Het gesprek een vrouwelijk wapen; Theodore Zeldin: historicus en goeroe

Vergeleken met de vrouwenemancipatie was de Russische revolutie volgens de Britse historicus Theodore Zeldin niet meer dan een wisseling van de wacht. De vrouwenemancipatie daarentegen raakt de beschaving in de kern. Maar er is nog wel een probleem: man en vrouw kunnen niet met elkaar praten.

``Geliefden zijn steeds minder tevreden met gewoon bemind worden: ze willen weten waarom de ander hen liefheeft. Daar zijn gesprekken voor nodig. Complimenten alleen zijn niet meer genoeg.'Men hoeft geen historicus te zijn om zich in de taal van de liefde te verdiepen. Theodore Zeldin heeft zijn leven lang geschiedenisboeken gelezen en geschreven. Dat weerhoudt hem er niet van regelmatig dit soort uitspraken te doen in zijn bundel BBC-radiotoespraken, die deze week verscheen onder de titel Conversation. Het is de voorlopige bekroning van een loopbaan die zich heeft ontwikkeld van het specifieke naar het algemene. De meeste mensen worden op den duur steeds knapper in steeds minder. Zeldin doet het andersom.Conversation is een hartstochtelijk pleidooi in de vorm van een goed gesprek. Tot Zeldins spijt is hij noodgedwongen het meest aan het woord, maar hij eindigt zijn dialoog voor een heer met een oproep om te antwoorden. We moeten leren praten. En omdat niemand weet hoe dat werkelijk moet, zit er niets anders op dan er over te praten.De Westerse mens is verleerd te verleiden met het woord, vergeten dat luisteren meer oplevert dan geluid voortbrengen. Nu mannen en vrouwen eindelijk de hoop hebben ontwikkeld met elkaar als gelijken om te gaan, moeten zij hoog nodig de taal ontwikkelen die dat mogelijk maakt. Je moet nogal iemand zijn om zoiets eenvoudigs te durven poneren met een air dat geen genoegen neemt met een grijns.Theodore Zeldin heeft zo'n voorkomen. In zijn fijn geciseleerd gezicht twinkelen twee ogen die de tien eerstvolgende vragen hebben voorzien. Met een geordende en tegelijk waanzinnig breed gesorteerde geest is hij bereid geduldig de antwoorden te ontrollen, op voorwaarde dat de gesprekspartner bereid is mee te denken en een beetje te dromen.

Zijn vak is het verleden, maar dat loopt bij hem tot vrij ver in de toekomst.Voor Theodore Zeldin is geschiedenis het verhaal van miljoenen mensen, die er toe doen, al blijft weinig of niets van hun levens bewaard. Omdat hij zo knap is durft Zeldin zijn kennis in voetnoten en bibliografieen op te bergen, en zelf in gewone taal te schrijven over wat mensen bezig houdt. Hij kon hen lang niet allemaal ontmoeten, daarom heeft hij er altijd een handvol, soms tientallen met zijn persoonlijke intuitie uitgekozen, en die uitvergroot.

Annales

Gewone mensen zijn geen uitvinding van Zeldin. Collega's van de Franse Annales-school begonnen zich in de jaren dertig toe te leggen op sociale en economische geschiedenis. Zij waren, net als Zeldin minder in de politieke geschiedenis geinteresseerd. Bij hun `gewone mensen'-geschiedenis richtten zij zich bij voorkeur op wat zij konden meten en turven. Leroy Ladurie beschikte over bronnen om minutieus te inventariseren wat de burgers van Montaillou in 1320 aan tafel en op de hooizolder bezig hield.

Zeldin, die ook de Fransen, maar dan van de laatste anderhalve eeuw tot hoofdonderwerp van zijn studies heeft gemaakt, werkt met een bredere penseelstreek. In zijn bekendste boek, dat als The French (1982) vele drukken heeft beleefd, schildert hij een warmbloedig, impressionistisch portret van een volk. In een bijna gesproken stijl behandelt hij vragen als: Waarom is het zo moeilijk een gemiddelde Fransman te vinden? Hoe schat je een Franse grootmoeder naar waarde? Hoe vermijdt men te worden geintimideerd door hun intellectuelen? Communisme als levenshouding? En: Wat geliefden in Frankrijk van elkaar verwachten? Saai wordt het nooit.

