Gouden glorie van Spanjes verval

Een rossig meisje in een grijs-rood jurkje, met dat typische lange, bleke gezicht en de weke onderlip van de Habsburgers, poseert ernstig en zelfbewust voor de hofschilder Diego Velazquez, die haar meer dan drie eeuwen geleden met meesterhand portretteerde. De Infante Margaretha dochter van de Spaanse koning Filips IV, hangt nu temidden van haar voorvaderen in de Nieuwe Kerk in Amsterdam, op de tentoonstelling Schittering van Spanje 1598-1648. Deze werd gistermiddag geopend in aanwezigheid van koningin Beatrix en de Spaanse koning Juan Carlos.

De tentoonstelling is georganiseeerd door de Stichting Projecten De Nieuwe Kerk en de Spaanse overheid. Kunst- en cultuurschatten uit Spaanse musea, kloosters en archieven, aangevuld met werken uit de Hermitage en het Rijksmuseum, geven een overzicht van kunst, wetenschap, hofleven en dagelijks leven in de Spaanse Gouden Eeuw. De samenstellers hebben meer dan driehonderd schilderijen, beeldhouwwerken, sieraden, kerkschatten boeken, documenten, meubelen en muziekinstrumenten bijeengebracht die illustratief zijn voor die periode. Een mooie catalogus vol achtergrondartikelen begeleidt de tentoonstelling.

De expositie begint bij de dood van Filips II in 1598 en eindigt 1648, het jaar waarin de Vrede van Munster een eind maakte aan de oorlog met Spanje en het bergafwaarts ging met Spanje's rol als wereldmacht. De Spaanse Gouden Eeuw kenmerkt zich door een merkwaardige paradox van enerzijds schittering en anderzijds verval. Terwijl het door pestepidemieen geteisterde land politiek, economisch en strategisch in een neergaande spiraal belandde bloeide de kunst en cultuur als nooit tevoren. De koningen Filips III zijn zoon Filips IV en de kerk lieten niets na om het beeld van het machtige imperium in stand te houden. Hoewel de bodem van de door oorlogen uitgeputte schatkist zichtbaar was en het volk morde, kochten ze met ruime hand kunst in en hielden feesten die kostbaarder waren dan ooit. Architecten kregen de kans om kerken en weelderige paleizen te bouwen. Schilders als Velazquez, Zurbaran, El Greco en Murillo, alle te zien in de Nieuwe Kerk, maakten meesterwerken die tot de hoogtepunten van de Spaanse schilderkunst worden gerekend.

Ook de literatuur kwam tot grote bloei.

Het waren de schrijvers als eersten openlijk kritiek leverden op het spilzieke hof in schelmenromans en toneelstukken. Cervantes parodieert in zijn `Don Quichot' waarvan de vroegste exemplaren naar Amsterdam zijn overgebracht, het contrast tussen het uitgedragen ideaal en de werkelijkheid. De dichter/politicus Quevedo werd zelfs gevangen gezet om zijn felle kritiek.

Alle positieve en negatieve aspecten van de Spaanse Gouden Eeuw komen aan bod op de tentoonstelling. De bezoekers stapt eerst een portrettengalerij binnen, geinspireerd op de grote zaal van het paleis Buen Retiro in Madrid. In het midden staat op een paard een ruiter in het met goud en zilver ingelegde harnas van de weinig daadkrachtige koning Filips III. Aan de wanden hangt zijn manshoge portret, naast dat van zijn vrouw Margaretha van Oostenrijk en de hertog van Lerma die de eigenlijke macht had aan het hof, alle drie vereeuwigd door hofschilder Juan Pantoja de la Cruz. In deze zaal hangt ook de infante en haar kunst verzamelende vader Filips IV.

De Spaanse schilders werkten meestal in opdracht van het hof, of van de kerk. Ze richtten zich vooral op religieuze kunst. De kunst die de kerk bestelde had als doel een religieuze beleving bij de toeschouwer op te wekken. De schilders waren aan strenge regels en censuur gebonden, maar konden zich uitleven in de emotie van gezichten en gebaren. In felle licht- en kleurcontrasten onderstreepten ze de dramatische lading van de bijbelse verhalen en heiligenlevens. Zo is er Ribera's gruwelijke Martelaarschap van de heilige Barthelomeus, die levend wordt gevild, en een zeer levensecht Christusbeeld met bloederige wonden. Maar ook een zoete, serene Maria als klein meisje van Zurbaran.

Schilders werden door hun opdrachtgevers beschouwd als ambachtslieden. In eigen kring getuigden ze van hun virtuositeit in stillevens. Daarvoor is in de Nieuwe Kerk terecht een forse plek ingeruimd.

In de relatief korte tijd van twee jaar zijn de samenstellers erin geslaagd een indrukwekkende verzameling bij elkaar te krijgen. Behalve voor kunst en hofleven is er ook aandacht voor wetenschap, zeevaart en de overzeese gebiedsdelen. In fraai belichte vitrines krijgen alle voorwerpen de ruimte, waardoor de tentoonstelling nergens overdadig aandoet. Een aangekondigd onderdeel miste op de openingsdag. Bij het Prado Museum in Madrid rezen op het laatste moment bezwaren tegen het uitlenen van Velazquez' beroemde portret van een hofdwerg. Over zijn overkomst wordt nog onderhandeld.