Socialisten Spanje ruzien over leiding; Tweede man dreigt met aftreden

Binnen de Spaanse socialistische partij is hooglopende ruzie ontstaan over het leiderschap. De partijleiding overweegt een congres bijeen te roepen om duidelijkheid te krijgen in de ruzie, die gaat tussen de huidige leider en de tweede man van de partij.

De door partijleden tot lijsttrekker verkozen Jose Borrell verklaarde deze week de enige echte leider van de socialisten te zijn. De secretaris-generaal en vertegenwoordiger van het partij-apparaat, Joaquin Almunia, neemt evenwel geen genoegen met een tweede plaats en dreigt af te treden, waarmee de tweekoppige leiding van de partij - een novum voor de socialisten - uit elkaar dreigt te springen.

Terwijl elders in Europa hun socialistische collega's zich stevig in het zadel weten bevinden de Spaanse socialisten zich nu al maanden in een aanhoudende crisis. Sinds voormalig premier Felipe Gonzalez zijn almachtige positie van partijleider opgaf, bestaat er een machtsvacuum dat zich maar moeilijk laat vullen.

Terwijl de basis van de partij vindt dat er schoon schip gemaakt moet worden met de schandalen uit het recente verleden probeert het machtige partij-apparaat van de socialisten zijn positie te behouden.

Een bemiddelingspoging van Gonzalez afgelopen nacht om beide partijleiders bij elkaar te brengen liep op niets uit. Daarmee lijkt het vrijwel onmogelijk dat Borrell en Almunia hun conflict oplossen voor komende zaterdag het partijbestuur bijeen komt om zich over de kwestie te buigen.

Binnen de socialistische partij wordt niet uitgesloten dat er een speciaal partijcongres bijeengeroepen moet worden om duidelijkheid te verschaffen over de leiding van de partij. De aanhoudende ruzie wordt vooral schadelijk geacht, omdat al over een dik half jaar Spanje naar de stembus moet voor gemeenteraadsverkieizingen.

De partijleden kozen in april in voorverkiezingen de voormalige minister Jose Borrell als lijsttrekker voor de landelijke verkiezingen die voor het jaar 2000 staan gepland, maar mogelijk al volgend jaar worden gehouden.

Borrell versloeg met een ruime marge de gedoodverfde winnaar en partijleider Joaquin Almunia. De voorverkiezing van de lijsttrekker, een tot dusver onbekend fenomeen binnen de Spaanse politiek zorgde voor een aardverschuiving binnen de socialistische partij, omdat dat vrijwel iedereen verwachtte dat Almunia - als kroonprins aangewezen door voormalige leider Felipe Gonzalez - als winnaar uit de bus zou komen.

Almunia geldt als de typische vertegenwoordiger van het bestuursapparaat dat tot dan toe de touwtjes stevig in handen had en hij kreeg dan ook de steun van vrijwel alle zwaargewichten binnen de socialistische partij.

Borrell daarentegen nam duidelijk afstand van de schandalen die de voorgaande jaren de socialistische partij teisterden. Zo liet bleef hij duidelijk op de achtergrond in de steun die allerwegen door partijbonzen werd geuit aan de veroordeelde ex-minister van Binnenlandse Zaken Barrionuevo voor diens aandeel in de doodseskaders.

Na zijn opmerkelijke nederlaag bood Almunia zijn vertrek aan als secretaris-generaal, wat door de nieuwe lijsttrekker van de hand werd gewezen.

Het was het begin van een loopgravenoorlog, waarbij Borrell aanhoudend zijn competenties moest bevechten.

In de afgelopen maanden was het regelmatig niet hij, maar Almunia die het gezicht van de partij bepaalde. De afgelopen weken maakte Borrell steeds duidelijker kenbaar dat hij geen genoegen met deze situatie neemt.