Angelsaksen handhaven de wereldorde; Voor de VN rest slechts het toekijken

Bill Clinton heeft de gave de wereld in spanning te houden. Als zijn libido al niet zijn presidentschap in gevaar brengt, dan bedrijft hij wel buitenlandse politiek op het scherp van de snede. Afgelopen weekeinde werd een serie luchtaanvallen op Irak een half uur voor aanvang geannuleerd.

Volgens Amerikaanse berekeningen zouden zij aan zeker tienduizend mensen het leven hebben gekost. De annulering was een reactie op een reeks elkaar snel opvolgende en verduidelijkende mededelingen die het regime van Saddam Hussein te elfder ure naar het hoofdkwartier van de Verenigde Naties in New York had gestuurd. In de sfeer van het handhaven van de wereldorde lijkt nu een point of no return te zijn gepasseerd.

De Iraakse regering had in het verlengde van de door haar verloren Golfoorlog van de Veiligheidsraad de opdracht gekregen haar arsenalen massavernietigingswapens te vernietigen en de naleving van die opdracht te laten controleren door internationale inspectieteams. De uitkomst van de oorlog was een bestand dat het Arabisch-sunnitische kerngebied van Irak, inclusief Saddams machtscentrum Bagdad, ongemoeid liet. Vanaf het begin stond vast dat het succes van de inspecties afhing van de medewerking van het regime. Sancties moesten Irak dwingen die medewerking daadwerkelijk te verlenen.

Jarenlang is Saddam er in geslaagd een deel van de infrastructuur voor de wederopbouw van zijn arsenalen voor de inspecteurs verborgen te houden. In welke mate dat het geval was, bleek toen zijn schoonzoons naar Amman uitweken en de CIA inzicht gaven in Saddams geheimen. Maar toen aan de hand van de nieuwe gegevens de speurtocht werd geintensiveerd, werd pas goed duidelijk hoe het regime de inspecteurs wist te misleiden. Toen deze het kat-en-muisspel met Iraks geheime dienst begonnen te leren, greep Saddam naar het wapen van de crisis. Eind vorig jaar beschuldigde hij de VN-inspecteurs van Amerikaanse nationaliteit van spionage in samenwerking met de geheime diensten van de VS en Israel en dwong hij hun vertrek af.

Het moment was goed gekozen. Het was Bagdad bekend dat drie van de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad - Frankrijk, Rusland en China - de relatie met Irak wilden normaliseren. Dat hield in afronding van de inspectie en opheffing van de sancties. Door alleen de Amerikaanse inspecteurs te treffen trachtte Saddam het schisma binnen de Veiligheidsraad te verhevigen. Daarin slaagde hij tot op zekere hoogte.

In de veroordeling van Irak was de Veiligheidsraad weliswaar unaniem, maar hij bereikte geen eensgezindheid over een eventuele afstraffing. De VS dreigden met militair ingrijpen, verklaarden dat de aangenomen resoluties daartoe een mandaat verleenden, maar verkregen slechts steun van het Verenigd Koninkrijk. Een missie van VN-secretaris-generaal Kofi Annan naar Bagdad, die leidde tot de terugkeer van de Amerikaanse inspecteurs herstelde de breuk provisorisch.

In de jongste crisis volgde Saddam Hussein een ander scenario. Nu zegde hij de medewerking op aan alle inspecteurs. Dat leidde tot een tijdelijk grotere eensgezindheid in de Veiligheidsraad. Zonder dat het met zoveel woorden in nieuwe resoluties werd gezegd, leek Amerika ruimte te hebben gekregen voor militaire represailles. Althans de Amerikanen overtuigden zichzelf daarvan. Vrijdagavond gaf president Clinton het marsbevel. Maar toen zaterdagochtend Amerikaanse tijd de eerste berichten over Iraks inbinden binnenkwamen, werd het bevel weer ingetrokken en werden de al uitgezwermde vliegtuigen teruggeroepen. Clinton koos daarbij voor het advies van zijn veiligheidsadviseur tegen het advies van zijn ministers van Buitenlandse Zaken en Defensie en van de voorzitter van de Verenigde Chefs van Staven in. Annan had de Iraakse correspondentie onmiddellijk en in het openbaar als positief gekwalificeerd. De Franse, Russische en Chinese vertegenwoordigers vielen hem bij. In hoeverre de Amerikaanse terugtocht werd ingegeven door interne meningsverschillen dan wel door het wegvallen van internationale steun voor een militaire afstraffing, is onduidelijk gebleven. De suggestie is gedaan dat Saddam is gewaarschuwd voor de ophanden zijnde aanval en dat zijn toegeven-op-het-laatste-moment daaruit moet worden verklaard.

Hoe het zij, de inspecteurs zijn inmiddels teruggekeerd en nu moet blijken of en in hoeverre zij eindelijk hun werk kunnen voltooien.

In zekere zin was het VN-regime dat Irak is opgelegd een experiment. De eensgezindheid tijdens de Golfoorlog van de alliantie van westerse en Arabische staten, op afstand gesteund door de Sovjet-Unie, scheen de voorbode van een nieuwe tijd waarin zogenoemde schurkenstaten tot de orde konden worden geroepen. De geschiedenis heeft geleerd dat de tijd in het voordeel werkt van de ordeverstoorder. Sancties treffen de bevolking, de leidende kliek doet er zijn voordeel mee. Internationale verificatie kan eenvoudig worden gefrustreerd. De internationale eensgezindheid die nodig is om de curatele vol te houden, brokkelt geleidelijk af.

De Golfoorlog zelf kon worden gerechtvaardigd met een direct beroep op het Handvest van de Verenigde Naties dat agressie verbiedt. De verovering van Koeweit was een onmiskenbare daad van agressie tegen een lid van de Volkerenorganisatie. Maar het succes van de curatele waaronder Irak vervolgens werd geplaatst was afhankelijk van saamhorigheid tussen de permanente leden van de Veiligheidsraad. En die is niet bestendig gebleken.

De vraag is wat dit betekent voor de internationale veiligheid die de VN worden geacht te waarborgen. Twee wegen liggen open. De eerste leek de regering-Clinton afgelopen zomer te hebben gekozen toen Saddam de inspecteurs opnieuw begon te dwarsbomen. Washington liet weten dat dit nu een aangelegenheid was voor de gehele Veiligheidsraad. Anders gezegd, het wachtte af. Na Saddams verdere escalatie deze herfst begaven de Amerikanen zich toch weer op de andere weg, die moest leiden naar de militaire represaille.

President Clinton heeft verklaard dat de geringste obstructie van de kant van Irak alsnog tot afstraffing zal leiden, zonder voorafgaande diplomatieke bemoeienis. De militaire handhaving van de wereldorde dreigt zo een uitsluitend Amerikaanse, zo men wil: angelsaksische, aangelegenheid te worden. Voor de Verenigde Naties rest dan slechts het toekijken.