Rijksmuseum jubileert

Vandaag tweehonderd jaar geleden besloot de toenmalige regering dat Nederland rijp was voor een nationaal museum. Op 31 mei 1800 opende de voorganger van het Rijksmuseum de deuren in een vleugel van Paleis Huis ten Bosch. Pas later zou het museum verhuizen naar zijn huidige lokatie aan het museumplein in Amsterdam.

Het Rijksmuseum viert zijn 200-jarig bestaan met een uitgebreid jubileumprogramma. Gedurende het jaar 2000 zal middels een tiental tentoonstellingen de kracht en veelzijdigheid van de museumcollectie getoond worden.

Middelpunt van het programma is de tentoonstelling De Glorie van de Gouden Eeuw, die een overzicht geeft van de Nederlandse zeventiende eeuw.

Tussen april en september 2000 zullen naast Rembrandts Nachtwacht onder andere twaalf andere Rembrandts, zeven werken van Frans Hals, vijf schilderijen van Ruisdael en drie van Vermeer te zien zijn. Ongeveer de helft van de 200 tentoongestelde werken is afkomstig uit de eigen collectie van het museum, de rest is in bruikleen gegeven door musea en verzamelaars uit de hele wereld.

Het jubileumprogramma wordt op 11 december 1999 geopend met een tentoonstelling van Amsterdams zilver en goud. Andere tentoonstellingen besteden aandacht aan kant Meissen-porcelein, kostuums, Chinese kunst, tekeningen en prenten. In de expositie Een koninklijk museum wordt een beeld gegeven van het ontstaan van de museumcollectie. De tentoonstelling Kunst rond 1900 bevat prenten tekeningen en foto's van onder anderen Toorop, Mondriaan, Maris, Witsen en Breitner.

Het jubileumjaar wordt afgesloten met een tentoonstelling gewijd aan de etsen van Rembrandt, die wordt georganiseerd in samenwerking met het British Museum. Deze tentoonstelling is opgesplitst in twee delen. Deel 1, dat loopt van 22 juli tot 8 oktober 2000, behandelt het vroege werk van de meester. De latere etsen komen eind 2000 aan bod en zullen te zien zijn tot in 2001.