Het ruimtewagentje

Het segment van kleine, typisch Europese `ruimtewagens' (of MPV's) is nog nieuw maar zal zeker groeien. Tussen de grote Amerikaanse of op Amerikaanse leest geschoeide modellen onder aanvoering van de Chrysler Voyager durfde alleen Renault het aan de Scenic als een `middenklasse' MPV uit te brengen. Het doorslaand succes daarvan is de concurrentie niet ontgaan en Fiat opent nu als eerste de tegenaanval met de Multipla die nog iets compacter is dan zijn Franse evenknie. Citroen (met de Picasso) en Opel (Zafira) volgen later.

Fiat steekt met de Multipla wel de nek uit. Om binnen de vier meter buitenlengte toch ruimte voor zelfs zes personen te kunnen bieden, hebben de ontwerpers voor een andere, nog niet eerde toegepaste architectuur moeten kiezen. De auto telt twee rijen van drie stoelen naast elkaar en is daardoor erg breed (187 cm), heeft vrijwel verticale zijflanken en een opvallend plat dak. Neem daarbij het streven naar extreem groot glasoppervlak voor een riant uitzicht en het zal duidelijk zijn waarom de Multipla er met zijn platte snuit en etalageruiten zo `anders' uitziet. Direct onder de voorruit geplaatste lampen versterken het eigenzinnige gezicht nog eens. Fiat zelf refereert met dit design aan het vriendelijke uiterlijk van een dolfijn maar of de gemiddelde koper dat begrijpt en apprecieert, valt nog te bezien.

De Italianen hebben dat risico bewust ingecalculeerd. Al twee jaar geleden stond het prototype voor de Multipla - genoemd naar een veertig jaar geleden geproduceerd, eveneens eigenzinnig Fiatmodel dat ook zes zitplaatsen telde - al op de Parijse salon om het publiek te laten wennen. Sindsdien is het concept vrijwel ongewijzigd in productie genomen. De toegepaste carrosserietechniek van het wonderlijke, maar ook vooruitstrevende model stond die gok echter toe. In plaats van het traditionele starre en kostbare concept van samengegelaste geperste panelen is de Multipla opgebouwd rond een licht frame van stalen profielbalken. Deze zogenaamde space frame technologie wordt al enkele jaren in de auto-industrie bestudeerd. Fabrikanten kunnen hiermee tegen eenderde van de gebruikelijke investeringen een geheel nieuw model ontwikkelen, of kortere dan wel langere uitvoeringen maken.

Omgekeerd stelt het de fabrikant in staat al bij kleinere productieaantallen winstgevend te draaien. Fiat is de eerste die volgens dit principe gaat produceren. De ontwikkeling van de Multipla (die gebruik maakt van bestaande Fiat-aandrijfsystemen) kostte `slechts' 380 miljoen gulden en in Turijn zegt men daardoor al vanaf een jaarproductie rond de 40.000 stuks break even te spelen.

Tot in alle uithoeken en details breekt de Multipla als model verder met geldende normen. De versnellingspook steekt omhoog uit het dashboard waarop de instrumenten centraal zijn gegroepeerd. De middelste voorstoel heeft een speciale verankering voor de veiligheidsgordels. Die stoel kan men eventueel naar voren klappen, of worden vervangen door een op maat ontworpen koelkastje. Het zicht rondom is riant, maar de stoelen zelf zijn wat smal en vier van de zes inzittenden zitten erg dicht tegen de portieren. De hoekige architectuur verschaft wel uitstekende schouderbreedte.

Fiat gaat er prat op naast moderne diesel- en benzinemotoren een drietal alternatieve aandrijfsystemen te hebben ontwikkeld. De versie voor vloeibaar aardgas wordt `blupower' genoemd; de `bipower' kan zowel op benzine als methaangas draaien; en er komt een `hybride'-uitvoering waarbij een geoptimaliseerd samenspel van elektrische tractie met een conventionele benzinemotor de uitlaatgasemissies helpt beperken.

Hoe, en vooral of Fiat met deze futuristische en tevens compromisloze Multipla een plaats in het middenklasse MPV-segment kan veroveren, houdt intussen de hele autowereld bezig. De consument is doorgaans niet zo geporteerd voor esthetische innovaties of alternatieve autoconcepten. Fiat-directeur Giuseppe Scaglioli geeft ook toe dat zijn onderneming met de Multipla een risico neemt.

Hij voegt er echter aan toe dat het koperspubliek in toenemende mate innovaties accepteert. “We zijn ook op het idee voor de Multipla gekomen na signalen uit de markt dat er een behoefte bestond aan meer gebruiksmogelijkheden bij compactere afmetingen. Bovendien worden de grote MPV's op de Europese markt te duur waardoor de verkoopgroei stabiliseert.' Scaglioli ziet daarom geen problemen om 40.000 tot 60.000 Multipla's in Europa af te zetten, tegen prijzen (in Nederland) die tussen de 39.950 en 51.400 gulden liggen. ABS-remmen, elektrische ruitbediening en centrale portiervergrendeling zijn daarbij standaard.

De autobranche houdt intussen zijn hart vast. Dealers zijn verdeeld over de verkoopkansen, om dezelfde redenen als analisten zorg baren. Het analistenkantoor DRI/McGraw-Hill in Londen zegt in duidelijke bewoordingen verbaasd te zijn dat Fiat het oorspronkelijk al zo extreme ontwerp van Multipla's prototype ongewijzigd op de markt brengt. Het is een risico, vindt men, waarna de objectieve prognose van DRI/McGraw stelt dat Fiat volgend jaar in heel Europa 33.000 Multipla's zal kunnen verkopen, maar in het jaar 2000 nog slechts 19.500.