Een blokje om in Afrika; Richard Burton (1821-1890) & Isabel Burton (1831-1896)

Het leven van de Engelse ontdekkingsreiziger Richard Francis Burton is een biografendroom. Het spreekt nog steeds tot de verbeelding, hoe bekend de feiten inmiddels ook zijn. Burton, befaamd om zijn Afrikaanse reizen en zijn vertalingen van oosterse erotische literatuur, was dan ook een zuiver specimen van de Victoriaanse homo universalis: man of action en man of letters.

Zijn hang naar avontuur ging samen met een ontzaglijke, vaak dilettantische wetenschappelijke belangstelling. Burton ontdekte het Tanganjika Meer in Oost-Afrika, volgens hem de bron van de Nijl, maakte als een van de eerste niet-moslims een riskante bedevaart naar Mekka inventariseerde de homoseksuele bordelen van Karachi, probeerde mee te doen aan de Krimoorlog, mat penissen in Afrika, ging op de vuist met bedoeinen in Somalie, beschreef zeden en gewoonten van de Amerikaanse mormonen, zocht naar kannibalen in Dahomey, diepte middeleeuwse manuscripten op in Algiers - en schreef ten slotte over al zijn belevenissen vuistdikke geografische en antropologische verhandelingen die hem naast de status van gevierd reiziger ook een reputatie opleverden als schrijver en antropologisch causeur.

In Burtons rusteloze en conflictueuze persoonlijkheid zijn de ambivalenties van de Europese negentiende eeuw - de eeuw van imperialisme, positieve wetenschap en romantiek - goed terug te vinden. Burton walgde van het benepen Engeland en werd gefascineerd door alles wat exotisch was, maar was tegelijk overtuigd van de superioriteit van de westerse beschaving. Hij beschouwde zwarte Afrikanen ongegeneerd als een inferieur mensenras, maar spaarde zich geen moeite om hun talen en culturen te leren kennen. Hij was zijn leven lang gepreoccupeerd met bizarre seksuele praktijken, maar huwde een oerdegelijke katholieke vrouw, die hij dertig jaar trouw bleef.

Kakofonisch talent

Aan de harde wetenschap droeg Burton uiteindelijk maar weinig bij. Daarvoor was hij te veel, zoals een van zijn biografen heeft opgemerkt, `een orkest zonder dirigent'. Zijn kakofonische talent leverde wel veel geografische en linguistische informatie op, maar Burtons voornaamste claim to fame bij een groot publiek is zijn introductie van de Kama Sutra en andere orientaalse erotica in Europa en zijn massieve, zestiendelige vertaling van de Duizend-en-een-Nacht in een nu onleesbaar archaisch Engels.

Generaties biografen hebben hun talenten kunnen botvieren op dit exuberante leven. In grote lijnen volgen zij steevast hetzelfde patroon: eerst de rebelse jeugdjaren - sabelzwaaien, dronken worden, van Oxford gestuurd - en de geaborteerde militaire loopbaan in India. Dan komen de reis naar Mekka en, op het hoogtepunt van zijn roem, de grote Afrikaanse `safari' (een woord dat hij in het Engels introduceerde) met zijn rivaal John Hanning Speke. Na zijn nederlaag in het debat over de bronnen van de Nijl (de veel minder geletterde Speke ontdekte de echte bron, het Victoria Meer) volgt het huwelijk met Isabel Arundell en een moeizame diplomatieke carriere met benoemingen op tweederangs posten in Afrika, Brazilie en ten slotte Triest, waar hij zich wijdt aan wandelen, lezen en vertalen. Niet alleen Burtons levensloop, ook zijn persoonlijkheid wordt door de meeste biografen in vergelijkbare termen gewaardeerd, al beschouwt de een hem nadrukkelijker als een vrouwenhater dan de ander, en al wisselt de mate van geloof die ze hechten aan zijn stoere after dinner verhalen over `alles wat God heeft verboden'.

