Dat essay is net zo verzonnen als die roman; Tim Parks over Italie en zijn amorele personages

`Ik weiger de lezer een aandoenlijk mens voor te schotelen dat je bevestigt in je ideeen van menselijke goedheid en gemeenschapzin.' De Britse domineeszoon Tim Parks woont in Italie. Hij schrijft thrillers romans en essays over Europa.

“Het enige waar ik tegenwoordig niet ambivalent tegenover sta, is mijn steun voor het Engelse voetbalteam.' Tim Parks grinnikt sardonisch. De Engelse schrijver woont, heeft hij net uitgerekend, inmiddels negentien jaar in Italie. We zitten op een terras op het ontzagwekkende stadsplein van Verona. Parks woont in het dorp Montorio, vlakbij de stad, waarover hij een populair reisboek, Italian Neighbours, schreef. Hij is een getrouwd met een Italiaanse vrouw en zijn drie kinderen groeien op als Italianen. Over hen gaat het vervolg, An Italian Education.

“Het zou ook wel vreemd zijn wanneer je niet ambivalent stond tegen een samenleving die zo complex is als de Italiaanse. Vanzelfsprekend erger je je aan dingen, en dat leidt automatisch tot gevoelens van nostalgie voor Engeland. Vooral naar een minder modebewuste en meer beschouwende manier van leven dan in Italie. Aan de andere kant heeft het dagelijks leven hier een decorum waar ik van hou. Alles heeft zijn tijd en plaats. Je zou het niet meteen zeggen, maar Italie is een van de meest stabiele maatschappijen ter wereld.Dat heeft ook een keerzijde. In Italie zijn er negenduizend dodelijkeauto-ongelukken per jaar. Negenduizend! Dat is meer dan drie keer zoveel als in Groot-Brittannie. Mensen voelen zich hier zo beklemd in hun georganiseerde en gecontroleerde wereld, dat ze doorslaan zodra ze in een auto stappen.'

Italiaanse buren

Toen Parks naar Italie kwam, had hij zich voorgenomen nooit over het land te schrijven. “Als je als Engels romancier Italie als decor kiest verwachten je lezers allerlei pregnante wetenswaardigheden over het land in je romans. Zo'n schrijver wil ik helemaal niet zijn. Mijn toenmalige uitgever suggereerde dat ik een boek over Italie zou schrijven, aangezien ik als romancier toch nooit een stuiver zou verdienen.

Ik besloot dicht mijn eigen leven te blijven, gewoon het wel en wee van de straat hier in Montorio, geen algemene uitspraken over het land en zijn bewoners. Ik stuurde mijn uitgever de eerste drie hoofdstukken en hij antwoordde: je hebt gelijk, je kunt het niet. Maar inmiddels was ik zelf gegrepen door mijn boek. Ik ben van uitgever veranderd. Italian Neighbours is mijn enige publiekssucces geweest. Zelfs in het Italiaans heeft het goed verkocht.'

Hij is inmiddels verhuisd maar hebben zijn oude buren het gelezen? Parks knikt. En wat vonden ze ervan? “Ze hebben me voor de rechter gesleept. Ik had nog zo mijn best gedaan alles wat de geringste aanstoot zou kunnen geven eruit te halen. Maar deze twee mensen troffen in mijn boek een portret aan van een licht gefrustreerd echtpaar. Erger kun je niet beledigd worden, besef ik nu.'

Naast de boeken over zijn Italiaanse leven, schreef hij twee wrange psychologische thrillers met de Engelse psychopaat Morris Duckworth in de hoofdrol, die zich al moordend een plaats verwerft in de stijve bourgeoisie van Verona. “Ik ben gehecht aan Cara Massimina en Mimi's Ghost, maar ben toch bang dat lezers een scheef beeld van mijn werk krijgen wanneer ze mijn serieuze romans niet kennen.'

Ook in zijn schrijversschap toont Parks zich ambivalent. Hij heeft hard moeten werken om van zijn pen te kunnen leven en hij vindt het belangrijk een publiek aan zich te binden. Tegelijk ontwikkelt hij zich in zijn laatste roman, Europa en de vorige week verschenen bundel essays Adultery and other Diversions tot een schrijver die zich afkeert van de heersende literaire modes. “Mijn werk heeft iets pragmatisch, iets realistisch. Dat is typisch Engels.

Wat Italie me de afgelopen tien jaar echter heeft gegeven is een bredere literaire horizon.'

Tongues of Flame, Parks' romandebuut, is een pijnlijk autobiografische roman over een Engels gezin dat van binnenuit ontwricht raakt, wanneer de vader, een Anglicaanse dominee, in de ban raakt van de Pinkstergemeente. Parks:“Ik zou het waarschijnlijk nooit geschreven hebben wanneer ik geweten had dat het ook echt zou worden uitgegeven.' Hysterie, duivelsuitdrijving, een delirisch moralisme, aan zijn jeugd ontleende Parks het besef van de chaotische demonische krachten die in de levens van gewone mensen schuil gaan. Als jongetje, beschrijft hij in een van de essays in Adultery, postte hij bij pornobioscopen met grote borden die de zondaars opriepen zich tot de Heer te bekeren. Hij hield er een blijvende afkeer van zalvende woorden aan over. En een fascinatie voor de ontregelende aantrekkingskracht van seks.

