De etalages van de Bijenkorf

Van oudsher verdelen we de geschiedenis in compartimenten: eeuwen (de Gouden), oorlogen (de Tachtigjarige), de periode van een bewind (Napoleon), tientallen jaren (de Sixties) of generaties (Nix). Dat de perioden steeds korter zijn geworden houdt natuurlijk verband met `het razend tempo van deze tijd' dat Julien Benda in 1927 al dwars zat. Hoe sneller de mensen leven, hoe groter hun behoefte aan overzichtelijkheid en aan een duidelijk antwoord op de vraag wat hun plaats in de tijd is. Het heeft zijn voordelen, maar ook twee nadelen. Door het trekken van scherpe grenzen tussen historische compartimenten komt men in de verleiding de kracht van de continuiteit te verwaarlozen, terwijl men het geheel van duizenden gebeurtenissen binnen het gegeven tijdvak simplificeert want zoveel mogelijk tot een noemer terugbrengt.

Een voorbeeld. Sinds Benno Premsela zijn krachten eraan heeft gewijd zijn de etalages van de Amsterdamse Bijenkorf beroemd. Het was in de `jaren vijftig' toen ik achter een raam van de Bijenkorf voor het eerst werk van Karel Appel heb gezien. Goeie ouwe fifties. Toen was geluk heel gewoon. Geen televisie, geen files, kolen in de kachel, oorlog in Korea McCarthy op communisten jagend, de Rosenbergs op de elektrische stoel op je Solex naar je werk, Rock Around the Clock in Apeldoorn verboden enz. Behalve in de etalages van de Bijenkorf was bijna overal in Nederland de revolutie ver weg. Weinigen konden vermoeden dat... Sindsdien loop ik voor ik me aan een geschiedkundig beschouwinkje waag, altijd even langs de Bijenkorf. Vandaag, op 19 november, keek ik even vluchtig naar binnen. Waren daar niet Ed en Willem Bever aan het werk? Nader onderzoek leerde dat er veel meer aan de gang was. Een afdeling is omgebouwd tot smederij. Dieren die op de Fabeltjeskrantbevers Ed en Willem lijken, smeden een hoefijzer. Verderop is een ander dier op een draaiende steen een mes aan het slijpen. Achter het volgende raam is een bakkerij in bedrijf. Er wordt meel gezeefd, nog veel meer gedaan, en op de voorgrond staat een grote zak, ook met meel, en daar zitten vier grote zwarte kakkerlakken te eten. Asielzoekers die ontsnapt zijn aan het vluchtelingenwerk. Tussen al deze dieren heersen vrede en vriendschap (veertig jaar geleden de leuze van het communistische jeugdfestival). Ik stelde me voor dat ik een kind van vier was. Zou ik weten wie Ed en Willem zijn, of waren? Niet uitgesloten want dan zouden mijn vader en moeder als kind met de Fabeltjeskrant zijn opgegroeid en dan had ik bij overlevering de verhalen over deze bevers kunnen horen.

Maar zou ik er wel belangstelling voor hebben? Zou ik niet zijn voorbestemd om door de historici van 2050 als de Carmageddon-generatie te worden geregisteerd?

Zo goed en zo kwaad als het ging, vergeleek ik de jeugd van dit denkbeeldige kleinkind met mijn eigen jeugd. Als ik het zo bekijk ben ik van de Doe Mee! generatie. (Doe mee met Doe mee! en maak je vriendje abonnee). En van Dick Bos (Na zo'n nekslag zeggen ze gewoonlijk niet veel meer) en van Bulletje en Boonestaak. Niet van Koning Kas Koes Kieleman en dus helemaal niet meer van de Fabeltjeskrant. Daarna krijg je de generatie van Sesamstraat en Tik Tak en nu hoor ik dat de eerste kinderen van degenen die tot de generatie Nix horen, naar de Teletubbies kijken.

De historiografie die de geschiedenis compartementaliseert in generaties en tientallen jaren, schenkt veel aandacht aan de muziek vooral pop (Hans Righart, De eindeloze jaren zestig), en dat lijkt me tot op zekere hoogte verdedigbaar. Maar daarbij wordt ervan uitgegaan dat de beslissende ervaringen van kinderen pas beginnen als ze een jaar of tien zijn. Dit zou betekenen dat de inzichten van de psychologie worden genegeerd.

De grondslag voor de morele opvattingen, besef van rangorde, zegt men, wordt gelegd in de vroegste kinderjaren door alle opvoeding en neervoeding waaraan de kinderen worden blootgesteld. Ik weet dat er al ruim onderzoek wordt gedaan naar de generatie die bestaat uit de kinderen van de generatie van de jaren zestig. Dat is voornamelijk sociaal-psychologisch. Het zou ook voor historici die zich bezighouden met generatietheorieen voor de hand liggen, zich niet alleen te verdiepen in de invloed van de Reis naar het einde van de nacht, De Avonden De tandeloze tijd, maar het effect van Dick Bos en de Teletubbies niet te veronachtzamen.

Als we tenminste van plan zijn dit tientallig stelsel te handhaven. En dan natuurlijk een poging doen om te vermoeden hoe de tienjarige van nu het nieuws voor de grote mensen ervaart en wat daarvan dan weer de gevolgen zullen zijn. Je zou weleens de etalages van de Bijenkorf over 50 jaar willen zien.