De natuur is helemaal niet zorgzaam; Louise Fresco houdt de 27ste Huizinga-lezing

Louise Fresco, hoogleraar, werkzaam bij de Verenigde Naties, houdt volgende maand de 27ste Huizinga-lezing: `Schaduwdenkers en lichtzoekers'. Ze zal spreken over het doemdenken en de verheerlijking van de natuur. “Onheilsprofeet is een dankbare rol'.

Op CNN verzekert Jane Fonda haar kijkers dat global warming een bedreiging is voor de planeet, dat het verschijnsel alle kenmerken heeft van een rampenfilm, behalve dat het dit keer echt is, en dat het onze eigen schuld is. Moeder Natuur slaat terug. De filmster, ooit gevierd als Barbarella en inmiddels echtgenote van de milieubewuste CNN-oprichter Ted Turner, kondigt een reportage aan over het Paaseiland, `met al zijn onopgeloste mysteries'. Ook bedreigd door de ravage die de mens op aarde aanricht.

In Rome sprint Louise Fresco die middag alle trappen op naar haar werkvertrek in het hoofdkwartier van de Food and Agriculture Organization (FAO) van de Verenigde Naties. “Die neiging om de zaken uiterst somber voor te stellen zie je overal', zegt ze over Fonda en het Paaseiland. “Onheilsprofeet is een dankbare rol. Natuurlijk is er veel onheil, maar je kunt niet volhouden dat het nu slechter gaat met de wereld dan vijftig of honderd jaar geleden. Om maar eens iets te noemen: we zijn in staat gebleken een wereldbevolking te voeden die sinds 1950 is verdubbeld, op dezelfde hoeveelheid landbouwgrond. Dat heben we te danken aan technologische innovatie.'

Fresco vindt dat zulke gegevens eigenlijk tot de basiskennis van ieder modern mens zouden moeten behoren. “Je moet beseffen welke gigantische veranderingen er in je eigen lifetime zijn geweest. Ook positieve.' We benen door de gangen van het FAO-gebouw langs manshoge kaarten met landbouwarealen, langs conferentiezalen van China, Indonesie en de Saoedische Koning Feisal, en langs kamers waar satellietbeelden van orkaan Mitch worden geanalyseerd, naar haar eigen afdeling op de zesde verdieping. “Mijn staf verklaart me voor gek, ik ben de enige die altijd loopt', zegt ze opgewekt.

Louise O. Fresco (46) is sinds anderhalf jaar directeur onderzoek, opleiding en voorlichting van de VN-organisatie. Tot haar benoeming in Rome werkte ze als hoogleraar aan de landbouwuniversiteit Wageningen en was ze columniste van het Wetenschapskatern van NRC Handelsblad. Voor Vrij Nederland schreef ze boekbesprekingen en interviews, onder meer met V.S.Naipaul en Salman Rushdie. Ze publiceerde een verhalenbundel, Bambusa (1990) en een selectie uit haar columns, De ondraaglijke lichtheid van de vleermuis (1997), over onder meer de universiteit, ecologie ontwikkelingshulp en wetenschapsjournalistiek.

Wetenschap en literatuur, technologie en journalistiek - ze beschouwt die veelzijdigheid als een deugd. “Ik heb wel eens ondervonden dat zoiets dubieus gevonden wordt in Nederland. Het is daar helaas niet vanzelfsprekend dat je iets buiten je vakgebied doet. Genuanceerdheid is al niet zo best, maar als je ook nog eens verschillende dingen doet, maak je je niet populair. Terwijl ik juist gefascineerd ben door mensen die meer dan een vaardigheid hebben. In Frankrijk is het heel normaal dat iedere grote politicus, of staatsman of bankier, ook een boek schrijft. En dat gaat dan meestal ook nog ergens over. Wie doet dat in Nederland nou? Hooguit Frits Bolkestein.'