Over zijn vrouw Isabel oordelen de biografen tamelijk negatief en soms ronduit laatdunkend. Zij is het werkpaard dat zich inspande voor Richard, zonder hem uiteindelijk te begrijpen. Daarvan getuigen haar stugge en meelijwekkende pogingen hem de trotse atheist, omwile van zijn zielenheil te bekeren tot het katholicisme - pogingen die ze, bijgestaan door een priester nog volhield terwijl hij zijn laatste adem uitblies, opdat hij in elk geval voorzien van de kerkelijke sacramenten naar de overzijde zou afreizen.

Na zijn dood beging Isabel de wandaad waarmee ze zich de minachting van veel Burton-bewonderaars op de hals heeft gehaald.

In een poging de reputatie van haar echtgenoot postuum op te poetsen verbrandde ze zijn ongepubliceerde hervertaling van The Scented Garden een Perzisch erotisch geschrift uit de zeventiende eeuw. Na haar eigen dood, bepaalde ze, moesten ook al Richards persoonlijke dagboeken en reisverslagen in vlammen opgaan, hetgeen geschiedde. Geen wonder dat de Burton-biografen haar sindsdien hebben neergezet als een dweepzieke maar uiteindelijk preutse geest, die geen gevoel had voor de werkelijke grootheid van haar wettige echtgenoot en idool.

Richards kinderloze liaison met haar was volgens de biografen dan ook een verstandshuwelijk geweest. Hij had na zijn nederlaag in het Nijl-debat behoefte aan gezelschap, secretariele ondersteuning en sociaal aanzien. Isabel Arundell had op haar beurt behoefte aan een held, het liefst een wat gehavende die ze `beroemd, gerespecteerd en katholiek' kon maken, aldus Fawn Brodie's The Devil Drives (1967), in veel opzichten nog steeds Burtons beste biografie. Dat de twee veel aan elkaar hadden, en het in hun dertigjarige samenzijn ook best eens gezellig was, zal geen biograaf betwisten. Maar het eindoordeel is toch, mild gezegd, dat het in de latere jaren meer een pragmatisch pact betrof tussen partners die van de nood een deugd probeerden te maken, dan een verbintenis uit hartstocht.

Liefdeskameraden

De Engelse schrijfster Mary S. Lovell - die eerder biografieen schreef van de Amerikaanse pilote Amelia Earhart en de Engelse excentrieke adellijke dame Jane Digby - heeft zich het lot van Isabel aangetrokken. Mevrouw Burton heeft volgens haar een onverdiend slechte pers gekregen. In A Rage to Live, de eerste dubbelbiografie van de Burtons, probeert Lovell in een klap Isabel te rehabiliteren en de beide Burtons als echtelieden een nieuwe kans te geven.

Hun huwelijk was niet liefdeloos, Richard was niet zo hardvochtig als wel is beweerd, en Isabel was een intelligente, toegewijde echtgenote die het beste voor had met haar sociaal nu eenmaal wat onhandiger man. Lovells boek is bekwaam geschreven en haar documentatie is verpletterend. Er moet geen regeltje over de Burtons zijn dat zij niet heeft gelezen. En toch is A Rage to Live een onwaarachtig boek geworden.

Ongetwijfeld verdient Isabel Burton een vriendelijker oog dan veel biografen, die dweepten met haar macho-man haar hebben gegund. En ongetwijfeld was er sprake van affectie in haar complexe relatie met Richard, die ooit schreef dat ze `als twee broers' samenleefden. Maar Lovell stelt haar doelen te hoog. Om haar overtuiging dat Richard en Isabel liefdeskameraden waren te staven, moet ze hun huwelijksleven zo ingrijpend retoucheren, dat het resultaat diepte en kleur verliest. Richard Burton wordt onder haar pen een degelijke serieuze echtgenoot en wetenschapper, die helaas om onverklaarbare redenen voortdurend een blokje om wilde om een pakje sigaretten te halen bij voorkeur ergens in Afrika. Isabel wordt herschapen in een gewetensvolle `protective guardian' van Burtons werk, die zijn nalatenschap probeerde te beschermen tegen pornografen en profiteurs.

