Abeltje, maar ook Minoes; Burny Bos heeft een missie: films naar Annie M.G. Schmidt

Dat alle kinderboeken van Roald Dahl en Astrid Lindgren al verfilmd zijn en Annie M.G. Schmidt nu pas postuum en filmdebuut krijgt met Abeltje wijt producent Burny Bos aan het Nederlands filmklimaat. “Als Abeltje geen internationaal bioscoopsucces wordt, ga ik de tuin harken.'

Juffrouw Klaterhoen gaat een groepje zwarte New-Yorkse rappers voor in een jaren negentig-versie van De Twips uit Ja zuster nee zuster en mijnheer Tumps mottenballen worden aangezien voor drugs in de verfilming van Annie M.G. Schmidts in 1953 gepubliceerde klassieke kinderboek Abeltje. De door Ben Sombogaart geregisseerde en door Burny Bos tot scenario bewerkte en geproduceerde film is vanaf volgende week in 97 bioscopen te zien. De film heeft een James Bond-achtige titelscene is `snel' gemonteerd en kostte 9,2 miljoen gulden. Dat is waarschijnlijk het hoogste budget ooit uitgegeven aan een Nederlandstalige speelfilm. Distributeur Warner Bros. geeft bovendien nog eens een miljoen uit aan publiciteit en marketing, zodat in de kerstperiode de concurrentieslag met grote tekenfilms als Mulan (Disney) en The Prince of Egypt (Dreamworks) niet bij voorbaat verloren hoeft te worden.

De beschikbaarheid van aanzienlijke middelen om Abeltje aan de man te brengen was voor producent Burny Bos (1944), afkomstig uit de televisiewereld een voorwaarde om er aan te beginnen. Nadat bijna alle boeken van Astrid Lindgren en Roald Dahl het al tot bioscoopfilm gebracht hebben, is Abeltje nog maar het postume filmdebuut van Annie M.G. Schmidt. Volgens Bos is de reden voor dat late debuut het verschil in filmklimaat tussen Nederland aan de ene kant en Scandinavie en de Engelstalige wereld aan de andere.

Bos verwierf de rechten van een aantal boeken van Schmidt, zoals Otje (sinds enkele weken met groot succes vertoond als televisieserie) Abeltje en Minoes. De eerste scenarioversie van Abeltje las hij voor aan de blind geworden Annie Schmidt. Ze moest er erg om lachen en was heel tevreden.

Er was volgens Bos eigenlijk maar een verschil van inzicht: “Een film van negen miljoen kan niet in Nederland alleen uit de kosten komen, dus wilden we een Engelstalige film maken. Het probleem was dan dat de misverstanden uit het boek tussen Nederlanders en Amerikanen, die denken dat Abeltje Indiaans spreekt, niet meer golden. Daarom wilden we de lift, waarmee Abeltje door het dak van warenhuis Knots over de oceaan vliegt, in Hongkong laten landen. Annie zei dat ze dat best vond, maar dat de film dan geen Abeltje meer mocht heten. Dus werd het toch New York en een Nederlandstalige film, die het vooral van de Europese markt zal moeten hebben.'

Als het allemaal goed gaat met Abeltje, zal de volgende Annie M.G. Schmidt-film Minoes, over een vrouw die eigenlijk een poes is, wel Engelstalig worden. “We willen die in Canada opnemen vermoedelijk met een Engelstalige regisseur en acteurs. Maar dan wel in een stadje dat Amsterdam, USA heet en waar ooit Nederlanders naar toe zijn geemigreerd en waar dan nog een paar Hollandse elementen te vinden zijn zoals een haringkar.'

Ook overweegt Bos een bioscoopversie van Ja zuster nee zuster in gang te zetten. Hij hoopt de erven Schmidt te overtuigen dat zoiets kan werken: “We willen een groep mensen bij elkaar brengen, die het leuk vindt om Ja zuster nee zuster weer te doen herleven. Loes Luca lijkt ons een ideale zuster Clivia. We hebben het al eens geprobeerd als televisieserie, met Loes Luca. En Arjan Ederveen, die erop stond dat Kees Prins ook mee zou doen. Hij trok zich als eerste terug toen wilde Ederveen ook niet meer en tenslotte de VPRO evenmin.'