De historicus zit als bevlogen causeur in een Parijse brasserie.

Dat hij ook in de minder populaire geschiedschrijving zijn partijtje meeblaast had Zeldin in de jaren zeventig al bewezen door een kleine 2000 bladzijden te schrijven voor de Oxford History of Modern Europe, waarin hij het Frankrijk van 1848 tot 1945 voor zijn rekening nam. Een indrukwekkend levenswerk. De inmiddels in paperback verschenen vijf delen History of French Passions hebben als titels: Ambition and Love, Intellect and Pride, Taste and Corruption Politics and Anger en Anxiety and Hypocrisy.

Zo rangschikt Zeldin het verleden. Zonder zich een moment aan en-toen-en-toen geschiedenis te buiten te gaan, weet hij deze boeken genoeg feiten en jaartallen mee te geven om een coherent en ademend beeld van een tijdperk te creeren. Maar het zijn de (vaak gewone) mensen die Zeldin het meest boeien. Onvergetelijk zijn de arme kooplui die Parijse warenhuizen als Au Bon Marche en Samaritaine in de vorige eeuw van een handkar af opbouwden. De ideeen- en mentaliteitsgeschiedenis wordt overigens niet verwaarloosd. De woelige hoofdstromen komen tot leven. De behandeling van de psychiatrie van deze traumatische eeuw is een voorbode van Zeldin, de universeel raadsman, die zich sindsdien heeft ontwikkeld.

Het was te verwachten dat niet alle historici even enthousiast zouden zijn over deze benadering van het vak. Nadat The French zijn zegetocht door de wereld was begonnen schreef Richard Cobb, nota bene een collega uit Oxford, in The New York Review of Books een dodelijke recensie. Hij vond de keuze van Zeldins Franse gesprekspartners willekeurig, een somber stelletje voor wie zelfs humor een bloedernstige zaak is.

Cobb, zelf Frankrijk-kenner bij uitstek, stelde spottend vast dat `general practitioner' Dr Zeldin zich door sommige van zijn jeugdige Fransen bij de neus had laten nemen met hun gewichtige gepraat over de volksaard, waarvan hij elders had vastgesteld dat die niet bestond. `Dr Zeldin generaliseert heel veel.'

Zeldin heeft zich door dit soort kritiek niet merkbaar uit het veld laten slaan. In An Intimate History of Humanity (1994) slaat hij de vleugels van de gevoelsgeschiedenis verder uit. Hij tracht erin vast te stellen hoe het menselijk welbevinden zich in de loop der tijden heeft ontwikkeld. Opnieuw aan de hand van gesprekken, met vrouwen bovendien omdat hij die interessanter vindt, opener voor de vragen die er toe doen: ``Ik heb getracht de herinneringen van de hele mensheid te openen, om de dilemma's van het heden in een perspectief te plaatsen dat niet wordt gedomineerd door het idee van een eeuwigdurend conflict.'

Zeldin is een vrij man. Fellow aan Saint Anthony's College in Oxford, maar wereldburger uit roeping. Hij werd geboren op de berg Carmel, in Israel uit Russische ouders. Zijn moeder was tandarts, zijn vader ingenieur en wiskundige, die in het Britse koloniale rijk ging werken. Als jongetje werd Theodore naar een mooie, gemengde kostschool in Cairo gestuurd. Hij ging op zijn vijftiende studeren, aan Birbeck College in Londen, het enige universitaire adres in Engeland dat geen minimum leeftijdslimiet stelde.

`Lezen heerste in de familie', bekende hij vier jaar geleden aan Angela Lambert van The Independent. Zeldin schreef zijn eerste boek - `een soort antropologisch werk' - toen hij twaalf was, zijn eerste geschiedenisboek op zijn achttiende.

