De heilige van de hamburger

Misdaadverhalen schrijven gaat ook wel eens vervelen. Na negen boeken over haar vrouwelijke detective V.I. Warshawski - die zich bezighoudt met financieel gesjoemel en zich ondertussen inzet voor de minder bedeelden in Chicago - schreef Paretsky voor de verandering een roman waarin het lang wachten is op de spanning.

Ghost Country is een gefragmenteerd verhaal waarin allerlei schijnbaar op zichzelf staande personages uiteindelijk samenkomen in een gemeenschappelijke crisis. Brandhaard is de muur bij een luxe hotel, waar de dakloze Madeleine Carter het roestige water dat door een scheur in de muur uit een pijpleiding sijpelt, aanziet voor het bloed van de Heilige Maagd. Haar waanzin wordt overgenomen door een paar andere verwarde geesten, en als Carter zelfmoord pleegt omdat de leiding van het hotel haar muur had versperd met een afrastering, is er een martelares geboren.

Paretsky, die ook in het dagelijks leven een groeiende interesse in het mystieke schijnt te hebben, had zichzelf ten doel gesteld een boek te schrijven over de verschijning van een heilige vrouwfiguur. Maar de vrouw die ze voor die verschijning heeft gekozen is niet de magere vervuilde persoon van Madeleine Carter. De ware cultus ontstaat pas na Carters dood, als tussen de belangstellenden een reusachtige vrouw (`Amazone') opduikt die het haar in lange vlechten `als een nest slangen' op haar hoofd draagt.

Behalve een berg haar heeft deze Starr ook een paar enorme borsten die onder haar T-shirt heen en weer bungelen. Man noch vrouw is tegen dit oerwezen bestand. Ze schijnt magische krachten te hebben waarmee ze de zieken geneest en een hamburger omtovert tot een maaltijd voor tientallen. Ze praat niet maar gromt, en kan uitsluitend geinterpreteerd worden door haar compaan, de alcoholische, aan lager wal geraakte operadiva Luisa Montcrief. Voordat Paretsky zich wijdt aan de escalerende kwestie van de dakloze vrouwen bij de muur van het hotel, waar na Carters dood hordes gelovigen om wonderen komen smeken en daarmee niet alleen het hotel maar heel Chicago ontregelen, lijkt Ghost Country over heel andere mensen te gaan.

Over Luisa Montcrief bijvoorbeeld, met wier delirium het boek begint, of over de zusters Stonds; de een een succesvol advocate, de andere een onaangepaste puber, maar allebei inwonend bij hun rijke succesvolle grootvader en zijn gemene huishoudster. Waar hun moeder ooit is gebleven is een raadsel, en om deze duistere familierelaties lijkt het boek eerst te draaien. De waanzinnigen en daklozen - een modieus onderwerp getuige ook John Grishams misdaadroman Street Lawyer - gaven Paretsky blijkbaar vleugels, want met hun introductie krijgt het boek eindelijk Schwung. Ze beschrijft snedig de discussies tussen de aanhangers van Starr en de tegenstanders, de opportunistische journalisten en de vertwijfelde hoteleigenaars, en dat is een verademing vergeleken bij de houterige omgang van de gezusters Stonds met hun familie.

Het blijft dubieus waarom Paretsky juist de vrouw Starr als haar heldin heeft gekozen. Natuurlijk is een verschijning gebaat bij een overrompelend uiterlijk. Maar de likkebaardende belangstelling waarmee Starr wordt bejegend gaat iedere magische of mystieke geloofwaardigheid tegen; hoezeer Paretsky er ook naar streeft, de spirituele vervulling waar haar hoofdpersonen blijkbaar naar zoeken wordt geen moment invoelbaar. Paretsky is goed in het beschrijven van de hysterie, maar haar verhaal blijft steken in uiterlijkheden.