`Gastarbeider' Gillhaus is weer thuis; Voetballer na verblijf in Schotland, Japan en Finland terug bij Den Bosch

In de herfst van zijn carriere speelt achtvoudig voetbalinternational Hans Gillhaus (35) nog om een prijs. Zijn club FC Den Bosch is de verrassende koploper van de eerste divisie.

Een echte spits verloochent zich niet. Als Hans Gillhaus na de training het spelershome van FC Den Bosch binnenstapt, wil hij even naar de televisie kijken. Naar het wekelijkse overzicht op Europsport van doelpunten uit Europese voetbalcompetities. “Toch even zien wat mijn collega's gedaan hebben', grapt de aanvaller.

Na een lange en succesvolle carriere is de cirkel rond voor Gillhaus. Een maand geleden keerde hij terug bij de club waar hij in 1983 zijn voetballoopbaan begon en hoogstwaarschijnlijk ook afsluit: FC Den Bosch. Dat team presteert verrassend goed in de eerste divisie en voert na dertien speelronden de ranglijst aan. Vooral de leeftijd van de dragende spelers in de ploeg is opmerkelijk: de verdedigers Schaap (34) en Van der Hoorn (35) middenvelder Van Helmond (32) en aanvaller en topscorer Van der Laan (34) zitten net als Gillhaus dicht tegen hun voetbalpensioen aan.

“Leeftijd zegt weinig in de voetballerij', zegt Gillhaus. “Alleen prestaties zijn belangrijk. Nu roept iedereen dat de routine van het elftal het succes van Den Bosch verklaart. Als we onderaan hadden gestaan dan waren Gillhaus, Van der Hoorn en al die anderen ouwe lullen geweest zakkenvullers die bij Den Bosch nog een leuk centje willen verdienen.'

De voetballerij kent geen geheimen meer voor Hans Gillhaus. Hij leerde het vak bij FC Den Bosch. Hij is gelouterd bij PSV en het Nederlands Elftal, gehard bij Aberdeen en hij zag zijn kwaliteiten bevestigd bij Vitesse. Hij werd financieel wijzer bij het Japanse Gamba Osaka, raakte wegens een blessure een jaar lang uit de roulatie bij AZ en bouwde zijn conditie op bij het Finse FF Jaro JS. Nu, teruggekeerd bij Den Bosch, probeert Gillhaus zijn carriere van een passend einde te voorzien.

“Terugkijkend concludeer ik dat ik mijn mogelijkheden optimaal heb benut. Ik kon aardig voetballen, was een doelgerichte spits die niet alleen in het veld het avontuur zocht. Ik wilde veel van de wereld zien en dat heb ik ook gedaan. Ik ben een rijk mens.'

Gillhaus' eerste buitenlandse avontuur begon in Schotland. “Ik zat op de bank bij PSV, waar ik net kampioen was geworden en de Europa Cup I had gewonnen. Bij Aberdeen kon ik een prima contract krijgen, ik tekende meteen.'

In Schotland verbaasde Gillhaus zich vooral over de macht van de trainer. “Die heet daar The Boss en bepaalt alles. Ik had voornamelijk met Alex Smith te maken, dat was soms een tiran. Na elke wedstrijd kwam hij vloekend en tierend de kleedkamer binnen om te vertellen wat we fout hadden gedaan. Of we nu met 5-0 hadden gewonnen of met 3-0 verloren, dat maakte geen verschil. Ik moest altijd lachen om zijn geschreeuw, maar ergerde me er ook aan. Zo maak je voetballers niet beter.'

Na een conflict bij Aberdeen zat Gillhaus acht maanden zonder club, totdat Vitesse hem inlijfde. “Als je zolang geen club hebt voel je je eenzaam. Bij PSV kon ik mijn conditie op peil houden. Dat bleek achteraf een goede zaak, want bij Vitesse werd ik meteen topscorer.' Op 31-jarige leeftijd maakte Gillhaus nog een financiele klapper met een transfer naar het Japanse Gamba Osaka. “Daar heb ik geleerd wat discipline inhoudt. In Osaka wonen twaalf miljoen mensen, maar de straten zijn brandschoon. Bij de club was alles geregeld voor de spelers bij uitwedstrijden zat de ploeg in de sjiekste hotels.'

De voorbereiding op het voetbalseizoen verliep onconventioneel. Gillhaus: “We gingen dan met de selectie van vijftig man naar een tempel, waar gebeden werd voor een succesvol voetbaljaar.

Daarna moesten we een drankje drinken en op een houtje een voorspelling van het seizoen krassen. Heel indrukwekkend allemaal.'

Twee slopende seizoenen in Japan (“Ik ging er heen voor het geld') deden Gillhaus naar Nederland verlangen. AZ werd zijn nieuwe werkgever, maar veel plezier beleefde de club niet aan de aanvaller. Door een zware knieblessure stond Gillhaus ruim een jaar buitenspel. In Finland deed de in Helmond geboren voetballer wedstrijdritme op. Bij FF Jaro JS, een ploeg in degradatiegevaar. “Jaro is uiteindelijk gedegradeerd. Die periode daar was een soort trainingskamp voor mij, ik wilde bewijzen dat ik nog fit was. Ik woonde in een klein dorp waar weinig te beleven was. Maar Finnen zijn aardige mensen, gastvrij bovendien. Maar ach, uiteindelijk moet je het allemaal zelf doen. Ik maakte uitstapjes naar Helsinki, een prachtige stad. Ik bekeek oude gebouwen, bezocht musea, kortom: ik snoof cultuur. Als buitenlander ben je een gastarbeider die zich aan de cultuur van een land moet aanpassen.'

In de herfst van zijn carriere denkt Gillhaus, afgestudeerd onderwijzer, steeds vaker na over zijn toekomst na het voetbal. De altijd en overal scorende aanvaller (148 doelpunten in 347 wedstrijden) wil na afloop van zijn carriere het liefst in de voetballerij blijven. “Voetbal is mijn leven, het wereldje heeft me gemaakt tot wat ik nu ben: financieel en geestelijk onafhankelijk. Wat ik geleerd heb in al die jaren? Dat Nederlanders eigenwijs zijn. Het cliche van de Hollander met het docerende vingertje berust op waarheid. Nederlanders hebben altijd hun oordeel klaar over buitenlands voetbal, alsof het hier zo geweldig is. Het meest succesvolle voetbal wordt zeker niet in Nederland gespeeld.'

Na een korte denkpauze: “In de voetbalwereld regeert het opportunisme. Als Brazilie wereldkampioen wordt, wil elke club een Braziliaan kopen. Wint Duitsland een prijs, dan zijn Duitsers in trek. Maar alleen door te presteren overleef je als voetballer. De ene dag ben je alles, de andere dag niets.'