Amerika

De samenwerking met een grote Amerikaanse filmmaatschappij bevalt producent Bos beter dan die met de Nederlandse omroepen: “De financiering van Abeltje was een ramp.

De AVRO kwam als eerste over de brug met een miljoen. Snel volgden Nederlandse, Duitse en Scandinavische bioscoopdistributeurs, maar het Stimuleringsfonds weigerde aanvankelijk. Daar vonden ze het totale budget te hoog omdat dan hun eigen bijdrage relatief te klein werd. Uiteindelijk had ik toch zes miljoen bij elkaar, en vond het tijd maar eens bij het Filmfonds aan te kloppen. Daar werd het scenario afgewezen. Men vond dat we maar eens een nieuwe versie moesten schrijven. Dat heb ik geweigerd en ik ben met succes in beroep gegaan bij het bestuur van het Filmfonds. Ze wezen namelijk in eerste instantie niet alleen het script af, maar ook de zes miljoen aan investeringen die we al bij elkaar gebracht hadden. In allerlaatste instantie ontbrak er nog 600.000 gulden en dat risico heb ik als producent zelf genomen. Het betekent dat we waarschijnlijk geen winst zullen maken als productiemaatschappij. Dat is misschien een blijk van slechte bedrijfsvoering, maar het gaat me er meer om te bewijzen dat we in Nederland in staat zijn om een grootscheepse en kwalitatief hoogwaardige familiefilm van de grond te krijgen. Als het op die manier lukt om een grote internationale filmmaatschappij zo ver te krijgen om de continuiteit te waarborgen, dan valt dat te prefereren boven zoals het nu toegaat: dat je bij televisie- en filmcommissies steeds aan tegenstrijdige eisen moet voldoen. We zijn ons ernstig op de toekomst aan het bezinnen. De AVRO wil misschien wel door met producties naar boeken van Annie Schmidt, maar meer zit er niet in, vrees ik. Als het niet lukt om van Abeltje een internationale bioscoophit te maken of om van de omroepen een garantie te krijgen om door te gaan, dan moet ik er mee ophouden en de tuin gaan harken, denk ik.

“Na verschillende aanvaringen met de VPRO voor wie ik de jeugdfilm Mijn vader woont in Rio had geproduceerd, ben ik in 1989 een eigen productiebedrijf begonnen om onafhankelijk te kunnen zijn. Misschien moet ik langzamerhand concluderen dat je in Nederland toch altijd afhankelijk blijft van de omroepen. Het gaat hier nooit om de kwaliteit, onze films hebben de afgelopen negen jaar alle mogelijke prijzen gewonnen, maar altijd om machtsspelletjes. En als ik dan toch weer opnieuw moet beginnen, dan liever als kleine internationale filmproducent dan als grote, zogenaamd onafhankelijke Nederlandse televisiemaker.'

Na een overdonderend begin in videocliptempo, waarin de voornaamste personages heel kort geintroduceerd worden, drukt Abeltje al snel op het verboden groene knopje van de warenhuislift. Voor je het weet vliegt hij in zijn lift met vriendinnetje Laura en twee toevallige liftgebruikers juffrouw Klaterhoen en mijnheer Tump, door de lucht naar Amerika. De special effects zijn overtuigend, al kwamen ze met relatief bescheiden middelen tot stand. Na een aantal avonturen in New York, vertrekt het gezelschap naar de Latijns-Amerikaanse, verre van politiek correct weergegeven operettestaat Perugona. Daar wordt de film even minder flitsend, omdat er veel uitgelegd moet worden, maar het slot is weer een wervelend cavalcade van in elkaar grijpende happy endings.

In de negen jaar van het bestaan van Bos Bros. leidde de samenwerking met regisseur Ben Sombogaart tot successen als Het zakmes, gebaseerd op het gelijknamige kinderboek van Sjoerd Kuyper, en een documentaire televisieserie over Annie M.G. Schmidt. Volgens Burny Bos heeft Sombogaart altijd ruime vrijheid gehad om, nadat het script vastgesteld was, zijn film op zijn eigen manier te regisseren: “Bij Abeltje was die vrijheid wat kleiner, omdat het budget veel hoger lag en ik me intensief wilde blijven bemoeien met het eindresultaat.