Nuchterheid

In haar eigen korte verhalen, die vaak handelen over eenlingen op zoek naar een nieuwe verhouding tot de buitenwereld maar ook in haar columns, gaan nuchterheid en nuance samen met een behoefte aan sociaal en moreel engagement. `Het leven in eigen hand', heet een van de verhalen in haar bundel. In De ondraaglijke lichtheid van de vleermuis wordt een column met de titel `Afstand schept helderheid' verslag van een reis per luchtballon, gevolgd door `Een ontluikend engagement', over Andre Gide's stellingname tegen sociale misstanden in Centraal-Afrika.

Gide's Afrikaanse boeken, schrijft Fresco, `zijn schoolvoorbeelden van de kracht van nauwgezette en oprechte observatie door een buitenstaander'.

Afstand, kritische observatie en engagement; het lijkt een zelfportret. Op het dakterras met uitzicht over de rode daken van Rome, wijst Fresco omlaag naar een Ethiopische obelisk voor het FAO-gebouw. Ooit uit Afrika gehaald om een Europese stad te verfraaien, staat de zwarte zuil nu in de steigers. Een opknapbeurt voor de verscheping terug naar Ethiopie. Ze glimlacht. “Hij wordt teruggegeven. Dat is rechtvaardig, maar toch ook weer een beetje een probleem. De Ethiopiers willen liever dat hij hier blijft staan, omdat wij hem beter kunnen onderhouden. Zo zie je hoe moeilijk zulke dingen kunnen zijn, als je erover nadenkt.'

Volgende maand is Fresco in Nederland voor haar Huizinga-lezing, onder de titel `Schaduwdenkers en lichtzoekers'. Geen technisch verhaal over het wereldvoedselvraagstuk of over landbouwtechnologie, maar een culturele beschouwing over het doemdenken dat de wereld verwoest ziet door technologie en wetenschap (het `schaduwdenken') en over de aanverwante, in New Age-kringen populaire romantisering van de natuur en het `luisteren naar je gevoelens' (het `lichtzoeken'). Een repliek aan Jane Fonda, in zekere zin.

Waarom dit onderwerp? “Ik werd erdoor gefrappeerd hoe wijdverbreid dit gedachtengoed is. Je komt het overal tegen, ook bij mensen van wie je het nooit had vermoed. Aan de ene kant zie je een extreme somberheid over het milieu, gecombineerd met een heel sterke anti-technologische houding. Aan de andere kant bloeit de verheerlijking van de natuur en het `luisteren naar je innerlijke stem', de natuur in jezelf.

Ik hoor hier ook wel mensen zeggen: je moet ophouden met denken, je moet stilte in je hoofd scheppen. Dat vind ik eigenlijk een heel vreemd advies, als je erover nadenkt.'

Tegen de `schaduwdenkers', haar verzamelterm voor de stoet cultuurpessimisten die aan het eind van het millennium een mondiaal crisisgevoel cultiveren, brengt Fresco tal van zakelijke bezwaren in. Ze schilderen een veel te zwart beeld van wereldwijde milieu-ontwrichting en ongebreidelde verwoesting van traditionele leefgemeenschappen. “Ik wil niet beweren dat het allemaal wel meevalt en dat we ons geen zorgen hoeven maken. Er leven tenslotte nog altijd een miljard mensen van minder dan een dollar per dag. Die kloof tussen rijk en arm baart ook mij zorgen. Maar ik wil wel enige nuanceringen aanbrengen bij het beeld dat wij de aarde kapotmaken. Dat is niet zo.'

Bezwering

De leefomstandigheden van een groot deel van de wereldbevolking zijn de afgelopen vijftig jaar sterk verbeterd, zegt Fresco, juist dankzij wetenschappelijke en technologische vooruitgang. `Technisch en gemiddeld gesproken' zou zelfs een verdubbeling van de wereldbevolking in de volgende eeuw niet tot problemen hoeven leiden stelt ze in haar lezing. Maar ze erkent direct dat zulke feitelijke argumenten weinig indruk maken op doemdenkers. Bij hen zijn wetenschap en technologie gedemoniseerd tot boze krachten. “In het schaduwdenken gaat het uiteindelijk niet om argumenten. Het is een vorm van magisch denken, een vorm van bezwering'.