De stapels nooit eerder gebruikte documenten die Lovell uit de archieven opduikelde, en waaruit ze slaapverwekkend veel citeert leveren maar weinig steun op voor haar stelling. En zelfs dat beetje is niet ondubbelzinnig. Triomfantelijk citeert Lovell een kattebelletje van Burton aan zijn vrouw vanuit Engeland, met de aanhef `my darling'. Een bewijs van affectie! Dat daarna puntsgewijs een tiental opdrachten aan Isabel wordt verstrekt (`Zeven.

Je zult natuurlijk B. Mathew opzoeken en hem het beste wensen.'), lijkt Lovell minder veelzeggend te vinden.

Waar feitelijk bewijs ontbreekt, moeten een informele toon - Lovell spreekt voortdurend over `Richard' en `Isabel' - en zoetsappige cliches het werk doen. In Lovells proza worden de Burtons een eigentijds love-couple, gelouterd door zelfhulp-boekjes bij relatieproblemen. Ze prijst hun `warme en liefdevolle relatie', `de diepte van hun wederzijdse begrip', en ze noemt Isabel een vrouw die zich `veilig wist in haar huwelijk'. Hoe kan het ook anders, want `er werd veel gelachen'. Al waren er natuurlijk wel eens ruzies, `zoals in ieder huwelijk'. Op latere leeftijd waren ze `twee oudere mensen die een lange liefdevolle relatie deelden'. Eind goed al goed.

In deze witwas-operatie lijkt Lovell, meer nog dan door solidariteit met Isabel te worden gedreven door afkeer van de antiburgerlijke cultstatus die Burton steeds meer ten deel is gevallen. Hij werd na zijn dood vereerd als een avontuurlijke en libertijnse proto-hippie, een soort kruising tussen Old Shatterhand en markies De Sade. Niet voor niets werden zijn vertalingen van oosterse erotica in de jaren zestig met veel succes heruitgegeven. Sommige biografen hebben zich bovendien gewaagd aan psycho-analytische analyses van Burtons gedrag en karakter, een benadering die Lovell afwijst als oncontroleerbaar, maar die ze ook vulgair en onsmakelijk lijkt te vinden.

`Donkere' werk

Nu hebben enkele psycho-biografen het inderdaad wel bont gemaakt. Vooral Frank McLynn heeft in Snow upon the Desert (1993) Burton en diens entourage even weergaloos als speculatief postuum de schedels gelicht. Deze biograaf deinst er bijvoorbeeld niet voor terug John Hanning Speke's voorliefde voor het eten van rauwe dierlijke foetussen te verklaren uit diens rivaliteit met zijn broertjes.

Maar weerzin tegen zulke explosies van analyseerdrift rechtvaardigt nog niet de conclusie dat alles rustig is aan het westelijk front.

Lovell dendert desondanks door. Over het seksleven van de Burtons zegt ze enerzijds: `Het is onmogelijk om met enige zekerheid vast te stellen wat hun seksuele relatie was'. Maar elders noteert ze: `Het lijkt erop dat hun seksleven zowel wederzijds bevredigend was als onafgebroken interessant'. Als ondersteuning haalt ze Burtons erotomane interesses en geschriften aan, kennelijk zonder te beseffen dat die evenzeer een argument voor het tegendeel kunnen zijn; Freud is soms wel ergens goed voor.

De hamvraag blijft natuurlijk, ook in dit boek waarom Isabel het `donkere' werk van haar man, zoals ze het noemde, heeft verbrand. Lovell legt omstandig uit wat er precies gebeurde na Burtons dood, en die gedetailleerde kroniek is een degelijke aanvulling op de eerdere biografieen. Lovell erkent ten slotte dat Isabel in zekere zin `overliep naar de vijand', zoals Fawn Brodie heeft geschreven. Maar ook hier kan Lovell de verleiding niet weerstaan de zaak te flatteren. Isabel vergoelijkt ze, handelde niet uit eigen keus, ze werd tot haar daad gedreven door `de hebzucht van gewetenloze mannen', de pornografen die achter Burtons manuscripten aanzaten. Het love couple werd dus in het nauw gedreven door de boze buitenwereld. Maar dat is een conclusie die alleen stoelt op Isabels eigen verklaringen, en die opnieuw te goed past in Lovells lang uitgesponnen plastische chirurgie op beide Burtons.