Het belangrijkste was de noodzaak van een hoog tempo, niet alleen om de film er modern uit te laten zien, maar ook omdat het script leek uit te lopen op een film van meer dan twee uur. Als het tempo na de hectische eerste twintig minuten wat lijkt in te zakken, dan is dat voor een deel een kwestie van gewenning. Ook was het noodzakelijk om zo snel mogelijk in de lift te komen en zo snel mogelijk in New York te landen. Scenes in Abeltjes geboortedorp Middelum (opgenomen in de Noordoostpolder) hebben we wel gedraaid, maar voor het grootste deel niet gebruikt in de bioscoopversie. Die komen wel terug in de zevendelige televisieserie, die de AVRO later uitzendt.'

Protest

Volgens Bos gaat Abeltje over `het recht van iedereen op vrijheid en avontuur'. De boeken van Annie Schmidt vormden in de jaren vijftig een door vele kinderen herkend protest tegen de mufheid van Nederland. Volgens Bos was dit nu minder essentieel: “Natuurlijk is Nederland minder tuttig geworden, hoewel het gemiddelde RTL4-programma nog steeds heel veel Hollandse kneuterigheid bevat. Maar New York ligt niet meer op een andere planeet, de meeste kinderen kunnen zich daar een aardige voorstelling van maken. Wat we behouden hebben is het bedreigende karakter van een wereldstad. De moeder van Abeltje (Annet Malherbe in een dubbelrol, ze is ook de Amerikaanse Mrs. Cockle-Smith) is niet meer een passieve, bangelijke mevrouw in een bloemetjesjurk, die bij de eerste de beste gelegenheid flauwvalt. Moeder Roef is nu een actief, werkend mens, dat zelf Abeltje achterna reist, wanneer ze vermoedt dat hij in gevaar is. Hij mist haar niet zo erg, is alleen maar bang dat ze bezorgd zal wezen, maar dat zijn nu eenmaal dingen die gebeuren als je op avontuur gaat.'

Scenarist Bos mag dan besloten hebben dat de kneuterigheid van Middelum niet meer nodig was voor de film, de typische Schmidt-personages Klaterhoen (Marisa van Eyle) en Tump (Frits Lambrechts) zijn wel tamelijk dicht bij hun oorspronkelijke vorm gebleven. Nieuw is de belangrijke functie van de schoolmeester (Kees Hulst) als valse autoriteit. Moeder Roef helpt Abeltje juist zich van het schoolkeurslijf te bevrijden door hem een baan als liftboy te bezorgen. Ook de rol van Abeltjes ex-vriendinnetje Laura is gemoderniseerd, volgens Bos ook omdat de meisjes sinds 1953 veranderd zijn: “Laura is in het boek een konijnen-aaister, die weinig initiatief vertoont. In de film wendt ze haar capaciteiten als slangenmeisje aan om de liftbewoners te helpen. We hebben ook gezocht naar een actrice met een Aziatisch uiterlijk, omdat Nederland nu eenmaal niet meer alleen uit blanke kinderen en volwassenen bestaat'.

Binnenkort is de beeltenis van Abeltje (Ricky van Gastel) onder meer aan te treffen op een miljoen pakken sinaasappelsap. Als de film minder dan 500.000 bezoekers haalt, is dat een strop voor Warner Bros., maar vooral voor de ambities van Burny Bos om door te gaan met grote, internationaal georienteerde familiefilms: “We zijn natuurlijk een beetje praatjesmakers, want als ik niet twee jaar geleden geeist had dat Abeltje in honderd kopieen in de bioscopen te zien moest zijn, dan zou dat nu nooit gebeurd zijn. Ik kan in ieder geval zeggen dat ik het geprobeerd heb. Zonder de populariteit van Annie M.G. Schmidt te gebruiken, zou het misschien nog twintig jaar geduurd hebben.

“In Denemarken wordt jaarlijks een miljard geinvesteerd in de audiovisuele industrie en wordt er ook een miljard aan inkomsten binnengehaald. In Nederland verdienen de omroepen met elkaar dertig miljoen gulden per jaar aan verkopen, waarvan 27 miljoen naar Endemol gaat. Ik word daar af en toe een beetje moe van.'