“Iemand beschuldigde me er laatst van dat ik preekte in mijn romans. Ik was me van geen kwaad bewust, maar natuurlijk heb ik mijn hele jeugd naar de preken van mijn vader moeten luisteren. Dat zat me niet lekker, maar nu begrijp ik dat je ze kunt zien als een soort omgekeerde preken, mijn lezers moeten aan het einde van het boek juist niet meer weten wat goed of slecht is.'

Zijn hoofdpersonen zijn vaak moreel onaantrekkelijke types. “Ik verzet me tegen de morele zelfgenoegzaamheid van veel zogenaamd progressieve schrijvers.Eerst groeide ik op in dat strenge christelijke milieu en vervolgens kreeg ik te maken met mensen die me fatsoenlijke politieke standpunten opdrongen. De wereld bleek oneindig complexer dan men mij voorhield. Dat heeft tot gevolg dat ik weiger de lezer een warmbloedig personage voor te schotelen zoals Roddy Doyle doet.

Zo'n aandoenlijke mens die je bevestigt in je idee van goedheid en gemeenschapzin.

“Veel hedendaagse romans zijn eigenlijk een vorm van kinderliteratuur voor volwassenen. Alle morele principes staan vast in die boeken, je kunt je identificeren met de held, en het werk wil nadrukkelijk literair zijn door een intellectuele speelsheid te tonen. En nergens worden de werkelijke problemen,waarmee zowel de schrijver als de lezer worstelt, ingezet.'

Europa gaat over een busreis die de docent Engels Jerry Marlowe, samen met zijn collega's en zijn studenten maakt van Milaan naar het Europese parlement in Straatsburg, om de klachtencommissie te wijzen op de ongelijke positie van buitenlandse taaldocenten in Italie. De roman verraadt de invloed van Thomas Bernhard wat Parks beaamt. Het is een lange, hyperventilerende gedachtenstroom. De lezer blijft een paar honderd bladzijden lang gevangen in het hoofd van Marlowe, die heen en weer geslingerd wordt tussen zijn walging van de vervlakkende valse sentimenten die de moderne wereld in hun greep houden (op de monitoren in de bus wordt de gevoelsdraak Dead Poet's Society getoond) en zijn maar al te authentieke seksuele obsessie met een Franse docente in de bus. Het is Parks beste en zijn minst Engelse roman.

Het idee van een verenigd Europa brengt Marlowe tot honende tirades over een wezenloos conformisme in onze cultuur dat zich als broederschap heeft vermomd. “De afwachtende houding van de Engelsen in Europa is dwaas en niet effectief. Aan de andere kant, het bevalt me wel dat zij als eersten hebben afgerekend met die geur van pieteit die rond het ideaal van Europa hangt. Mijn bezwaar tegen heel die Europese gedachte is, dat men voorbijziet aan de metafysische trekjes van van eenwording en broederschap.'

Wat mij verbaasde, zeg ik, is dat hij, in een van de essays in zijn nieuwe boek, precies zo'n bustocht naar het Europees Parlement beschrijft, maar nu met zichzelf in de hoofdrol. Dat brengt zijn onappetijtelijke hoofdpersoon wel heel dicht bij de schrijver zelf.

Resonans

Parks moet er hard om lachen. “Ik vond het juist prikkelend, want dat essay is in wezen net zo verzonnen als de roman. De precieze relatie tussen literair werk en de werkelijkheid valt nooit echt te achterhalen, zelfs niet door de auteur zelf. Mijn eigen reis naar Straatsburg verschilde totaal van die van Marlowe. Ik zou er zo weer anders over kunnen schrijven. Als je schrijft over de dingen die je na aan het hart liggen, dan schrijf je al snel om een kern van werkelijke gebeurtenissen heen. Ik doe ook nooit research. Iedereen heeft materiaal het gaat erom wat je ermee doet. Het titelessay over de man die na meer dan twintig jaar huwelijk zijn vrouw voor een minnares verlaat, heeft voor mij een zekere noodzakelijkheid. Wat is het om in die ene vrouw, of in die ene man, je lot te zien? Natuurlijk wordt me tijdens voorleesavonden meteen gevraagd of al dat overspel in mijn werk teruggaat op mijn ervaringen met een echte minnares. Fuck off, zeg ik dan fijntjes.'

In zijn essays verenigt Parks de gemoedelijk verhalende toon van zijn Italie-boeken en de intellectuele resonans van zijn romans. Hij weet beschouwingen over grote thema's - trouw, heldendom, naastenliefde conformisme, noodlot - in te bedden in alledaagse menselijke ervaring zonder dat het al te abstract, of erger, al te knus wordt. Parks: “Ik kan geen korte verhalen schrijven, een autobiografie was nogal arrogant geweest en ik schrok terug voor een boek met klassieke essays.

Zo ben ik op deze tussenvorm gekomen. Een verkenning van mijn wereld, die zich ook als een bundel verhalen laat lezen. Aan het ene kant ga ik terug op de Engelse traditie van het huiselijke essay, aan de andere kant op de zwaar intellectuele essayistiek van Europese schrijvers. En dat bleek te werken. Kierkegaard zou de levens van de mensen die zich met hart en ziel inzetten voor de eeuwig kwakkelende voetbalclub van Verona werkelijk interessant gevonden hebben, daar ben ik van overtuigd.`

    • Bas Heijne