Toen hij een meer gebruikelijke academische leeftijd had bereikt, zette hij zijn studie moderne geschiedenis voort in Oxford. Zeldin studeerde, promoveerde, doceerde was een periode decaan van Saint Anthony's, zoals dat gaat. En bleef een vrij en dus druk man.

Eeuwwisseling

Voor een gesprek heeft hij eigenlijk geen tijd. De Franse regering heeft Zeldin gevraagd snel een advies te schrijven over de werkelijke betekenis van de eeuwwisseling: over hoe Frankrijk de fouten van de vorige eeuw kan vermijden. De regering-Blair had hem toevallig ook zo iets gevraagd, maar dat was meer gericht op een aangeklede feestelijkheid. Deze Franse opdracht boeit hem want er moet nog zo veel in de nieuwe eeuw.

``De belangrijkste uitdaging voor Europa is de voortzetting van de ontwikkeling van de 20ste eeuw: ruimte geven aan nieuwe aspiraties van vrouwen', vertelt Zeldin tussen het millennium-denken door. ``Wat op dat gebied is gebeurd is ongehoord, nooit eerder gezien, belangrijker dan de Russische Revolutie: daar verving de ene dictator de andere, meer niet.'

``Waar het nu op aankomt is: de mogelijkheid scheppen dat mannen en vrouwen samenwerken om een nieuw soort wereld op te bouwen. Gelijke kansen voor vrouwen zou men kunnen organiseren door wetgeving, of door tot nu toe gesloten beroepen open te stellen. Er is ook een nog niet eerder beproefde methode: vergroten van het vermogen van mannen en vrouwen met elkaar te praten als gelijken.'

Conversation is zijn nieuwe thema en de titel van zijn nieuwe boek. Het woord is niet ideaal te vertalen. `Conversatie' heeft in het Nederlands iets stijfs. `Converseren' klinkt alsof er een Haags (halfvol) kopje thee bij is geschonken.

`Conversation' in het idioom van Zeldin is neutraler en positiever: het betekent praten en luisteren, reageren en verder komen. Hij schrijft: `Conversatie is een ontmoeting van twee wezens met verschillende herinneringen en gewoontes. Zij wisselen niet alleen feiten uit: zij geven er een andere vorm aan, trekken er verschillende conclusies uit, komen op nieuwe gedachten. Conversatie schudt de kaarten, maar creeert ook nieuwe. Dat is wat ik er opwindend aan vind. Wat kunnen we daar mee doen in de liefde, in het werk? Dat is wat mij echt bezig houdt.'

Theodore Zeldin is een geboren radiospreker. Hij zegt de dingen aardig kort, zonder simplistisch te worden. De open deur komt wel eens in zicht maar wordt steeds met elegantie en eruditie vermeden. Ook voor de verlegenen heeft hij een bemoedigend woord: ``Je hoeft geen geboren prater te zijn om te kunnen converseren.' Geen wonder dat luisteraars hem brieven gingen schrijven. Die heeft hij niet of nauwelijks in de tekst verwerkt. Alles stond er al in. Zij versterkten Zeldin in zijn overtuiging dat alleen een nieuwe, wijd verbreide vaardigheid tot egalitair converseren de wereld verder kan brengen.

``Allerlei mensen blijken te snakken naar gesprekken', zegt hij. ``Zij worden droog gezet door hun man, hun kinderen, hun baas. Ik kreeg post van vrouwen die hun relatie hadden verbroken omdat zij geen reactie kregen op hun pogingen in gesprek te komen. Voor dit onderzoek heb ik mensen in achttien landen gesproken. Een ding is overal volstrekt duidelijk: vrouwen willen op een dieper niveau communiceren. Als je vrouwen hoger opleidt kan je niet verwachten dat zij zich stil blijven houden.'

Zeldin geeft nergens advies.

