Voor het voetlicht

Huiselijk tafereel: Pa zit met zijn kroost om de tafel, hij slaat een heel grote wereldkaart op, wijst aan waar Nederland ligt en zegt: “Wij zijn zeker geen klein landje. Eveline en ik hebben afgesproken: die term zullen wij nooit gebruiken. Want we zijn een belangrijk land en we hebben enorme financiele en economische belangen - niet alleen in Europa, maar ook in de rest van de wereld.' Zegt de oudste: “Weet de rest van de wereld dat al?'

Pa kauwt op zijn onderlip - hij moet toegeven dat hij, nota bene minister van Buitenlandse Zaken van `zeker geen klein landje', nog geen interview heeft gegeven aan pak 'm beet: Le Monde, Der Spiegel, Die Zeit The Independent teneinde eens duchtig uit te paken over hoe belangrijk Nederland wel is.

Maar gelukkig mag hij dat in Elsevier: “Het leefde sterk bij de VVD dat dit (we zijn een belangrijk land) eens voor het voetlicht zou komen.' Met de collega's Herfkens (Ontwikkelingssamenwerking) en Benschop (Buitenlandse Zaken) is overeenstemming over het feit dat het Nederlandse belang in het buitenlands beleid meer op de voorgrond zal treden, dat het mes gaat in de contributie aan Europa, dat niet meer links en rechts met ontwikkelingsgeld wordt gestrooid en dat Suriname niet langer prioriteit heeft. Stuk voor stuk interessante afspraken, maar we blijven, hoe de minister het ook wendt of keert, een klein land. So what?

“Ik snap dat hijgerige niet', hijgt D66 fractievoorzitter Thom de Graaf in HP/De Tijd - niet in reactie op het gehijg van Van Aartsen maar in reactie op de media die, hoe bedenken ze het, hebben geschreven dat D66 de aftocht heeft geblazen tijdens het debat over het terugsturen van Bosnische vluchtelingen. “Dat vind ik idioot. Ik snap dat hijgerige niet, dat D66 180 graden zou zijn gedraaid. Waarom zou je je niet door de regering kunnen laten overtuigen? Als dat de nieuwe norm wordt in de politiek, vind ik dat een verschraling. (...) Daar verzet ik me intellectueel tegen.' Thom de Graaf mag vertellen dat D66 langer dan een periode regeringsverantwoordelijkheid kan dragen, dat de partij, die getalsmatig weinig voorstelt, het vooral van de kwaliteit moet hebben en veel wil investeren in paars, `zelfs als we daarmee risico lopen. Maar we offeren ons niet op'. D66 gaat zich profileren, zal duidelijker voor het voetlicht treden en vraagt bij monde van De Graaf wat tijd. “D66 is aan een nieuwe periode toe. We moeten nog beter onze meerwaarde bewijzen.' Op de suggestie dat de partij overbodig is, gaat hij niet in.

Hij zal zich vast ook intellectueel verzetten tegen het feit dat de partij overbodig is. Hebben meer intellectuelen last van (gehad): als hun werkelijkheid niet strookt met de feiten - jammer voor de feiten. Maar feit is, zoals Elsevier schrijft, dat `waar PvdA en VVD goed een bemiddelaar kunnen gebruiken - op immaterieel terrein, de absolute hoofdzaken voor Paars-II - speelt D66 die middelende rol juist niet. (...) Baatte D66 Paars-I niet, zij schaadde ook niet. Nu baat zij niet, maar schaadt wel door slechts onvoorspelbaarheid in immateriele kwesties toe te voegen.'

Ook in Elsevier een doorwrocht verhaal over de vraag waarom ons land zo'n aantrekkingskracht uitoefent op asielzoekers van wie ongeveer vijf procent voldoet aan de omschrijving `vluchteling' zoals verwoord in het Vluchtelingenverdrag uit 1951 dat nog steeds wordt aangehaald maar, aldus kenners van de materie, niet meer op deze tijd is toegesneden. “De asielzoekers van nu worden doorgaans niet persoonlijk vervolgd maar zijn passieve slachtoffers', aldus Elsevier. “Het merendeel komt hier naar toe om economische redenen', zegt D. de Jong, gedetacheerd bij Buitenlandse Zaken en opgevoerd als een van de best ingevoerde migratie-experts. Hij zit vast ook weleens aan tafel met een heel grote wereldkaart voor zich. Hij ontwaart een stip - Nederland. Maar dat mag hij niet zeggen van zijn huidige baas en ook niet van Eveline.