Franse regering houdt niet van `precaire' banen

De linkse regering in Frankrijk kan maar niet warmlopen voor flexibele arbeid, zelfs nu het economisch beter gaat. De werkgevers openen de tegenaanval.

Frankrijk verzet zich tegen de bron van zijn huidige economische succes. Driekwart van de banengroei van de laatste twee jaar is te danken aan tijdelijke contracten en uitzendwerk. Tegen wil en dank. De minister van arbeid, Martine Aubry stelt voor dat soort `precaire banen' extra te gaan belasten.

Juist nu de verwachtingen voor de komende jaren (ook volgens de OESO) redelijk optimistisch blijven, komt de Franse regering met maatregelen om ontslag moeilijker te maken en niet-vaste dienstverbanden tegen te gaan. De reden daartoe is helder: allerlei bedrijven zien zich genoodzaakt honderden, soms duizenden mensen te ontslaan, om de winstgevendheid veilig te stellen (Thomson, Alcatel, de geprivatiseerde sigarettenproducent Seita) of omdat zij het niet langer redden (de rijkswerven in Le Havre).

Werkgeversvoorzitter Ernest-Antoine Seilliere zette vanmorgen de tegenactie in. Op het best beluisterde radio-uur waarschuwde hij de regering de kip met de gouden eieren niet te slachten. “De mensen die dit land besturen denken aan de overheid. Zij willen iedereen een baan voor het leven bezorgen. Maar werkgevers hebben behoefte aan flexibiliteit. Men heeft het ontslag zo duur, juridisch en ingewikkeld gemaakt dat zij hun toevlucht nemen tot tijdelijke contracten. Dat heeft het laatste jaar driehonderdduizend banen opgeleverd.'

Volgens de statistieken was daarvan maar lieft 87 procent niet op vast contract. De laatste twee jaar is het tijdelijk dienstverband met 15 procent gestegen en het uitzendwerk zelfs met 51 procent. Frankrijk volgt daarmee een trend die onder andere in de Verenigde Staten, Groot-Brittannie en Nederland voor een sterke banengroei heeft geleid. Het enige verschil is dat men in Frankrijk een vrij algemene afkeer heeft van 'emplois precaires'.

Het contrast werd begin deze week duidelijk belicht op een studieconferentie over het 'Nederlandse model', belegd door het Franse Institut de l'Entreprise. Daar bleek, onder meer uit een studie van het economisch studiebureau Rexecode, dat het relatieve succes van de Nederlandse banencreatie juist zit in part-time werk. In Frankrijk is 15 procent van de banen niet full-time, in Nederland twee keer zo veel.

Terwijl de officiele werkweek in beide landen ongeveer gelijk is (of was tot '96) is het gewerkte aantal uren in Nederland de laatste zestien jaar sterk gedaald doordat veel mensen minder dan een volle werkweek zijn gaan werken. Mede op die manier hebben Nederlandse vrouwen hun traditionele achterstand in arbeidsdeelname ten opzichte van de Franse vrouw ingelopen.

De aanwezige Franse werkgevers en economen behoorden maandag misschien tot de bekeerden. Zij spraken zich zeer kritisch uit over de overheidsbemoeienis, die ondernemers ontmoedigt voldoende te investeren een ander verschil dat helpt verklaren waarom Nederland sinds 1985 zo spectaculair veel meer banen heeft gecreeerd dan Frankrijk (bijna vier keer zo veel inwoners). Over de gunstiger werkloosheidscijfers lieten de Fransen zich overigens geen zand in de ogen strooien: het aantal inactieven (werkloos, WAO, ziek, met VUT) is in Nederland volgens de Rexecode-berekeningen iets hoger (19 tegen 18 procent).

Waar het om gaat is de banenmotor. Frankrijks economische groei is structureel een halve procent lager dan in Nederland, bij een vrijwel gelijk bruto binnenlands product. Nederland kwam van ver, de achterstand tijdens de Hollandse ziekte (jaren '70) was aanzienlijk. Frankrijk deinde toen nog op de naoorlogse plan-economische successen, zijn `trentes glorieuses'.

Sinds in Wassenaar (1982) de loonmatiging in ruil voor werk werd afgesproken ging Nederland op weg naar een voorsprong. Terwijl in Nederland van het beloofde werk via de cao's niet zo veel kwam, nam het aantal banen des te meer toe via de markt.

In dat licht gezien is de Franse regeringsreactie van de laatste dagen frappant. Nu massa-ontslagen vallen of in de lucht hangen, wordt op de rem getrapt. Minister Dominique Strauss-Kahn (financien en economie) sommeert de werkgevers even goed op de werknemers als op de aandeelhouders te letten. Hij zegt dat om de linkse coalitie gelukkig te houden, en vraagt Seita alleen om nog eens na te denken over het plan de fabriek in Morlaix te sluiten. Collega Aubry (die ook 'solidariteit' in haar pakket heeft), gaat zoals meestal verder.

Aubry moest bekend maken dat de socialisten hun verkiezingsbelofte van een terugkeer naar een strikte ontslagvergunningsplicht niet waarmaken. Maar zij zou financiele prikkels instellen om ontslag van 50-plussers af te remmen, en zij wil extra werkgeverspremies heffen op precair werk. Werkgeversvoorzitter Seilliere liet vanmorgen niet na erop te wijzen dat hoe meer de regering remt hoe minder banen er komen. “De regering heeft een visie die niet overeenkomt met de realiteit. Ondernemers moeten zich constant aanpassen aan de vraag.'

De Franse regering en parlementariers van de breedlinkse coalitie erkennen een groot deel van deze feiten. De socialisten houden dit weekeinde een congres, precies om een nieuw economisch programma aan te nemen dat afrekent met het dogmatisme waarmee men overhaast de vervroegde verkiezingen van '97 inging. Maar, verdedigen zij zich, in dit land is een zo gebrekkig overlegklimaat, dat wij gedwongen zijn steeds wettelijk het voorbeeld te geven.

Daarom wordt de werkweek per 1 januari 2000 op 35 uur per week gesteld. Ernest-Antoine Seilliere wordt niet moe zich er tegen te verzetten, terwijl werkgevers in steeds meer branches flexibele contracten sluiten, waarin de werktijd per jaar wordt teruggebracht, maar overwerk zo wordt uitgebreid dat de bedrijven ermee uit de voeten kunnen.

Parijs was niet uitgelopen om het Nederlandse model te komen inspecteren, maar de Franse ambassadeur in Den Haag was er wel. Als het aan hem ligt heeft Frankrijk nog wel een kunstje af te kijken bij het Nederlandse harmoniemodel. Tekenend was dat de enige aanwezige Franse vakbondsman nauwelijks nieuwsgierig was naar de ervaringen van zijn zeer overtuigde en deskundige FNV-collega.