Banenplan maakt geen indruk op Brussel

Vandaag wordt Nederland in Brussel de maat genomen met zijn werkgelegenheidsplannen. Het kabinet probeert tegelijkertijd in Den Haag tot een besluit te komen over het bedrag dat voor die plannen moet worden uitgetrokken en hoeveel werklozen ervan dienen te profiteren.

Het heet `sluitende aanpak van de werkloosheid' en het is het Nederlandse Nationale Actie Plan (NAP), dat het kabinet naar de Europese Commissie heeft gestuurd. Precies een jaar geleden werden alle vijftien EU-lidstaten verplicht zulke actieplannen in te dienen. Toen besloten Europese regeringsleiders in Luxemburg elkaar de maat te nemen bij de bestrijding van de werkloosheid in eigen land. Werkgelegenheidscijfers van de drie best presterende landen werden de doelen waarnaar de lidstaten dienden te streven. Haalt een EU-lid de doelstellingen niet, dan zou als sanctie moeten volstaan dat de falende lidstaat met de broek op de enkels staat.

Vandaag bespreken de Europese ministers van Sociale Zaken de reactie van de Europese Commissie op de vijftien Nationale Actieplannen. Elk EU-lid heeft zo'n `NAP' opgesteld waarin aan de hand van 19 `richtsnoeren' de ambities bij de bestrijding van de werkloosheid vastliggen. Een van de belangrijkste richtsnoeren is dat aan werklozen jonger dan 23 jaar binnen een half jaar een `traject' moet worden aangeboden. Dat kan meteen een baan zijn, maar zal eerder de vorm krijgen van scholing, een sollicitatietraining, actieve bemiddeling of een stage. Oudere werklozen moet binnen een jaar van werkloosheid een traject worden aangeboden.

Maar de Europese Commissie blijkt niet erg onder de indruk van de actieplannen van de lidstaten en al helemaal niet van de Nederlandse `sluitende aanpak'. De belangrijkste kritiek is dat de plannen geen zicht geven op het geld dat de EU-landen aan de bestrijding van de werkloosheid willen besteden. Nog teleurstellender vindt de Commissie dat in de meeste plannen helemaal geen kwantitatieve doelstellingen zijn opgenomen.

Daarmee valt de gedachte van de lidstaten om van elkaar te leren en elkaar te beoordelen op hun prestaties, grotendeels in het water, aldus de Europese Commissie.

Een uitzondering vormt het NAP van Spanje, vindt de Commissie. Het Spaanse plan is doortimmerd en ambitieus en staat in schril contrast met het slechtste actieplan, dat van Griekenland. Spanje staat binnen de EU dan ook voor de grootste problemen met een formidabele werkloosheid. Een land met zulke hoge werkloosheid kan het in de ogen van de Commissie alleen maar fantastisch doen, monkelde minister De Vries (Sociale Zaken) gisteren, bij een overleg met de Tweede Kamer over de Brusselse bijeenkomst van vandaag.

Maar had Nederland gedacht dat het met zijn lage werkloosheid en unieke en succesvolle driehoeksoverleg tussen overheid, werkgevers en werknemers een wit sociaal-economisch voetje in Europa kan halen, dan maakt de kritiek van de Europese Commissie daar wel een eind aan. De Commissie meent dat Nederland de richtsnoeren op zijn best flexibel hanteert, en getalsmatige doelstellingen ontbeert. Het is bovendien een van de weinige landen dat een NAP heeft ingeleverd dat andere landen niet tot voorbeeld kan strekken.

“Of de actieplannen de Europese Commissie behagen, zal me een zorg zijn', was de reactie van De Vries op de kritiek uit Brussel. “Het gaat er bij die NAP's om dat je jezelf een spiegel voorhoudt.' Wat de bewindsman betreft, moeten de lidstaten uitkijken dat de Commissie de Europese werkgelegenheidsstrategie niet te veel gaat domineren, waardoor er een centraal geleid werkgelegenheidsbeleid zou ontstaan. En dat terwijl in het Verdrag van Amsterdam (juni 1997) juist werd geconcludeerd dat alle lidstaten hun eigen arbeidsproblemen kennen en deze dus op hun eigen, lokale manier zouden moeten oplossen.

Dat Nederland in zijn Nationale Actie Plan niet aangeeft wat het bijbehorende budget is, komt doordat het kabinet er niets voor voelt om zich daarop vast te leggen. Het kabinet vindt dat de Commissie veel te veel redeneert langs de weg dat hoe meer geld tegen de plannen aan wordt gegooid, hoe beter het is. In het Nederlandse NAP ontbreekt ook een doelstelling in personen: hoeveel mensen gaan eigenlijk van de werkgelegenheidsplannen profiteren?

Op het moment dat De Vries vandaag in Brussel het Nederlandse NAP verdedigt en reageert op de kritiek van de Commissie, probeert zijn staatssecretaris Hoogervorst in de Haagse Treveszaal het kabinet achter een meer uitgewerkte versie van hetzelfde plan te krijgen. De doelstellingen in geld en personen voor de komende vier jaar mogen voor het oog van Europa dan in nevelen gehuld zijn, wel moet het kabinet een beslissing nemen over het bedrag dat het volgend jaar aan de `sluitende aanpak' gaat besteden en hoeveel mensen daarvan zouden kunnen profiteren.

Toen de voorganger van De Vries, Melkert, het Nederlandse actieplan presenteerde zei hij dat er in vier jaar 1,3 miljard gulden mee gemoeid zou zijn. Het gaat dan om een brutobedrag dat aan scholing, bemiddeling of werkervaringsplaatsen besteed zou kunnnen worden. Als zo'n traject iemand naar een baan leidt, spaart dat een uitkering uit. De `sluitende aanpak' zou zo succesvol zijn en zoveel uitkeringen uitsparen, dat de nettokosten hooguit een kwart miljard is. Daarvoor zouden in 2002 ruim 150.000 werklozen een traject hebben.

Het (CPB) maakte gehakt van het plan. Melkert had geen rekening gehouden met het aantal werklozen dat ook zonder zijn actieplan wel een baan zou vinden.

Al met al komt het CPB tot de conclusie dat hooguit 20.000 werklozen baat zouden hebben van de `sluitende aanpak'. Daarmee worden zo weinig uitkeringen bespaard, dat de nettokosten van het plan over vier jaar niet 250 miljoen zouden zijn maar bijna een miljard gulden ofwel 50.000 gulden per geholpen werkloze.

Sinds halverwege dit jaar heeft het ministerie van Sociale Zaken met het CPB zitten soebatten over de juiste verhouding tussen het geld dat in de sluitende aanpak wordt gestoken. Het resultaat van die twist zou vandaag uit de ministerraad moeten komen. Terwijl De Vries in Brussel zich zo min mogelijk wil vastleggen op het bedrag dat Nederland aan de bestrijding van vooral de langdurige werkloosheid wil besteden, moet Hoogervorst nog geen tweehonderd kilometer verderop het bedrag zo hoog mogelijk laten uitvallen.

    • Robert Giebels