Conversation is geen `how to'-lectuur. Dat is wel eens jammer want hij heeft vaak zo evident gelijk dat je ook wel eens zou willen weten hoe dat allemaal moet, en hoe hij het zelf aanpakt, samen met de vrouw die hij zo uitvoerig bedankt voor het inspireren en meedenken, het converseren kortom. Maar verder dan een eloquent pleidooi voor een permanent goed gesprek gaat hij niet. Na te hebben vastgesteld dat het gemiddelde Amerikaanse paar een half uur per dag met elkaar spreekt, merendeels over praktische zaken.

Liefde

Het hoofdstukje over de conversatie van de liefde is het meest vertederend. Vijftig procent van de Amerikaanse mannen durft niet meer te flirten. Zij zijn bang te worden beschuldigd van `seksuele intimidatie op het werk'. Bovendien: de kunst is men verleerd. Literatuur en film hebben geen waardevolle rolmodellen opgeleverd, schrijft Zeldin. Het gaat over niks of over mislukking en onvervuld verlangen. `Films weten niet hoe zij met rustige tevredenheid moeten omgaan, het geluk van echte voldoening. Welke films kunnen we ons herinneren die een gelukkig huwelijk analyseren? Romans hebben ons een eeuw opgevoed in de deugd van de introspectie. Maar hoe boeiend we zelf ook kunnen zijn, andere mensen zijn oneindig veel interessanter.'

Het idee van Zeldin is dat de wereld fundamenteel anders en beter wordt naarmate meer mensen in hun eigen leven er in slagen luisterend te gaan praten. `Een relatie begint misschien chemisch of romantisch, maar converseren voegt iets onbeschrijflijk kostbaars toe. Als je ziet hoe je ideeen worden uitgedaagd en verrijkt door de verbale gemeenschap, dan zie je hoeveel een partner kan bijdragen aan je intellectuele, morele en emotionele ontwikkeling, ook al blijf je een afzonderlijk, uniek persoon.'

Dat geldt thuis, maar ook op het werk, in het openbare leven. Daarover vertelt de historicus (of is hij langzamerhand goeroe geworden?): ``Iedereen zoekt voldoening. Mensen willen hun aspiraties vervullen, liefst op een economisch rendabele manier. Daarom ben ik nu begonnen met grootscheeps onderzoek naar de wereld van het werk om te kijken hoe dat in de toekomst minder beklemmend en frustrerend kan worden georganiseerd.'

Zeldin heeft een advertentie in een paar kranten geplaatst om medewerking te krijgen. De respons was overdonderend. Hoog gekwalificeerde managers en journalisten boden zich aan: ook die wilden kennelijk bevredigender werk. Een paar Britse bedrijven waarvan de naam nog even stil wordt gehouden, hebben hem ruim baan gegeven. Zij fungeren vrijwillig als laboratoria voor een nieuwe werkethiek die Zeldin wil ontwikkelen. Vanzelfsprekend in goed gesprek met alle betrokkenen.

Ook op wereldschaal moet het echte praten nog worden uitgevonden. Zeldin is bang dat Europa klem zal raken in een oorlog tussen de Verenigde Staten en de islamitische wereld. ``Duizend miljoen mensen. Het is een prioriteit dat we leren praten met de islamitische wereld in plaats van de verschillen te accentueren. Het zou de innovatie van het volgende millennium zijn als we ophielden vast te stellen hoe anders we zijn, en er achter kwamen wat we gemeenschappelijk hebben met die wereld.'

Conversation kan het niet allemaal in een keer regelen. Hij wil zijn lezers aanmoedigen moed te vatten en gewoon zelf te beginnen. Heeft u nog vragen? De wijsheid reist met u mee in dit bijna bibliofiel uitgegeven hardcover pocketboek. Dat had Zeldin van de uitgever gevraagd: het moest in iedere jaszak en portemonnee passen.

Daarom werd het verzorgd door de Libanus Press in Marlborough, Wiltshire, maar gedrukt in Italie, waar ze nog steeds goedkoop kleur drukken. Zeldin schenkt de lezer 29 gekleurde vruchten van zijn picturale fantasie en acht in zwart-wit. Of de historicus zo ver had moeten gaan, staat open voor discussie.