructie van zo'n kabinet. Gunn had een aantal kunstenaars uitgenodigd in wier werk kunst, natuur en soms ook wetenschap samenkwamen. Daarnaast werden wel opwindende dingen als geweckte cycloopjes, een verzameling Philips lichtpeertjes en een portret van Archimboldo door een meester-banketbakker nagemaakt in marsepein getoond. Gunn zelf had een anamorfose (een vertekende figuur die, onder een bepaalde hoek bekeken, het juiste beeld oplevert) uitgevoerd. Met zeventienhonderd opgezette vlinders beeldde hij het `stippen'portret van Beatrix dat Peter Struyken voor postzegels ontworpen heeft, vergroot op een wand uit. Cultuur werd omgezet in natuur. En andersom ook.

Voor de laatste Sinterklaasoptocht in Amsterdam deze eeuw, die extraspeciaal moet worden, ontwierp Gunn een standbeeld van Sinterklaas te paard. Het is een ijssculptuur die op een lage praalwagen staat die ook met ijs bedekt is en waarop een paar echte Zwarte Pieten rondschaatsen.

Boven het ruiterstandbeeld hangt een veelkleurig baldakijn, om het te beschermen tegen november-motregen, volgend jaar.

Het samenstellen van de Wunderkammer en het ontwerpen van de praalwagen zijn uitstapjes voor Gunn, die een klassiek schilder is dagelijks in zijn atelier werkt, geduldig en geconcentreerd. De uitnodiging van zijn tentoonstelling bij galerie Onrust geeft een hoekje van dat atelier prijs. Er hangen twee schilderijen aan de witgekalkte wanden, een groot doek met een perspectieftekening, een wit verdwijn-gat en vier donkerblauwe vlekken en een klein doek met een gestileerde dierenklauw erop. Links staat een krukje waar banen plakband op liggen, de vloer is een voorlopige staalkaart van Gunns ijver, bezaaid met met nog meer tape, uitgeknipte vormen die als sjabloon gediend zullen hebben en vooral veel verfvlekken. Gezien de driehoekige schaduw links op de foto komt de lichtinval van boven.

Sjabloon

Reggy Gunn werkt lang aan zijn schilderijen. Hij maakt geen tekeningen zoals de meeste schilders wel doen, alleen heel soms een schetsje. Alles kan een aanleiding zijn voor een schilderij. Wat frutseltjes op zijn ateliervloer, de manier waarop een barst in een wand weggestuct is, een afbeelding van een aap of middeleeuwse madonna. Soms wordt de restvorm die hij overhoudt als hij een sjabloon uit papier geknipt heeft als nieuwe, zelfstandige vorm gebruikt. Of een foto in de krant, van een bord in een weiland met een protest tegen het mestbeleid van de regering, trekt Gunns aandacht. Hij maakte er een `letter'schilderij van. EST ELE, valt er nog net op te ontcijferen, ondersteboven, achterstevoren, het residu van mESTbELEid. Steeds weer gaat het er om los te komen uit het vaste stramien waarin je naar de wereld kijkt.

De schilderijen van Reggy Gunn zijn uit vele lagen opgebouwd. Hij houdt niet erg van de textuur van linnen, werkt het weg onder vele lagen modelleerpasta en alkyd (een verfsoort met veel eigenschappen van olieverf, maar dan veel sneller drogend) die hij mengt met marmerpoeder of fijn parkietenzand. De vloer en de wanden van zijn atelier dienen vaak als palet. Hij schildert en schuurt zijn doeken af, krabt stukken weg. Wrijft de verf in, tamponeert. Met tape en sjablonen wordt een gedeelte van het schilderij afgedekt waarna het een nieuwe verflaag krijgt. Als paletmes gebruikt hij de ansichtkaarten die tegenwoordig in de meeste cafe's gratis worden aangeboden. En uit linoleum worden vormen gesneden die hij op het schilderij afdrukt, zoals bij Flora 1 uit 1991, waarop een aantal blad- en varenvormen is afgedrukt tegen een bruin-roze atmosferische achtergrond, waardoor het lijkt alsof de bladeren door de ruimte zweven. Gunn koestert ze als ware het een bijzondere verzameling.

Of een prachtig, titelloos schilderij uit 1989, vuilwit als de sneeuw waar mensen met kaplaarsmodderpoten doorheengebanjerd hebben waar een winterse boom een aantal keren op staat afgedrukt, elf keer maar liefst, terwijl door de kale takken heen een vuilgrijze sneeuwpop schemert, evenals twee reusachtige vogelkoppen. Gunn lijkt soms een verlate landschapsschilder. Hij schildert de dingen, afgevallen bladeren boomtakken, een fossiel, pas als ze op drift zijn, losgeraakt zijn van hun omgeving. Geisoleerd, fragmentarisch, zoals de natuur in ons land zelf ook geworden is.

