Van `t Hek in de bres voor varkens

Cabaretier Youp van `t Hek heeft gisteren het voorzitterschap van de Stichting Varkens in Nood overgenomen van schrijver Koos van Zomeren. De stichting, opgericht door J.J. Voskuil, stelt de erbarmelijke omstandigheden waaronder varkens in de bio-industrie moeten leven aan de kaak.

Doel van Van `t Hek is om vlak voor de kerst met paginagrote advertenties in de Nederlandse dagbladen aandacht te vragen voor de bio-industrie. “We willen dat de mensen die varkens laten liggen. We zijn niet tegen varkensboeren, maar wel tegen de manier waarop die miljoenen beesten nu gehouden worden', aldus Van `t Hek. “Het begint bij de consumenten. Als er niemand meer naar Youp van `t Hek komt kijken, zal ik ook een ander vak moeten leren.'

Van `t Hek zegt zelf “laat wakker geworden' te zijn alvorens hij de situatie in de varkenshouderij onder ogen zag. “Ik maak me geen illusie dat er iets gebeurt. We willen gewoon nog een keer lawaai maken.' De cabaretier zegt zelf geen vegetarier te zijn, maar wel beter op te letten bij het eten van vlees. Varken komt er sinds de varkenspest en de massale vernietiging van varkens vorig jaar in principe bij hem niet meer in. “Kijk, er glipt wel eens een spekje of zo door, maar dat is dan jammer. Ik ben geen ethicus, maar zoals het nu met die dieren gaat, daar hoef je niet eens een dierenvriend voor te zijn om te zien dat dat niet kan', aldus Van `t Hek.

Vorig jaar plaatste de stichting Varkens in Nood aan de vooravond van het debat over de herstructurering van de varkenshouderij ook paginagrote advertenties. Voskuil en de zijnen staken zich daarvoor diep in de schulden, hoewel ruim 7.000 sympathisanten geld hadden gedoneerd aan de stichting. Hun namen stonden afgedrukt op de advertentiepagina's.

Hoewel er nu politiek niets meer te veranderen is aan de sitiatie van de varkens, wil Van 't Hek dat “de mensen nadenken als ze vlees kopen'. Meer Nederlandse schrijvers sluiten zich bij de stichting aan. Naast Voskuil, Van 't Hek en Van Zomeren steunen onder anderen Maarten `t Hart, Doeschka Meijsing en Adriaan van Dis het initiatief.