Dat blijkt uit de gretigheid waarmee schaduwdenkers metaforen gebruiken. “Ik vind in het algemeen dat het taalgebruik in onze tijd aan het afglijden is, het wordt onzorgvuldig. Als het over het milieu gaat, worden er allerlei metaforen gebruikt die op de keper beschouwd niet deugen.

Ken je dat televisie-spotje van de bolkaars die opbrandt? Dat is een heel krachtige metafoor voor onze vermeende plundering van de aarde. Maar de suggestie klopt niet, de feiten wijzen anders uit. Bovendien zijn metaforen natuurlijk geen verklaringen het zijn vergelijkingen. Maar ze gaan in dit soort debatten wel vaak sluipenderwijs een verklarende rol spelen.' James Lovelock, een van de bedenkers van de `Gaia'-filosofie, die de aarde ziet als een levend organisme, heeft de gevolgen van landbouw vergeleken met `brandwonden op de huid van de aarde'. “Alweer een metafoor van heb ik jou daar. Dat spreekt veel mensen aan. Maar het is onzin. Het klopt niet. Landbouw produceert ons voedsel, dat proces kun je niet vergelijken met een brandwond.'

Het pessimisme van de `schaduwdenkers' vindt zijn halfbroertje in het `lichtzoeken' van de New Age, een beweging die is doordrenkt van het verlangen naar puurheid en natuurlijkheid. “De anti-wetenschappelijke houding van de schaduwdenkers wordt gemythologiseerd tot natuurromantiek. Ook dat kom je overal tegen. Er zijn allerlei natuur-metaforen in ons denken geslopen. Het idee dat de natuur wel weet wat ze wil, of weet wat goed voor ons is. Je hoeft maar een willekeurig vrouwenblad op te slaan of het staat erin. Dat de natuur voor je zorgt, eigenlijk ook een heel vreemd idee. Hoezo, de natuur zorgt voor je? De natuur is bij uitstek niet zorgzaam, niet lief, niet aaibaar. Het grootste deel van de natuur is vijandig voor de individuele soort. Het is een strijd tussen de soorten, biologisch gesproken.'

De romantische verheerlijking van Moeder Aarde keert terug in het ideaalbeeld van een `natuurlijk leven', dat te vinden zou zijn onder indianen en in niet-westerse culturen.

“Het aloude idee van de noble savage leeft nog volop. Uiteraard zijn er wel sommige natuurvolkeren die in harmonie met hun omgeving leven, omdat ze heel weinig bevolkingsdruk kennen en dus bijvoorbeeld ook niet alle bomen in hun omgeving kappen. Dan ontstaat er een evenwicht, dat zie je ook bij insectenpopulaties. Als je te destructief met je omgeving omgaat, ondergraaf je je eigen leefmilieu. Maar dat is toch geen mystieke wijsheid? Dat is puur een overlevingskwestie.'

De New Age, concludeert Fresco, heeft het niet over de natuur, maar over een projectie van een semi-religieuze paradijselijke toestand. Een uitdrukking van angst voor de moderne technologie en wetenschap, en fixatie op het schrikbeeld van een betonnen wereld. “Het is ook verzet tegen het Verlichtingsdenken, dat vroeger vooral leefde onder intellectuelen maar nu is doorgedrongen tot brede lagen van de bevolking.'

