Schoonheid zonder angst, stank en kou; Reiskalenders 1999

Wat moet een foto hebben om er vier weken elke dag naar te kunnen kijken? Foto's in reis-, bergsport- en natuurkalenders pretenderen ons maximaal 31 dagen achtereen te kunnen behagen. Nu zijn de foto's uit de stapel kalenders die de eigenaar van de reis- en wandelwinkel Pied a Terre voor dit verhaal meegeeft ook lekkerbekkend mooi, maar waaruit bestaat die schoonheid?

De `Ebnefluhfirn' (sic) bijvoorbeeld - in de wandkalender `Flugbild Schweizer Alpen' (f44,50) - confronteert ons nadrukkelijk met deze vraag. In wulpse rondingen strekt deze bergrug zich uit onder een strakblauwe hemel. Maar wat is er aantrekkelijk aan een foto die voor driekwart uit slagschaduw bestaat? Een andere foto in deze kalender toont een berglandschap dat zo pokdalig is dat het bij eerste oogopslag ook zou kunnen gaan om een vergroting uit een dermatologisch leerboek.

Welke bergsportkalenderfoto je ook bekijkt, altijd ontbreekt er iets. Kijkend naar een besneeuwde helling voelen we de snijdende koude niet. We voelen de angst niet die ons zou bekruipen als we aan een steile afdaling zouden moeten beginnen. Het is maar een onschuldig plaatje, een abstractie van in sneeuw gevatte rondingen. Vaak weet dit soort kalenderfoto's de aandacht te trekken omdat zij slechts een aspect van iets belichten. Hoe ver je daarin kunt gaan toont WEGE/Paths 1999 (f49,50). Op de meeste foto's zijn bos-, berg- en veldpaden te zien, maar er is een foto die er uitspringt. Wat daarop staat is niet meteen duidelijk: Een computersimulatie van eiwitstructuren? Het blijken schier eindeloze rijen paarse lavendelhagen.

Vinden we op een deel van de grote plaatjes-kalenders geabstraheerde natuur, de meeste kalenderfoto's tonen duidelijk herkenbare objecten of menselijke activiteiten. Zo kijken we naar een indrukwekkend bergmassief dat aan de horizon oprijst en zich spiegelt in het water van een enorm meer. Een bootje glijdt over het rimpelloze oppervlak en aan de oevers staan rustieke bamboe-optrekjes. Of neem de foto van de staart van een orca in Sea Kayaking (f27,50). Staart van orca en stipjes van kano's op de achtergrond laten ogenschijnlijk aan duidelijkheid niets te wensen over.

Ook de kalender van de Alpenvereins Hutten Unserer Alpen (f32,50) toont niets anders dan, zoals de titel belooft, Alpenhutten in alle soorten en maten.

Toch zit ook in de ondubbelzinnigheid van al deze `herkenbare' afbeeldingen iets raadselachtigs. Het afgebeelde meer fungeert, zonder dat de kijker daarvan in kennis wordt gesteld, voor de oeverbewoners als open riool. En wat bezielt mensen om zich onbeschermd naast een zeehonden verorberend roofdier op te houden? Nog onbegrijpelijker is het motief om een maandlang vrijwillig te staren naar het overvolle terras van het Lehnberghaus.

En wat zien we eigenlijk op de foto met het onderschrift `Het instuderen van een dans in het Mindroling Klooster in Tibet'? (Tibetan Voices f35) Wat voor dans? Moeten alle monniken kunnen dansen? Zijn dit de laatste monniken die nog kunnen dansen in Tibet? Een ding is zeker, in de kalender zelf vind je het antwoord niet en wellicht is juist het mijmeren over mogelijke antwoorden wel de charme van kalenderfoto's. Misschien ook biedt een kalender de enige mogelijkheid om naast een bergbeek te zitten zonder last te hebben van muggen. Of in een afgrond te kijken zonder hoogtevrees. Tibetanen te zien zonder gevaarlijke tochten te hoeven ondernemen. IJsland te bewonderen zonder dikke jas. Te genieten zonder angst, stank en kou.