Gemengde gevoelens over coach Arie Selinger

Gerard Verhalle is na het vertrek van Blange en Zwerver nog de enige die vanaf het eerste uur betrokken was bij de succesvolle Nederlandse volleybalploeg. De teammanager beleefde gisteren bij het WK in Japan zijn 600ste interland.

Op dertig minuten na is Gerard Verhalle vanaf september 1986 onafgebroken manager van het Nederlands volleybalteam. De oud-marinier heeft ooit, zo'n zes weken voor de Olympische Spelen van Barcelona, een half uurtje zijn functie ter beschikking gesteld. Hij voelde zich op een middag in de Bankrashal beledigd door de toenmalige bondscoach Arie Selinger en gaf er de brui aan. Verhalle: “Ik liep naar mijn auto op het parkeerterrein toen Arie kwam aanrennen. Dat was bijzonder, want hij liep nooit hard. Hij bood me zijn uitgestoken hand aan. Die heb ik geaccepteerd. Ik wilde eigenlijk ook niet weg.'

En hij zit er nog steeds. Elke keer was er wel weer een reden om langer te blijven. De 62-jarige Verhalle is de grote regelaar bij Nederland, alles buiten het veld is zijn verantwoordelijkheid. Hij doorstond in twaalf jaar tijd alle stormen en beleefde de opmars van de lange mannen, die zijn hoogtepunt kende met het olympisch goud van Atlanta. “Dat het zo'n vaart zou lopen, had echt geen sterveling kunnen bevroeden', stelt Verhalle in het Japanse Chiba-Makuhari, waar hij met de Nederlandse ploeg verblijft voor het wereldkampioenschap.

Het begon allemaal bij Arie Selinger. Verhalle was net uit dienst en zag “een onvoorstelbare uitdaging' in het volleybalplan. “Arie en ik hadden een hoop gemeen. We waren van dezelfde leeftijd en hielden van discipline. Dat is ook de basis van het succes geworden. Topsport kun je echt maar alleen bedrijven onder kei- en keiharde discipline. Datzelfde gebeurde ook bij het Korps Mariniers.'

Verhalle denkt met gemengde gevoelens terug aan Selinger. “Het is een moeilijke man. Ik had vooral moeite met zijn verschillende buien. Soms gingen we als twee broers met elkaar om, soms zei hij dagenlang geen woord tegen me en beschouwde me als een soort spion.

Ik heb me in die periode vaak eenzaam gevoeld. Als zoiets nu zou gebeuren, zou ik stoppen.' Aan de andere kant heeft Verhalle groot respect voor het werk van Selinger. “Wat hij heeft gedaan, had niemand in Nederland kunnen doen. Hij heeft een basis gelegd waar zelfs de huidige bondscoach, Toon Gerbrands, nu nog plezier van heeft.'

Volleybal is voor de Nederlandse topspelers een beroep geworden. Verhalle: “Vroeger waren het armoedzaaiers, volleybalgekken. Zij durfden het risico aan en sprongen in een gat. De meeste jongens van het eerste uur hebben financieel niet kunnen profiteren. Het zou mooi zijn geweest als we ze als dank uit een fonds een miljoen hadden kunnen geven. Maar zoiets bestaat niet. De familie Selinger, Arie en Avital, en ook Ron Boudrie vinden dat ze eeuwig geeerd behoren te worden voor hun werk. Maar dan hadden ze iets anders moeten gaan doen. Sport is nu eenmaal keihard.'

Zelf profiteerde Verhalle als vrijwilliger ook niet van de sterk gegroeide financiele mogelijkheden. Alleen zijn onkostenverhouding werd wat opgetrokken. “Ik zou best een paar ton willen hebben, maar ik weet dat er geen geld is. Het blijft nog altijd schrapen.' Geld is vaak het probleem geweest. De volleybalbond kwam ooit met een immens tekort te zitten en dat kostte de kop van voorzitter Bert Funk. Verhalle: “De bond had voor dit model gekozen en kon niet meer terug. Dus moest de voorzitter maar worden opgeofferd.' Het was ook Funk die de naam van Verhalle noemde als geschikte manager voor de volleyballers. “Ik weet dat het eindelijk weer beter gaat met hem. Hij werkt bij een boekhandel en heeft het daar naar zijn zin.'

Verhalles sterkste herinnering uit de afgelopen twaalf jaar is opvallend genoeg niet het goud van Atlanta, maar de nederlaag tegen Italie in de WK-finale van '94.

“De jongens hadden er jaren voor gewerkt en waren er ook zo dichtbij. Na afloop zaten die volwassen kerels in de kleedkamer te huilen. Ik heb toen even meegedaan.'

Een paar maanden na Atlanta in 1996 nam een van de grote sterren, Ron Zwerver afscheid. Van alle internationals die door de jaren heen passeerden, was hij voor Verhalle de dierbaarste. “Ik heb altijd een speciale band met hem gehad. Hij nam ook het meeste risico door zo lang bij de ploeg te blijven en alle aanbiedingen af te slaan. Ik ben blij dat hij later toch zijn miljoentjes heeft verdiend. Ron is de enige speler die mij nadat hij was gestopt een brief heeft gestuurd om me te bedanken. Zoiets is me meer waard dan een medaille.'

De huidige generatie is anders dan de vorige, maar volgens Verhalle in de omgang zeker niet minder prettig. “De jongens zijn net zo vriendelijk, net zo volgzaam. Sommige oude trainers en spelers zullen het waardeloze kerels vinden en zeggen dat ze in een gespreid bedje zijn terechtgekomen. Dat is onzin. Deze jongens doen er ook alles voor. Ja, ze zijn anders. Vroeger zaten ze uren de tegenstanders te analyseren, nu hebben ze hun computer bij zich en versturen ze e-mails.' Verhalle beaamt wel dat er nu minder sprake is van persoonlijkheden. “Ik zie die vervlakking in het hele topvolleybal. Zelfs een ploeg als Italie gaat op in de grauwe massa.'

Maar wie er ook meespelen, voor Verhalle blijft het werk hetzelfde. De spelers zijn lang en dat vergt aanpassingen. Zo probeert Verhalle voor elke vliegreis de plaatsen met de meeste beenruimte te reserveren, want ondanks alle successen reizen de volleyballers nog steeds geen businessclass. De medewerking van de luchtvaartmaatschappijen valt meestal tegen.

“Een keer mochten we, tijdens een terugreis vanuit Griekenland, van een aardige KLM-stewardess in de businessclass zitten. Maar dat leverde me toen toch een heibel op. Er blijkt gewoon weinig waardering voor topsport te zijn. Zo'n maatschappij zou mooie sier met onze ploeg kunnen maken', aldus Verhalle, die zelf sinds 1986 per vliegtuig 1,5 miljoen kilometer met de volleyballers heeft afgelegd.