Lichtzoekers

Ondanks haar kritiek wil Fresco het `schaduwdenken' en `lichtzoeken' niet verketteren. Daarvoor is het te diepgeworteld. “Het gaat om heel wezenlijke behoeftes en intuities van mensen, die je niet zomaar kunt uitvlakken.' In haar lezing pleit Fresco daarom voor een `nieuw contract' tussen wetenschap en samenleving. De onheilsprofetieen van de schaduwdenkers kunnen, ontdaan van hun anti-wetenschappelijke lading, een signaal zijn van de noodzaak om keuzes te maken tussen, bijvoorbeeld, een verdere verhoging van de consumptie of een soberder levensstijl. De utopieen van de lichtzoekers, op hun beurt, zijn onder alle valse romantiek een herinnering aan het feit dat mensen na het wegvallen van de traditionele godsdienst nog onverminderd behoefte hebben aan moraal en zingeving.

“Je moet erg oppassen je eigen normen en waarden op de samenleving te projecteren. Maar het ter discussie stellen van onze consumptiedrift het pleidooi voor een zekere mate van soberheid, dat zijn zaken waar ik me goed in kan vinden. Bovendien, dit verschijnsel is er nu eenmaal. Zo'n massabeweging kun je ook positief aanwenden, als raamwerk voor ethische discussies. Er is een grote betrokkenheid bij veel mensen. Daar moet je iets mee doen.'

Een debat over de intuities van schaduwdenkers en lichtzoekers, hoopt Fresco, kan leiden tot een nieuwe, minder antagonistische verhouding tussen wetenschap en samenleving. “Ik betreur het dat de scheiding tussen alfa en beta zo sterk is, ook onder intellectuelen. Veel Nederlandse intellectuelen weten echt niet hoe een ijskast werkt, of een fax, en zijn daar nog trots op ook, laat staan dat ze een definitie kunnen geven van biotechnologie.'

Met haar hoop op een nieuwe verstandhouding tussen wetenschap en samenleving zijn we terug bij een thema van Fresco's verhalen: de verhouding tussen het objectieve, de wereld van feiten en wetten, en het subjectieve, het private domein van het toevallige en individuele. In `De kleur van tijd' het mooiste verhaal uit Bambusa, probeert de verteller het leven te reconstrueren van Daniel Salman, een (fictieve) VN-functionaris voor vluchtelingenwerk. `Al die toevallige details in de loop van een leven' schrijft Fresco, `die even snel als ze in focus komen weer verdwijnen' (...) Het enige dat we kunnen doen, is de feiten laten spreken, in de hoop dat tussen de regels door iets verschijnt van die andere dimensie die zijn leven gehad moet hebben.'

Tussen de regels door - maar nooit benoembaar.

Kan literatuur een brug slaan tussen het subjectieve en objectieve? “Naipaul doet het, met heel nauwgezette observaties. Wat mij wel opvalt is dat er zo weinig romans zijn over mensen met een missie in hun leven. Waarin mensen worstelen met vragen zoals die voor het grote publiek in De Celestijnse Belofte aan de orde komen. Wat moet ik met mijn leven? Wat doe je op deze aarde? Waar sta je voor? Creativiteit wordt nu ook steeds meer gezien als een vorm van `openstaan voor jezelf', net als in de natuurromantiek. Als je dat maar doet, en je gevoelens oprecht vertolkt, is iedereen creatief. Daarom is zoveel literatuur eendimensionaal autobiografisch, ecriture brute. Je moet je ervaringen bewerken, vind ik. Structuur aanbrengen. Bij Mulisch zie je dat, het belang van discipline als een kader voor autobiografie.'

Het damesblad Elle typeerde haar verhalen als `droevig'. Veel blijft onzeker, weinig wordt opgelost. Misschien komt dat, zegt ze, omdat ze vertrouwd is met twijfel en onzekerheid, mede door haar wetenschappelijke achtergrond. “Het New Age-denken is vermoedelijk mede zo populair omdat het twijfels uitbant. Mensen willen nu eenmaal antwoorden. Maar ik kan redelijk veel ambivalenties verdragen.'

    • Sjoerd de Jong