Op een recent doek staan twee figuren afgebeeld half-abstracte Barbapappa's, die in details uiteen dreigen te vallen.

Ontmoeting der elementen heet het werk. Als ik vraag welke elementen dat zijn antwoordt Gunn lachend “God mag het weten, daar ga ik niet over'. Voor hem zijn ze slechts het vertrekpunt om te gaan schilderen. Niet dat het onderwerp er volstrekt niet toe doet, maar het boeit hem nu eenmaal meer hoe hij het in verf kan omzetten. Als je zijn werk bekijkt is het alsof hij in verf gedacht heeft.

Maar laten we het niet langer over schilderkunst hebben. De uitvinding van de computer heeft enorme verwachtingen gewekt over de toepasbaarheid van dat nieuwe medium, ook in de kunst. Halverwege de vorige eeuw, toen de fotografie werd uitgevonden, ontstond eenzelfde opwinding. Wat te doen met de nieuwe mogelijkheden? In 1841 was Anna Atkinson de eerste vrouwelijke fotograaf. Door planten op lichtgevoelig papier te leggen (dat niet lang daarvoor was uitgevonden) en vervolgens te belichten, ontstonden fotogrammen; afbeeldingen zonder tussenkomst van een camera, dus ook zonder negatief. Een techniek die later bij kunstenaars als Man Ray en Moholy-Nagy tot prachtige kunstwerken zou leiden. In 1843 publiceerde Atkinson een boek met foto's van algen. Het was het eerste boek ooit dat geillustreerd werd met foto-illustraties. Later volgden publicaties met foto's van varens, bloemen, veren, bladeren. Het was niet haar bedoeling om kunst te maken, de nieuwe techniek was slechts een hulpmiddel om de planten vast te leggen en te inventariseren. Maar juist het ontbreken van artistieke pretentie, de strengheid van de indeling: Seaweeds Only! al die ijle fijnvertakte algen oplichtend in een blauw vlak, zorgt voor ontroering. Het is bijna niets en bestrijkt toch alles. `Het wonder werkt dag in dag uit' schreef Kurt Schwitters.

Het rangschikken van de natuur is een wereldwijd verlangen want een wonder bewerkstelligen met bijna niets, dat toch alles bestrijkt, is precies wat Japanners proberen tijdens een theeceremonie. Alles bij een theeceremonie is belangrijk. De afmetingen van het theehuis (speciaal ontworpen voor het ritueel). De inrichting, die zo natuurlijk mogelijk gehouden wordt en vaak de tuin weerspiegelt. Het aantal gasten. De gerechten, die bij de thee geserveerd worden en kaiseki genoemd worden. Er wordt voedsel van het seizoen en uit de directe omgeving geserveerd. De volgorde van de gerechten is belangrijk. En de temperatuur van de gerechten. De opmaak. Het servies. Maar vooral natuurlijk het bereiden van de thee zelf, `vloeibaar schuim van jade'. Het theehuis is `een eiland van rust en kalmte, waar de mens zijn zinnen kan laven en zijn ziel verblijden'. Alles draait om aandacht concentratie, de schoonheid van de dingen. Het is een oefening in stijl in compositie. Het omzetten van natuur in cultuur en cultuur in natuur. Net schilderkunst eigenlijk.

Maar laten we het niet meer over schilderkunst hebben, laten we het erover hebben waarom volgens sommigen dingen vernietigd moeten worden om andere, nieuwe te doen ontstaan. Er wordt gezegd dat schilderkunst traag is, teveel tijd vergt om te bekijken en dat video veel flitsender is, aansluit bij de hedendaagse beeldcultuur gaap etc. Wie regelmatig musea bezoekt weet dat het omgekeerde ook waar is: een schilderij kun je heel snel bekijken en veel kunstvideo's duren juist eindeloos, terwijl er nauwelijks iets gebeurt. Schilderijen afdoen als trutkunst voor boven de bank of speculatie-object mist elk gevoel voor schoonheid (ook verscheurde schoonheid, die bijna lelijk is) traditie natuur, hartstocht en terpentijnlucht.

Schwitters beschreef het in zijn gedicht Lente als volgt: `De wereld is mooi./Het wonder werkt dag in dag uit./Het onverklaarbare krijgt gestalte./Wij zien god in ieder ding./Al zijn wij arm, de wereld is rijk./En zijn wij ten prooi aan twijfel:/God schiep de wereld, opdat wij kunnen hopen.' Lees voor God schilderkunst, schele kanarie, helgeel.

    • Pam Emmerik